Lyan Peter
Klas WO4P2f
Vakdocent “VHE”
Trajectbegeleider “HKE”
Datum 5 april 2011
1
, Deel 1
Waarom ga ik E observeren?
Ik heb ervoor gekozen om E te observeren, omdat ik tijdens een dossieronderzoek erachter
ben gekomen dat hij voornamelijk solitair spel vertoont, terwijl samenspel wel al bij zijn
leeftijd hoort. Om te kijken of hij inderdaad geen samenspel vertoont, wil ik bij een gymles
kijken hoe hij speelt.
Wat is de probleembeschrijving?
E vertoont alleen solitair spel; omdat hij moeite heeft met samenspel.
Wat is het observatiedoelen?
Mijn hoofddoel:
Door middel van continue observatie wil ik onderzoeken of E in staat is tot samenspel met
klasgenoten tijdens een gymles of dat hij alleen solitair spel vertoont.
Subdoelen (deze staan in mijn observatieschema) zijn:
— kijken of hij geconcentreerd bezig is met de activiteit, waardoor samenspel kan
plaatsvinden;
— kijken of hij communiceert met de groep tijdens de activiteit;
— kijken of hij anderen in het spel stoort;
— kijken of hij de bal overspeelt naar klasgenoten;
— kijken of hij actief meedoet bij groepsactiviteiten.
Organisatie van de observatie:
Observatiemethode:
Ik heb gekozen voor continue observatie. Hierbij observeer je een cliënt voortdurend en
probeer je zoveel waar te nemen als je kunt. Bij continue observatie is er wel een doel, maar
het doel is meestal niet erg concreet. Je weet dus niet goed waar je precies op moet letten.
Observatietechnieken:
Ik heb gekozen voor event-sampling. Ik als observator wacht in dit geval tot het kind het te
onderzoeken gedrag vertoont en beschrijf het dan zo nauwkeurig mogelijk. Zo krijg je een
beter overzicht van het gehele gedrag. Ik heb hiervoor gekozen, omdat ik tijdens het gymmen
wil kijken of hij contact zoekt met klasgenoten of dat hij alleen solitair spel vertoont.
Daarnaast heb ik ook gekozen voor extern observeren. Bij externe observatie vervult de
observator de rol van neutrale toeschouwer. Hij observeert de groep op afstand (of zit
bijvoorbeeld achter in een schoolklas en probeert zich onzichtbaar te maken). Het
onderscheid tussen interne of externe observatie is niet absoluut, er zijn tussenvormen. Ik
heb voor extern observeren gekozen, omdat ik van een afstand ga observeren en niet zelf die
gymles geef.
Hulpmiddelen:
zintuigen
2