Oefentoets
Toelatingsexamen Biogeneeskunde 2025
80 nieuwe vragen met antwoorden + diepgang
De vragen behandelen onderwerpen zoals celstructuur, stofwisseling,
afweermechanismen, genetica, voortplanting en biotechnologie.
Gebaseerd op boek:
Toelatingsexamen arts, tandarts en dierenarts
Twaalfde editie
,Inhoud
Toelatingsexamen Biogeneeskunde 2025....................................................1
Toelatingsexamen arts, tandarts en dierenarts........................................1
1. Celstructuur..........................................................................................2
2. Stofwisseling........................................................................................3
3. Afweermechanismen............................................................................4
4. Genetica...............................................................................................4
5. Voortplanting........................................................................................5
6. Biotechnologie......................................................................................6
Diepgang: Celstructuur en -functies.........................................................7
Diepgang: Stofwisseling...........................................................................7
Diepgang: Afweermechanismen...............................................................8
Diepgang: Genetica..................................................................................9
1. Celstructuur
1. Wat is het belangrijkste verschil tussen prokaryoten en
eukaryoten?
Prokaryoten hebben geen celkern, eukaryoten wel.
2. Welke celorganellen komen alleen in dierlijke cellen voor?
Lysosomen en centriolen.
3. Welke celstructuur is verantwoordelijk voor de
eiwitsynthese?
Ribosomen.
4. Wat is de functie van de mitochondriën?
Het omzetten van chemische energie in ATP via oxidatief
metabolisme.
5. Wat is de functie van het golgi-apparaat?
Het verpakken, modificeren en distribueren van eiwitten.
6. Welke functie heeft de vacuole in plantencellen?
Opslag van water en behoud van celspanning.
, 7. Wat is het verschil tussen ruw en glad endoplasmatisch
reticulum?
Ruw ER heeft ribosomen en is betrokken bij eiwitsynthese, glad ER
bij lipidenproductie en detoxificatie.
8. Wat is de rol van chloroplasten in een plantencel?
Fotosynthese en lichtenergie omzetten naar chemische energie.
9. Wat zijn microtubuli en hun functie?
Ze bieden stevigheid en helpen bij de beweging van celorganellen.
10. Wat is de samenstelling van een fosfolipide?
Een hydrofiele kop en twee hydrofobe staarten.
2. Stofwisseling
11. Wat is de chemische formule van glucose?
C6H12O6.
12. Wat is het verschil tussen verzadigde en onverzadigde
vetzuren?
Verzadigde vetzuren hebben geen dubbele bindingen; onverzadigde
vetzuren wel.
13. Wat is de functie van ATP in de cel?
Het is de belangrijkste energiedrager voor cellulaire processen.
14. Wat gebeurt er tijdens glycolyse?
Glucose wordt omgezet in pyrodruivenzuur, wat 2 ATP-moleculen
oplevert.
15. Waar vindt de Krebs-cyclus plaats?
In het mitochondrium.
16. Welke stoffen worden geproduceerd tijdens de
lichtreactie van fotosynthese?
ATP en NADPH.
17. Wat is de functie van enzymen in
stofwisselingsprocessen?
Ze versnellen chemische reacties zonder zelf verbruikt te worden.
18. Wat is het verschil tussen osmotische en isotone
oplossingen?
Osmotisch: water beweegt naar hogere concentraties; isotoon: geen
netto waterverplaatsing.