Studiestof
2019-2020
Bachelor jaar 2
Melissa Edens
6349366
,Inhoud
Werkcollege 1: Beschrijvende statistiek.................................................................3
1.6 Types of variables......................................................................................... 3
1.9 Populations and samples............................................................................... 3
1.10 Types of statistical procedures....................................................................3
2.2 Summarizing data......................................................................................... 4
2.3 Empirical frequency distributions..................................................................4
2.4 Tables............................................................................................................ 4
2.5 Diagrams....................................................................................................... 4
2.5.1 Categorical data...................................................................................... 5
2.5.2 Numerical data........................................................................................ 5
2.6 Numerical measures...................................................................................... 5
Centrummaten................................................................................................. 6
Spreidingsmaten.............................................................................................. 6
3.2 Probability..................................................................................................... 6
3.3 Probability distributions................................................................................. 7
3.4 Discrete probability distributions...................................................................7
3.5 Continuous probability distributions..............................................................8
De normale verdeling....................................................................................... 8
Werkcollege 2: Betrouwbaarheidsintervallen en toetsingstheorie........................10
4.2 Distinction between sample and population................................................10
4.3 Statistical inference..................................................................................... 10
4.4 Sampling distribution of the mean..............................................................10
4.5 Confidence interval for a mean...................................................................11
4.6 Sampling distribution of the proportion.......................................................11
4.7 Confidence interval for a proportion............................................................12
6.2 Introduction................................................................................................. 12
6.3 Basic concepts of hypothesis testing..........................................................12
6.4 Type I and type II errors.............................................................................. 13
6.5 Distinction between statistica land biological significance..........................13
6.6 Confidence interval approach to hypothesis testing...................................13
Werkcollege 3: Toetsen met metingen in klassen/categorieën............................14
9.3 Testing a hypothesis about a single proportion...........................................14
9.4 Comparing two proportions: independent groups.......................................14
9.5 Testing associations in an r*c cintingency table..........................................15
Werkcollege 4: Toetsen met continue metingen..................................................17
, 7.2 Requirements for hypothesis tests for comparing menas...........................17
7.3 One sample t-test........................................................................................ 17
7.4 Two sample t-test........................................................................................ 17
Werkcollege 5: Vergelijken van herhaalde (afhankelijke) metingen.....................19
7.5 Paired t-test................................................................................................. 19
9.6 Comparing two proportions: paired observations........................................19
Werkcollege 6: Toetsingsoverzicht en beoordelen literatuur................................21
16.2 Introduction............................................................................................... 21
16.3 What is EBVM?........................................................................................... 21
16.4 Why has EBVM developed?.......................................................................21
16.5 What is involved in practising EBVM?........................................................21
, Werkcollege 1: Beschrijvende statistiek
1.6 Types of variables
Een variabele is een eigenschap of kenmerk die waarden aan kan nemen die
verschillen per individu of groep. Voorbeelden hiervan zijn gewicht, lengte,
worpgrootte etc.
Er zijn verschillende soorten variabelen:
- Categorische variabele (qualitative)
o Nominale schaal
o Ordinale schaal
- Numerieke variabele (quantative)
o Discrete schaal (discontinuous)
o Continue schaal
Categorische variabele
Bij de categorische variabele behoor je als individu tot één van twee of meer
categorieën. Een binaire variabele heeft maar twee categorieën, zoals zwanger
en niet zwanger. De nominale schaal houdt in dat de categorieën die de
variabelen definiëren ongeordend zijn en elk een naam toegewezen kunnen
worden, zoals vachtkleur. De ordinale schaal houdt in dat de categorieën waaruit
de variabele bestaat een soortwat intrinsieke volgorde hebben, zoals BCS, mate
van beweeglijkheid etc. Deze schaal krijgt vaak een nummer van 1 tot n.
Numerieke variabele
Een numerieke variabele bestaat uit numerieke waarden op een goed
gedefinieerde schaal. De discrete schaal houdt in dat gegevens alleen bepaalde
hele getallen kunnen hebben, zoals worpgrootte. De continue schaal houdt in dat
gegevens theoretisch gezien alle waarden aan kunnen nemen, zoals hoogte,
gewicht etc.
1.9 Populations and samples
Een populatie omvat alle representatieven/vertegenwoordigers van een bepaalde
groep. Je wilt een steekproef nemen die voldoende groot is om een representatief
beeld te kunnen geven van de populatie. Een populatie kan een echte groep zijn,
die eindig is, of een hypothetische groep, die oneindig is.
Om een representatief steekproef te nemen moet er random geselecteerd
worden van alle mogelijke leden van de gehele populatie, dus per kans. Als dit
niet mogelijk is doordat de onderzochte ziekte bijvoorbeeld zeldzaam is wil je een
steekproef nemen die een ware afspiegeling is van de populatie waar je in
geïnteresseerd bent. Om een dier in een groep in te delen moet dit randomised
gebeuren zodat je de groepen met elkaar kunt vergelijken. Dit kan je doen door
gebruik te maken van een random getallenreeks.
1.10 Types of statistical procedures
Er zijn twee soorten statistiek.
Beschrijvende statistiek gebruik je om een dataset te reduceren tot hapbare
proporties. Hieruit kan je dan diagrammen maken, evenals tabellen.
Inferentiële statistiek maakt gebruik van het proces van statistieke inferentie,
waarbij je van het steekproef naar de populatie generaliseert. Je kunt hierdoor
dus conclusies trekken die betrekking hebben op de populatie op basis van het
steekproef die je hebt onderzocht.