Vraag 1
U bent advocaat en heeft een cliënt namens wie u een proces voert
tegen de Nederlandse staat wegens het schenden van haar recht op
een eerlijk proces. Welke van de onderstaand beweringen is juist?
a. Voordat u een proces tegen Nederland kunt beginnen bij het
Internationaal Strafhof moet u eerst de in Nederland beschikbare
nationale rechtsmiddelen uitputten.
b. Voordat u een proces tegen Nederland kunt aanvangen bij het
Internationaal Gerechtshof moet u eerst de in Nederland
beschikbare nationale rechtsmiddelen uitputten.
c. Voordat u een proces tegen Nederland kunt aanvangen bij het
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap moet u eerst de
in Nederland beschikbare nationale rechtsmiddelen uitputten.
d. Voordat u een proces tegen Nederland kunt aanvangen bij het
EHRM moet u eerst de in Nederland beschikbare nationale
rechtsmiddelen uitputten.
Vraag 2
Beoordeel de juistheid van de volgende twee stellingen met betrekking
tot de bronnen van het internationaal recht:
I. Regels van verdragenrecht gaan voor op regels van Ius cogens.
II. ‘Nieuwe’ regels van verdragenrecht gaan voor op ‘oudere’ regels van
gewoonterecht.
a. I en II zijn onjuist.
b. I en II zijn juist.
c. I is onjuist en II is juist.
d. I is juist en II is onjuist.
Vraag 3
Welke van de onderstaande beweringen is juist aangaande het
juridische karakter van besluiten van internationale organisaties?
a. Besluiten van internationale organisaties zijn in de regel juridisch
bindend.
b. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties kan juridisch
bindende besluiten nemen ten aanzien van het behoud van de
internationale vrede en veiligheid.
U bent advocaat en heeft een cliënt namens wie u een proces voert
tegen de Nederlandse staat wegens het schenden van haar recht op
een eerlijk proces. Welke van de onderstaand beweringen is juist?
a. Voordat u een proces tegen Nederland kunt beginnen bij het
Internationaal Strafhof moet u eerst de in Nederland beschikbare
nationale rechtsmiddelen uitputten.
b. Voordat u een proces tegen Nederland kunt aanvangen bij het
Internationaal Gerechtshof moet u eerst de in Nederland
beschikbare nationale rechtsmiddelen uitputten.
c. Voordat u een proces tegen Nederland kunt aanvangen bij het
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap moet u eerst de
in Nederland beschikbare nationale rechtsmiddelen uitputten.
d. Voordat u een proces tegen Nederland kunt aanvangen bij het
EHRM moet u eerst de in Nederland beschikbare nationale
rechtsmiddelen uitputten.
Vraag 2
Beoordeel de juistheid van de volgende twee stellingen met betrekking
tot de bronnen van het internationaal recht:
I. Regels van verdragenrecht gaan voor op regels van Ius cogens.
II. ‘Nieuwe’ regels van verdragenrecht gaan voor op ‘oudere’ regels van
gewoonterecht.
a. I en II zijn onjuist.
b. I en II zijn juist.
c. I is onjuist en II is juist.
d. I is juist en II is onjuist.
Vraag 3
Welke van de onderstaande beweringen is juist aangaande het
juridische karakter van besluiten van internationale organisaties?
a. Besluiten van internationale organisaties zijn in de regel juridisch
bindend.
b. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties kan juridisch
bindende besluiten nemen ten aanzien van het behoud van de
internationale vrede en veiligheid.