Natuurkunde samenvatting
Krachten herkennen
Als er een kracht op je lichaam wordt uitgevoerd, kan je dat vaak voelen.
Krachten die je op anderen uitvoert, kan je vaak niet zien of voelen. Je kan
alleen zien welke veranderingen ermee worden gemaakt. Krachten
kunnen dingen laten bewegen of van vorm veranderen. Je hebt elastische
vervorming, daarbij veranderd een voorwerp weer naar de oorspronkelijke
vorm, zoals een bal of elastiek. Je hebt ook plastische vervorming, zoals
klei.
Verschillende soorten krachten
Er zijn allerlei krachten, zoals spierkracht, veerkracht, zwaartekracht en
magnetische krachten. Om de kracht aan te duiden, zet je de hoofdletter
F, van force, en dan in kleine letters de kracht neer.
Voorbeelden van krachten
1. Spierkracht, als je beweegt, iets duwt of trapt.
2. Veerkracht, als je een pen om laag drukt wordt het meteen om hoog
geschoten.
3. Spankracht, als je een slee aan een touw vastbindt en aan het touw
trekt ontstaat er in het touw spankracht.
4. Zwaartekracht, als je springt, word je naar de grond getrokken.
5. Magnetische kracht, 2 magneten van zuid en noord trekken elkaar
aan, 2 zuid of 2 noord stoten af.
Krachten meten.
Krachten meet je met een krachtmeter, er zit een veer in. Des de groter
de kracht is des de meer de veer zich uitstrekt. Op een krachtmeter is de
schaal van Newton (N). Dat is een eenheid waarin alle krachten worden
gemeten.
Formule voor zwaartekracht op aarde = massa x 9,81.
Fz = m x g (9,81)
Krachten tekenen.
Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpingspunt.
De grootheid van deze eigenschappen wordt Vector genoemd, die teken
je als n pijl. Dat geldt ook voor krachten.
- Lengte -> richting
- Richting -> kracht
- Beginpunt -> aangrijpingspunt
Krachten herkennen
Als er een kracht op je lichaam wordt uitgevoerd, kan je dat vaak voelen.
Krachten die je op anderen uitvoert, kan je vaak niet zien of voelen. Je kan
alleen zien welke veranderingen ermee worden gemaakt. Krachten
kunnen dingen laten bewegen of van vorm veranderen. Je hebt elastische
vervorming, daarbij veranderd een voorwerp weer naar de oorspronkelijke
vorm, zoals een bal of elastiek. Je hebt ook plastische vervorming, zoals
klei.
Verschillende soorten krachten
Er zijn allerlei krachten, zoals spierkracht, veerkracht, zwaartekracht en
magnetische krachten. Om de kracht aan te duiden, zet je de hoofdletter
F, van force, en dan in kleine letters de kracht neer.
Voorbeelden van krachten
1. Spierkracht, als je beweegt, iets duwt of trapt.
2. Veerkracht, als je een pen om laag drukt wordt het meteen om hoog
geschoten.
3. Spankracht, als je een slee aan een touw vastbindt en aan het touw
trekt ontstaat er in het touw spankracht.
4. Zwaartekracht, als je springt, word je naar de grond getrokken.
5. Magnetische kracht, 2 magneten van zuid en noord trekken elkaar
aan, 2 zuid of 2 noord stoten af.
Krachten meten.
Krachten meet je met een krachtmeter, er zit een veer in. Des de groter
de kracht is des de meer de veer zich uitstrekt. Op een krachtmeter is de
schaal van Newton (N). Dat is een eenheid waarin alle krachten worden
gemeten.
Formule voor zwaartekracht op aarde = massa x 9,81.
Fz = m x g (9,81)
Krachten tekenen.
Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpingspunt.
De grootheid van deze eigenschappen wordt Vector genoemd, die teken
je als n pijl. Dat geldt ook voor krachten.
- Lengte -> richting
- Richting -> kracht
- Beginpunt -> aangrijpingspunt