Verlichtingsi
deeën
HC Verlichtingsideeën en de
democratische revoluties
1650-1848
, Verlichtingsideeën en de
democratische revoluties, 1650-
1848
4.1 Welke ideeën ontstonden tijdens de Verlichting over de
ideale samenleving, 1650-1789?
Locke en Rousseau over het sociaal contract
John Locke vond dat de mensen een sociaal contract hebben tussen de vorst en
onderdanen als gelijken en de bevolking houd daarbij de vrijheid. De soevereiniteit ligt bij
het volk en de vorst en zijn regering moeten voor het welzijn en de bescherming van het
volk zorgen. De rol van kerk en geloof mag niet te groot zijn in de maatschappij. Voldoet
een vorst hier niet aan, dan mag het volk ze afzetten.
Jean-Jacques Rousseau legt uit dat een staat ontstaat door een onderlinge afspraak
tussen vorst en onderdanen. De koning heeft de macht over het volk gekregen maar de
soevereiniteit ligt bij het volk. Indien de koning het welzijn van zijn volk niet nastreeft,
mag hij afgezet worden.
Kenmerkende aspecten bij deze gebeurtenis:
▪ De wetenschappelijke revolutie.
▪ Rationeel denken en een verlicht denken dat werd toegepast op alle terreinen van
de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
Spinoza over de invloed van God op het dagelijks leven
Baruch de Spinoza zet aan tot een vrijzinnige uitleg van de Bijbel en spreekt zich uit voor
de democratie, hij wijst op het grote belang van vrijheid van meningsuiting. Alleen de
republiekeinse staatsorganisatie verzekert de persoonlijke vrijheden en het welzijn van
het volk. De kerk moet minimale invloed op de samenleving hebben en volgens Spinoza
is God geen persoon en heeft Jezus Christus geen wonderen verricht. De mens moet
inzien dat God niet buiten de schepping staat maar dat alles was er bestaat een
verschijning is van God, zo ook de mens zelf.
Kenmerkende aspecten bij deze gebeurtenis:
▪ De wetenschappelijke revolutie.
▪ Rationeel denken en verlicht denken dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
Voltaire over de vrijheid van denken en de rol van de staat
Voltaire is een deïst die niet gestelt was op dogmatische wetten en de intolerantie van de
kerk. God heeft, volgens Voltaire, aan de schepping de natuurwetten gegeven en volgens
die wetten volstrekt alles. God grijpt niet langer in en iedere vorm van geloofs- of
kerkorganisatie is een fundamentele aantasting van de vrijheid van de mens en wordt
door Voltaire afgekeurd.
Kenmerkende aspecten bij deze gebeurtenis:
▪ De wetenschappelijke revolutie