THEMA 1: (W)AARDEVOL
Aardrijkskundige vragen:
- wat?
- waar?
- wanneer?
- waarom (daar)?
- wie?
- hoe?
Het ruimtelijk referentiekader:
Component Wat doe je?
lokalisatie - ligging van een plaats bepalen
- situeren in de eigen leefomgeving en daarbuiten
- ruimtelijk wereldbeeld opbouwen
plaatsbegrip - plaats beschrijven
- gelijkenissen en verschillen tussen plaatsen beschrijven
ruimtelijke - ontleden en verklaren
processen - patronen herkennen
ruimtelijke - ruimtelijke relaties leggen
interacties - interacties verklaren/onderzoeken
ruimtelijke - waarnemen
technieken - terreinwerk
- bronmateriaal gebruiken
- GIS-gebruiken
7 deelsystemen van de aarde:
1. de kosmos → alles wat buiten de aardse atmosfeer bevindt en invloed heeft op
systeem aarde
2. de atmosfeer → de gaslaag tot ruim 1000 km boven het aardoppervlak
3. de hydrosfeer → het water op de aarde
4. de cryosfeer → bevroren water op aarde
5. de biosfeer → alle levende organismen
6. de noösfeer → het menselijke handelen en bewustzijn
7. de geosfeer → de lithosfeer en andere inwendige sferen van de aarde, mineralen,
gesteenten, magma
, THEMA 2: STERRENSTOF
Beweging sterrenstelsels en heelal:
Zwaartekracht:
- geeft vorm aan het heelal
- universele kracht die ervoor zorgt dat alle materie tot elkaar wordt aangetrokken
- Isaac Newton schreef deze wet in de 17de eeuw.
→ zonder zwaartekracht: alles van aardoppervlak zou loskomen, de maan zou niet
verbonden blijven met de aarde
Wat wisten Einstein, Hubble en Lemaitre over het heelal:
- Het heelal is veranderlijk en dijt uit (niet statisch)
- het kan op natuurlijke wijze inkrimpen of uitzetten
- Nevels zijn sterrenstelsels, deze bewegen weg van de aarde
→ Het is niet de beweging zelf die wordt waargenomen, ze bewegen niet echt van elkaar
weg, er komt meer ruimte tussen hen.
Rood/blauwverschuiving:
Dopplereffect → toename (of afname) van de frequentie van geluid, licht of andere golven
als de bron en waarnemer naar elkaar toe (of van elkaar af) bewegen.
Toon van geluid hoger = korte golf
Toon van geluid daalt = lange golf
Lichtbron beweegt naar de waarnemer toe (korte golf) → blauwverschuiving
Lichtbron beweegt van de waarnemer weg (lange golf) → roodverschuiving
Bigbang:
- Het heelal dat 13,8 miljard jaar geleden ontstaan is
- uit een klein en heet punt dat niet visueel voor te stellen is
Oerknal staat dus voor het ontstaan en uitzetten van de ruimte en tijd zelf, dit gebeurt
overal ter gelijk.
Oerknal stap voor stap:
1. 13,8 miljard jaar geleden →heelal was onvoorstelbaar klein, ook heet omdat alles zo
dicht op elkaar zit.
2. doordat heelal begint uit te zetten → afkoelen
3. door het afkoelen → eerste materiedeeltjes worden gevormd
4. blijft verder uitzetten → intensiteit van botsingen tussen materiedeeltjes neemt af →
atomen (bouwstenen van alles)
5. na 100 à 200 miljoen jaar → eerste sterren en sterrenstelsels worden gevormd
6. na 9 miljard jaar → zon en aarde ontstaan
7. moderne mens → 200.000 jaar geleden
Sterren: