Theorie Fysiologie
Vanuit de Hoorcolleges, kennisclips, PowerPoint en Litratuur
Fysiotherapie leerjaar 1
,Inhoud
Fysiologie algemeen ...........................................................................................................................3
Cellen .................................................................................................................................................7
Weefsels ........................................................................................................................................... 14
Spiercontracties................................................................................................................................ 18
Hoorcollege fysiologie (spiervezel typen en energiesystemen) ........................................................ 22
Hoorcollege spierkracht ................................................................................................................... 27
VO2 max. .......................................................................................................................................... 35
Bloedsomloop 1, Hart en Hartfunctie ............................................................................................... 41
Bloedsomloop 2, Vaatsysteem ......................................................................................................... 46
Ademhaling ...................................................................................................................................... 51
Ademhaling ...................................................................................................................................... 52
Zenuwstelsel .................................................................................................................................... 56
Mobiliteit en stijfheid ....................................................................................................................... 97
Spijsvertering ................................................................................................................................. 101
, Fysiologie algemeen
Fysiologie= Wetenschap van het gezonde lichaam, hoe het werkt, hoe werken de spieren,
inspanningsfysiologie
Bijvoorbeeld bloedarmoede
- Zuurstof nodig voor de verbranding
- Hemoglobine in de rode bloedcellen
- Rode bloedcellen
- Te kort daaraan ?
- Hart moet sneller kloppen, vermoeid door ijzer en vitamine B12 te kort
- Resultaat is bleke huid en hart en vaat problemen
Waarom Pathologie als fysiotherapeut ?
- Weten welke symptomen waarbij horen
- Welke behandelingen
- Medische behandelingen
- Beloop van de ziekte, herstel of ziekte wordt steeds erger
- Complicaties
Wat is homeostase ?
Het vermogen van een organisme om de samenstelling van het milieu interieur constant te houden.
Met constant wordt bedoelde in zekere marge.
Het lichaam moet in evenwicht worden gehouden door het bloed rond te pompen bij koude en
warme tempratuur. Bij koudheid wordt het bloed gepompt naar de organen die het belangrijkste zijn.
Tempratuur wordt op genomen door de huid, vervolgens naar het hoofd die door geeft wat er moet
gaan gebeuren. Het gaan rillen om het warmer te krijgen.
De cel is de kleinste eenheid van het lichaam en moet zichzelf in leven houden door grondstoffen en
energie uit de omgeving te halen. Het interne milieu van een organisme wordt via homeostase
constant gehouden, waarbij bioconstanten zoals glucose concentratie, bloeddruk en
lichaamstempratuur binnen bepaalde grenzen worden gehandhaafd. Transportmechanismen en
regelsystemen zijn essentieel om veranderingen in het interne milieu op te vangen en te reguleren.
Verdeling
- Het lichaam bestaat voor 60% uit water, het water bevind zich in de cellen → 40% van de
lichaamsmassa, 20% bevindt zich extracellulair. Cellen worden omspoeld tot vloeistof. De
interstiiële vloeistof (15%) . Resterende 5% zit in het bloedplasma
- Sommige weefsels bevatten meer water dan andere.
➔ Hersenweefsel 80% water en 90% spierweefsel
- Gemiddelde watergehalte mannen = 63%
- Gemiddelde watergehalte vrouwen = 52%
, Organisatie niveaus
Het organisme is opgebouwd uit het volgende:
Organisme = levend wezen, dier, planten, mens
Orgaansysteem = Organen die samen werken (tractus)
Orgaan = Hart, longen, darmen, enzovoort
Weefsel = Een groep van dezelfde cellen, Bindweefsel, Spierweefsel
Cel = Voedingsstoffen opnemen
Organel = Suikers, glucose
Moleculen = Atomen die met elkaar verbonden zijn
Atoom = Water (H20), Koolstofdioxide (CO2), Zwavel waterstof (H2)
Cellen
- 50 tot 100 biljoen cellen in het lichaam
• Spiercellen
• Zenuwcellen
• Vetcellen
• Bloedcellen
• Huidcellen
• Energiecellen
Moleculen zijn bouwstenen
Vanuit de Hoorcolleges, kennisclips, PowerPoint en Litratuur
Fysiotherapie leerjaar 1
,Inhoud
Fysiologie algemeen ...........................................................................................................................3
Cellen .................................................................................................................................................7
Weefsels ........................................................................................................................................... 14
Spiercontracties................................................................................................................................ 18
Hoorcollege fysiologie (spiervezel typen en energiesystemen) ........................................................ 22
Hoorcollege spierkracht ................................................................................................................... 27
VO2 max. .......................................................................................................................................... 35
Bloedsomloop 1, Hart en Hartfunctie ............................................................................................... 41
Bloedsomloop 2, Vaatsysteem ......................................................................................................... 46
Ademhaling ...................................................................................................................................... 51
Ademhaling ...................................................................................................................................... 52
Zenuwstelsel .................................................................................................................................... 56
Mobiliteit en stijfheid ....................................................................................................................... 97
Spijsvertering ................................................................................................................................. 101
, Fysiologie algemeen
Fysiologie= Wetenschap van het gezonde lichaam, hoe het werkt, hoe werken de spieren,
inspanningsfysiologie
Bijvoorbeeld bloedarmoede
- Zuurstof nodig voor de verbranding
- Hemoglobine in de rode bloedcellen
- Rode bloedcellen
- Te kort daaraan ?
- Hart moet sneller kloppen, vermoeid door ijzer en vitamine B12 te kort
- Resultaat is bleke huid en hart en vaat problemen
Waarom Pathologie als fysiotherapeut ?
- Weten welke symptomen waarbij horen
- Welke behandelingen
- Medische behandelingen
- Beloop van de ziekte, herstel of ziekte wordt steeds erger
- Complicaties
Wat is homeostase ?
Het vermogen van een organisme om de samenstelling van het milieu interieur constant te houden.
Met constant wordt bedoelde in zekere marge.
Het lichaam moet in evenwicht worden gehouden door het bloed rond te pompen bij koude en
warme tempratuur. Bij koudheid wordt het bloed gepompt naar de organen die het belangrijkste zijn.
Tempratuur wordt op genomen door de huid, vervolgens naar het hoofd die door geeft wat er moet
gaan gebeuren. Het gaan rillen om het warmer te krijgen.
De cel is de kleinste eenheid van het lichaam en moet zichzelf in leven houden door grondstoffen en
energie uit de omgeving te halen. Het interne milieu van een organisme wordt via homeostase
constant gehouden, waarbij bioconstanten zoals glucose concentratie, bloeddruk en
lichaamstempratuur binnen bepaalde grenzen worden gehandhaafd. Transportmechanismen en
regelsystemen zijn essentieel om veranderingen in het interne milieu op te vangen en te reguleren.
Verdeling
- Het lichaam bestaat voor 60% uit water, het water bevind zich in de cellen → 40% van de
lichaamsmassa, 20% bevindt zich extracellulair. Cellen worden omspoeld tot vloeistof. De
interstiiële vloeistof (15%) . Resterende 5% zit in het bloedplasma
- Sommige weefsels bevatten meer water dan andere.
➔ Hersenweefsel 80% water en 90% spierweefsel
- Gemiddelde watergehalte mannen = 63%
- Gemiddelde watergehalte vrouwen = 52%
, Organisatie niveaus
Het organisme is opgebouwd uit het volgende:
Organisme = levend wezen, dier, planten, mens
Orgaansysteem = Organen die samen werken (tractus)
Orgaan = Hart, longen, darmen, enzovoort
Weefsel = Een groep van dezelfde cellen, Bindweefsel, Spierweefsel
Cel = Voedingsstoffen opnemen
Organel = Suikers, glucose
Moleculen = Atomen die met elkaar verbonden zijn
Atoom = Water (H20), Koolstofdioxide (CO2), Zwavel waterstof (H2)
Cellen
- 50 tot 100 biljoen cellen in het lichaam
• Spiercellen
• Zenuwcellen
• Vetcellen
• Bloedcellen
• Huidcellen
• Energiecellen
Moleculen zijn bouwstenen