Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting SWK 6: Gezinspedagogiek + oefenvragen

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
67
Geüpload op
02-12-2024
Geschreven in
2023/2024

Alle hoorcolleges bijgewoond en samengevat. Daarbij heb ik veel voorbeelden beschreven uit de praktijk, plaatjes gebruikt uit de boeken en het simpel verwoord. Daarbij heb ik ook oefenvragen + antwoorden. Succes met leren!

Voorbeeld van de inhoud

SWK 6
Hoorcollege 1A

Insectionaliteit =
je gebruikt de diversiteitscirkel om te kijken naar: voorrecht en sociale kwetsbaarheid/
maatschappelijke posities
wat zijn de combinaties van factoren die maken dat je in het voordeel of nadeel bent
-koppeling aan machtsverhoudingen
-persoonlijk, symbolisch en maatschappelijk niveau

Superdiversiteit =
zoveel verschillen en overeenkomsten dat we verschillende culturen importeren van elkaar
er bestaan niet meer dominante groepen (vroeger was er een katholieke meerderheid en als je
hier niet toe behoorde viel je erbuiten, nu is dat niet meer zo)
is geen uitsluiting meer
-Creolisering = het feit dat je dingen overneemt van elkaar cultuur
voorbeeld: boksen hoorde bij straatcultuur is nu maatschappelijk geregeld
andere talen overnemen zoals ‘iemand ghosten’

Welke vraag berust op intersectioneel denken?
Nora beweert dat ze minder carrièrekansen heeft dan haar mannelijke collega’s. Onzin, zegt
haar manager Sara, die ook een vrouw is. Wat is vanuit het intersectioneel denken een
argument voor Nora?
Discriminatie baseert zich doorgaans op combinaties van factoren

Kenmerken van armoede:
-relatief  niet letterlijk maar hoe arm je ten opzichte van andere voelt
-meerdimensionaal  gaat niet alleen om geld maar ook je kosten, gezondheid, sociaal
netwerk
-gradueel  stapsgewijs, je wordt niet meteen plotseling arm
-tijdsduur

Theoretische dimensies:
~ Sociaal-culturele uitsluiting
• Sociale participatie
-sociale netwerken
-contacten
-sociale betrokkenheid
• Normatieve integratie = of je het gevoel hebt dat je onderdeel bent van de maatschappij
-naleven van regels
-normen en waarden hanteren
voorbeeld: daklozen hebben niet meer het gevoel dat het wat boeit wat jij van ze vindt

~ Economische-structurele uitsluiting
• Materiële deprivatie
-financiële tekorten (relatief)
-overige producten
• Toegang tot sociale grondrechten
-onderwijs
-gezondheidszorg


1

,-leefomgeving

Oorzaken van armoede:
• Macro niveau
voorbeeld: we zitten in een belastingstelsel waarbij je als hoger inkomen geen premie krijgt en
veel belasting moet betalen
• Meso niveau
-toegankelijkheid van publieke goederen en diensten
-bekendheid, bereikbaarheid, betaalbaarheid, beschikbaarheid, begrijpbaarheid en
betrouwbaarheid
voorbeeld: omdat ik arm ben heeft te maken dat er in mijn wijk alleen maar boodschappen kan
doen bij ekoplaza
• Micro niveau
voorbeeld: ik ben arm omdat ik een persoonlijk gokprobleem heb, mijn salaris is binnen twee
dagen op
*hoeft niet precies alle streepjes te weten, wel het verschil in niveaus

Wat is geen kenmerk van armoede?
Het is traumatisch

Bourdieu’s veldtheorie
Typen kapitaal:
• Economisch kapitaal
geld en alles wat in geld uit te drukken valt
voorbeeld: sieraden, auto
• Sociaal kapitaal
mate waarin iemand over voordelige sociale connecties beschikt
netwerk en het netwerk in stand te houden
• Cultureel kapitaal
beheersing van culturele competenties die eigen zijn aan hogere sociale posities
bekendheid met de dominante cultuur:
-kennis en ‘snappen’
-bezit
-formele waardering
voorbeeld: diploma

Sociaal kapitaal
Typen verbindingen:
-Bonding
het kennen van mensen die op jou lijken/ die dezelfde maatschappelijke achtergrond delen
het verbindt jou met de mensen binnen jouw ‘cultuur’
voorbeeld: hoeveel vrienden die op jou lijken
je kent mensen die ook pedagogiek doen en waarmee je samen kan leren en dingen kan delen
-Bridging
mensen kennen die niet op jou lijken. Je kan een brug maken naar mensen die ouder zijn dan jij
voorbeeld: je bent student pedagoog maar kent veel gezinnen in de wijk en de hockey club en
mensen vanuit de Jeugdbescherming
-Linking sociaal kapitaal
de mate waarin jij mensen kent die jou in contact kunnen brengen met mensen die anders zijn
dan jij


2

,de mate van sociale contacten hebt die jou in contact kunnen brengen met andere
mensen/kringen
voorbeeld: je kent geen asielzoekers maar een docent wist iets over vluchtelingen dus ik ga
hem vragen of hij mij kan helpen

Opbrengsten van sociaal kapitaal:
-Informatie
-Invloed
-Sociale accreditatie (= getuigenis voor jou kan geven)
je wilt een baan scoren en iemand kan jouw goede referentie geven om je aan te laten nemen
hoe meer mensen je kent hoe meer mensen je kunnen helpen
-Sociale identiteit

Capability benadering =
welbevinden gaat niet zo zeer om wat je hebt aan geld, sociale contacten en kaptiaal maar de
keuzemogelijkheden die je hebt en maakt
Armoede is het missen van mogelijkheden tot zelfontplooiing
-vrijheid centraal
-voorwaarden als onderwijs en gezondheidszorg
-geen gelijkheid, maar gelijkwaardigheid

Conversie vermogen = vermogen om het maximale te halen uit de middelen die jou toegereikt
worden
voorbeeld: zit op een nieuwe sport waar iedereen heel behulpzaam en lief is en je veel van
anderen kan leren maar ervaart geen zelfvertrouwen om het te ontwikkelen. Je hoeft dit niet en
redt het nu ook wel - intrinsieke motivatie




Jurgen (6) heeft als doel gesteld om, nu hij naar de middenbouw gaat, zich socialer op te
stellen en nooit meer te pesten. Hij wil door het leven gaan als een allemansvriend. Hoe wordt
een dergelijk doel vanuit de Capability Theorie genoemd? Functies




3

, Hoorcollege 1B

Ouderschap =
• Life-event = onomkeerbare levensgebeurtenis
• Existentiële verandering = je bestaan wordt anders en raakt je gehele mens-zijn
• Beïnvloedt je gedrag en geest biologische en emotionele gebeurtenis met grote
psychologische betekenis
• Ouderschap is een proces dat in de loop van de tijd verandert en zich ontwikkelt




Transactioneel ontwikkelingsmodel
De omgeving beïnvloedt het kind maar tegelijkertijd beïnvloedt de kenmerken van het kind de
omgeving
omgeving van het kind reageert op het huilen en het huilen op de omgeving
complex dynamisch systeem
positieve -> 1 ding verandert kan de hele situatie veranderen, systeem kan keren
Dit systeem kan dus 2 kanten opgaan (positief & negatief)




4

Documentinformatie

Geüpload op
2 december 2024
Aantal pagina's
67
Geschreven in
2023/2024
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€4,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
StudentPedagogiek3
2,5
(2)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
StudentPedagogiek3 Hogeschool van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
7
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
8
Laatst verkocht
1 maand geleden
HvA Pedagogiek

2,5

2 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen