Afbraak van eiwitten
Eiwitten
- Lange aminozuurketens → peptideketens
- Essentiële aminozuren → kan je lichaam niet zelf maken
- Niet-essentiële aminozuren → kan je lichaam wel zelf maken
- Gebeurd in de lever
Aminozuren worden gebruikt voor de eiwitsynthese
Tekort aan essentiële aminozuren zorgt voor een tekort aan eiwit
R = restgroep
- Bepaald het type van het aminozuur
- Glycine
- Alanine
- Serine
Afbraak van eiwitten gaat via hydrolyse
- H2O gaat op de splitsing tussen 2 aminozuren staan → de verbinding wordt verbroken →
aan C bindt dan OH en aan N bindt H
De afbraak van eiwitten gebeurd in de maag
Pepsine knipt lange peptideketens in kortere peptideketens
Pepsinogeen = inactief pro enzym
Pepsine = actief enzym
In de diepe groeven van de maag zitten cellen die HCl (bovenste cellen) en pepsinogeen
(onderste cellen) produceren
HCl zet pepsinogeen om in pepsine
Veel HCl zorgt ervoor dat je maag heel zuur wordt → de slijmwand beschermd de maag
daartegen
, Hoe meer pepsine, hoe meer pepsinogeen ← positieve terugkoppeling
Trypsine en peptidasen maken van peptideketens tri- en di-peptiden
- Gebeurt in de alvleesklier
In de dunne darm worden de peptidasen helemaal kapot geknipt en worden de aminozuren
opgenomen in het bloed
- Via de poortader van de darmen naar je lever
- De lever reguleert het aminozuurgehalte
- Omzetting aminozuren → transaminering
- Afbraak aminozuren → desaminering
Condensatiereactie = het weghalen van water bij bijvoorbeeld de opbouw van eiwitten
Afbraak van koolhydraten
Koolhydraten zijn lange suikerketens
- Allemaal glucosemoleculen die aan elkaar vastzitten