Hoofdstuk 1:
Het verhaal draait om Emile Binnenbaum, een dichter van beroep. Hoewel zijn
gedichten van goede kwaliteit zijn, vinden zijn bundels weinig aftrek. Ironisch
genoeg koopt hij alle boeken van zijn oude "vriend" Willem Reiff, een succesvolle
schrijver van wie Emile vindt dat hij slecht werk levert. Toch blijft hij Reiffs boeken
kopen in de hoop een aanwijzing te vinden over zijn verloren liefde, Marte Jacobs,
die tragisch genoeg zelfmoord heeft gepleegd.
Emile en Reiff kennen elkaar van hun tijd op het Amstel Lyceum. Hun oude
klasgenoot, Henk Duijndam, nodigt hen uit voor een diner ter ere van hun
vijftigjarige vriendschap. Tijdens het etentje onthult Reiff dat hij bezig is met een
nieuw boek, maar hij houdt de inhoud nog geheim. (dit boek bleef achteraf het
boek ‘’het meisje uit mijn jeugd te zijn’’) Henk, Reiff, Emile en Leo, een andere
klasgenoot, maakten ooit een liftreis naar Spanje toen ze zestien, zeventien jaar
oud waren. Na slechts één dag belandden ze echter in Baarn, een plaatsje ver
van hun geplande bestemming. De volgende dag keerden ze onverrichter zake
terug naar huis.
Hoofdstuk 2:
Het verhaal springt terug in de tijd naar Emile's vijfde jaar op het gymnasium,
toen hij zestien jaar oud was. Emile was destijds al een veelbelovende schrijver.
Hij was hoofdredacteur van de schoolkrant en zijn werk werd gepubliceerd in een
landelijk jeugdblad.
Tijdens een zomerfeest van vrienden van zijn ouders raakte Emile betrokken bij
een potje voetbal in de duinen. Hoewel hij normaal nooit voetbalde, begon hij
langzaam beter te spelen en scoorde uiteindelijk meerdere doelpunten. Een
meisje dat met hem meedeed, viel hem op: ze was snel, lenig, maar ook zo
lichtvoetig dat ze soms struikelde. Ze deed hem denken aan een pasgeboren
girafje. Ze speelde opvallend genoeg links en had sproetjes op haar neus.
Toen iedereen moe was, kwam er een vrouw aan met ijsjes. Het meisje kwam
naast Emile zitten en bood hem een ijsje aan. Ze raakten in gesprek, waarbij
Emile opmerkte dat ze links speelde. Het meisje ontkende aanvankelijk, maar
ontdekte tot haar verbazing dat ze daadwerkelijk linksvoetig was, ondanks dat ze
met rechts schreef. Het werd steeds donkerder en het meisje vertrok uiteindelijk
naar huis.
Hoofdstuk 3:
In zijn eindexamenjaar op het gymnasium ziet Emile het meisje uit de duinen
weer op school. Hij spreekt haar aan en vraagt naar haar naam: Marte Jacobs, zo
blijkt. Vanaf dat moment kruisen hun wegen regelmatig, vooral op
woensdagochtenden als Emile van zijn Griekse les naar Duits loopt. Ze begroeten
elkaar steevast met een glimlach en een knikje.