1. Wat is het verschil tussen prokaryote en eukaryote cellen?
o Prokaryoten hebben geen celkern en organellen, terwijl eukaryoten wel
een celkern en membraanomsloten organellen hebben.
2. Welke organellen zijn uniek voor plantencellen?
o Celwand, chloroplasten en een grote vacuole.
3. Wat is de functie van ribosomen?
o Eiwitsynthese.
4. Wat is de functie van het endoplasmatisch reticulum (ER)?
o RER: eiwitsynthese; SER: lipidesynthese en ontgifting.
5. Hoe verschilt een mitochondrion van een chloroplast?
o Mitochondria maken ATP door celademhaling, terwijl chloroplasten
glucose produceren door fotosynthese.
Celmembranen en Transport
6. Wat is het verschil tussen passief en actief transport?
, o Passief transport vereist geen energie en volgt de
concentratiegradiënt, terwijl actief transport energie nodig heeft om
stoffen tegen de concentratiegradiënt in te verplaatsen.
7. Wat is osmose?
o De beweging van water door een semi-permeabel membraan van een
lage naar een hoge concentratie opgeloste stoffen.
8. Welke soorten blaasjestransport bestaan er?
o Endocytose (fagocytose en pinocytose) en exocytose.
9. Wat is de rol van natrium-kaliumpompen?
o Ze transporteren natriumionen uit de cel en kaliumionen in de cel om
een membraanpotentiaal te behouden.
10. Welke stoffen passeren gemakkelijk door het celmembraan?
o Kleine, apolaire moleculen zoals zuurstof en koolstofdioxide.
Stofwisseling
11. Wat is glycolyse en waar vindt het plaats?
o De afbraak van glucose tot pyruvaat in het cytosol.
12. Wat is de eindreactie van aerobe celademhaling?
o C6H12O6 + 6O2 → 6CO2 + 6H2O + energie (ATP).
13. Wat gebeurt er bij melkzuurgisting?
o Glucose wordt omgezet in melkzuur, zonder zuurstof.
14. Wat is het doel van de Krebs-cyclus?
o Het genereren van NADH en FADH2 voor de elektronentransportketen.
15. Wat is ATP en waarom is het belangrijk?
o Adenosinetrifosfaat is een energiedrager in de cel.
Fotosynthese
16. Wat zijn de twee fasen van fotosynthese?
o De lichtreactie en de donkerreactie.
17. Waar vindt de lichtreactie plaats?
o In de membranen van de thylakoïden in chloroplasten.