2020
,2
,Inhoudsopgave
H1 Cellen en weefsels Blz. 4
H2 Het skelet Blz. 13
H3 Het spierweefsel Blz. 25
H5 Bouw van de huid Blz. 41
H6 Stofwisseling Blz. 54
H7 Spijsvertering Blz. 55
H8 De ademhaling Blz. 60
H9 Bloed, bloedsomloop en lymfevatenstelsel Blz. 63
H10 Nieren en urinewegen Blz. 71
H11 Het hormoonstelsel Blz. 75
H12 Het zenuwstelsel Blz. 81
H13 Huidveranderingen Blz. 90
H14 Huidafwijkingen Blz. 90
H15 Huidaandoeningen Blz. 98
H17 Nagelafwijkingen Blz. 109
H18 Voedingsstoffen Blz. 110
3
, H1 - Cellen en weefsels
1.1 De cel
1.1.1 Bouw van de cel
Een cel is van buiten naar binnen opgebouwd uit:
• Celmembraan
• Cellichaam
• Celkern
Celmembraan
Het buitenste vliesje van de cel → semi-permeabel
De wand laat selectief stoffen door. Het celmembraan
zorgt dat de cel voedingsstoffen en zuurstof kan opnemen en afvalstoffen kan afgeven.
Celmembraan plantaardige cel → cellulose
Celmembraan dierlijke cel → eiwitten en lipiden
Cellichaam
Bestaat uit cytoplasma:
• Water (70%) met hierin opgeloste voedingsstoffen en zuurstof
• Belangrijk voor de celstofwisseling en energievoorziening
• Als je ouder wordt veranderd het cytoplasma van solvorm (vloeibaar) in een gelvorm.
Hoe dikker het cytoplasma, hoe trager de levensprocessen in de cel verlopen.
Celkern
• Regelt alle levensprocessen van de cel
• Kernmembraan
• Kernplasma → zelfde samenstelling als cytoplasma
Het cytoplasma en het kernplasma heten samen het protoplasma.
In de celkern liggen 46 chromosomen (23 paar). Chromosomen bevatten DNA met erfelijke
informatie (de genen).
Functies:
- Produceren en afscheiden van stoffen (kliercellen)
- Samentrekken (hart- en spiercellen)
- Impulsen of prikkels geleiden (zenuwcellen)
- Groei
- Stofwisseling
- Voortplanting
4