Fagocytose:
1.Chemotaxis
2.Opname door cel
3.Vorming fagosoom
4.Fusie phagosoom met lysosoom (fagolysoom)
5.Vertering
6.Onverteerbaar materiaal
7.Exocytose
Samenvatting
1
,Aangeboren afweer:
Eerste verdedigingslijn: Fysieke barrières zoals de huid en slijmvliezen die pathogenen
tegenhouden. Ook mechanische barrières zoals urinestroom en luchtstroom helpen infecties te
voorkomen. Normale flora remt de groei van ziekteverwekkers.
Fagocytose: Het opeten van pathogenen door macrofagen en granulocyten (zoals neutrofielen), die
snel reageren op infecties.
Ontsteking: Wordt geactiveerd door macrofagen die ontstekingssignalen (zoals TNF-α, IL-1) afgeven
om andere immuuncellen aan te trekken. Dit veroorzaakt roodheid, zwelling, pijn, en warmte bij de
infectiebron.
Complement systeem: Eiwitten die pathogenen aanvallen en immuuncellen ondersteunen.
Verworven afweer:
Humorale immuniteit: B-cellen produceren antilichamen die pathogenen neutraliseren.
Cellulaire immuniteit: T-cellen, waaronder helper T-cellen (TH) en cytotoxische T-cellen (TC), die
geïnfecteerde cellen vernietigen of het immuunsysteem coördineren.
Antigenpresentatie: Cellen presenteren antigenen aan T-cellen om een gerichte immuunrespons te
initiëren.
Boodschapperstoffen:
Cytokines (zoals TNF-α en IL-1) en chemokines communiceren tussen immuuncellen en helpen
ontstekingen te reguleren. Histamine speelt een cruciale rol bij het verwijden van bloedvaten tijdens
ontstekingen.
Leukotrienen/prostaglandines zijn betrokken bij de ontstekingsrespons en vasodilatatie.
Fagocytoseproces:
Chemotaxis: Immune cellen worden aangetrokken door ontstekingssignalen.
Fagocytose: Pathogenen worden opgenomen in fagosomen, samengevoegd met lysosomen voor
vertering.
Oxidatieve burst: Elektronen worden gepompt in het fagolysosoom, wat leidt tot de productie van
toxische stoffen zoals waterstofperoxide en waterstofhypochloriet die de pathogenen doden.
Lymfesysteem:
Het lymfatische systeem vervoert vetten en vitaminen, voert overtollig weefselvocht af, en speelt een
sleutelrol in de immuunrespons door ziekteverwekkers te detecteren en immuuncellen te activeren in
lymfeklieren.
Interleukines:
IL-2 stimuleert T-celproliferatie en geheugen.
2
, IL-4 bevordert de Th2-differentiatie, wat de humorale respons ondersteunt.
IL-6 stimuleert Th17-differentiatie en ontstekingsreacties.
IL-10 remt ontstekingsreacties.
IL-12 bevordert Th1-differentiatie voor de bestrijding van intracellulaire pathogenen.
IL-17 speelt een rol in ontstekingsreacties, vooral bij infecties en auto-immuniteit.
Ontsteking:
Ontsteking is een reactie op infecties, gekarakteriseerd door roodheid, zwelling, pijn en warmte. Het
heeft als doel het verwijderen van infectiebronnen, het inperken van infectie en weefselherstel.
Immuunherkenning:
PAMPs (Pathogen-Associated Molecular Patterns) zijn moleculen die typisch zijn voor pathogenen,
zoals LPS (bij gram-negatieve bacteriën) en viraal RNA.
PRRs (Pattern Recognition Receptors), zoals TLRs, herkennen PAMPs en DAMPs (Damage-
Associated Molecular Patterns) en initiëren een immuunrespons
Leerdoelen
De student kent en begrijpt de functies van de onderdelen die behoren tot het aangeboren immuunsysteem
Het aangeboren immuunsysteem is de eerste verdedigingslinie van het lichaam tegen ziekteverwekkers en
werkt snel en zonder specifieke herkenning van indringers. De belangrijkste functies van de onderdelen zijn:
1. Fysieke en chemische barrières: Huid, slijmvliezen, en lichaamsvloeistoffen (zoals speeksel en
maagzuur) voorkomen het binnendringen van pathogenen.
2. Fagocyterende cellen:
a. Macrofagen: Slokken indringers op en breken ze af (fagocytose), en helpen bij weefselherstel.
b. Neutrofielen: Sterk fagocyterend en belangrijk in de vroege fase van ontsteking, vooral bij
bacteriële infecties.
3. Granulocyten:
a. Basofielen: Betrokken bij allergische reacties en het vrijmaken van histamine.
b. Eosinofielen: Aanvallen parasieten en produceren toxische stoffen tegen hen.
4. Natuurlijke Killercellen (NK-cellen): Doden geïnfecteerde of afwijkende cellen door het herkennen
van afwezigheid van bepaalde moleculen.
5. Ontstekingsmediatoren: Stoffen zoals cytokines en histamine, die ontstekingsreacties aansturen en
cellen naar de infectieplek aantrekken.
Dit systeem werkt snel, maar zonder geheugen, en herkent algemene kenmerken van pathogenen via
receptoren zoals Toll-Like Receptoren (TLRs).
De student kent en begrijpt de mechanismen van de aangeboren immuunrespons
3