CMD methodenkaart (doelen, onderzoeksstrategieën/-ruimtes, triangulatie)
Just Enough Research: hoofdstuk 2, 3, 5 en 7
2: The Basics
3: The Process
5: User & Customer Research
7: Evaluative Research
, .01
CMD Methodenkaart
Verschillende mensen maken een verschillende inschatting van een probleem. Omdat ze
verschillende persoonlijke voorkeuren hebben, maar misschien ook omdat ze opgegroeid zijn in
verschillende onderzoekstradities. Een onderzoekstraditie bepaalt in sterke mate het soort vragen
dat je gewend bent te stellen, de methoden die je het meest gebruikt en zelfs wat je goede vormen
van onderzoek vindt ‐ en wat niet.
Doelen methodenkaart:
- Samenwerking tussen praktijkonderzoekers uit verschillende onderzoekstradities
ondersteunen;
- Middel om je eigen onderzoek vorm te geven.
Twee innovatiecontexten (stap 1 Erika Hall)
Twee soorten vragen die je altijd bezig zullen houden:
- Wat is er al gedaan? (Of wat doen anderen?)
context van beschikbaar werk (ook wel kennisbasis/kennisstroom)
- Wat is er nodig? (Of wat kan ik als innovator voor de praktijk betekenen?)
toepassingscontext (de plek waar je oplossing straks wordt ingezet)
(buitenwereld/praktijkstroom)
Zowel de toepassingscontext als de context van beschikbaar werk kan aanleiding geven tot het
probleem, vraagstuk of kans dat het begin van een onderzoek vormt. Meestal spelen beide
innovatiecontexten een rol bij het tot stand komen van een vraag. Wanneer een bedrijf bijvoorbeeld
inspeelt op een nieuwe technologie (nieuwe kennis, beschikbaar werk), vraagt dat om een andere
aanpak in de praktijk (toepassingscontext).
Ook de oplossing heeft weer te maken met allebei de innovatiedomeinen. Heel vaak is je belangrijkste
doel om een verbetering voor de toepassingscontext te maken. Als je succesvol bent, wordt je
inzetbare toepassing in gebruik genomen. Het wordt dan toegevoegd aan de context van beschikbaar
werk.
Vijf onderzoeksstrategieën
Ook wel onderzoeksruimtes. Je strategie is de aanpak (dus stap 2 van het onderzoeksproces van