Inhoud
Meerkeuzevragen...................................................................................................................................1
Open vragen...........................................................................................................................................2
Casusvraag..............................................................................................................................................2
Meerkeuzevragen (15 vragen)................................................................................................................2
Open vragen (9 vragen)..........................................................................................................................4
Antwoorden............................................................................................................................................5
Meerkeuzevragen
1. Wat is een belangrijk doel van commercieel beleid?
A. Het verbeteren van productkwaliteit
B. Het onderzoeken van klanten, concurrenten, en commerciële cijfers
C. Het beheren van de goederestroom binnen een bedrijf
D. Het vaststellen van financiële doelen
2. Wat hoort NIET bij de 6 P’s van de retailmix?
A. Personeel
B. Promotie
C. Planvorming
D. Product
3. Wat is het verschil tussen een kleinwinkelbedrijf en een grootwinkelbedrijf?
A. De hoeveelheid winkels en het aantal werknemers
B. De winst die zij genereren
C. De regio waarin ze opereren
D. Het soort producten dat ze verkopen
4. Wat is een kenmerk van convenience goods?
A. Ze worden vaak gekocht zonder veel na te denken
B. Ze vereisen een hoge mate van service
C. Ze zijn uniek en consumenten weten vooraf welk merk ze willen
D. Ze worden vaak gekocht tijdens feestdagen
, Open vragen
6. Beschrijf de fasen van een koopbeslissingsproces
7. Wat is het verschil tussen fieldresearch en deskresearch? Geef een voorbeeld van elk type
onderzoek.
8. Leg uit wat omnichannel betekent en hoe het verschilt van crosschannel.
Casusvraag
9. Stel je voor dat je een nieuwe supermarkt opent.
o Welke elementen van de winkelformule zou je gebruiken om je winkel uniek te
maken?
o Noem ten minste twee USP’s die je zou kiezen en licht toe waarom deze aantrekkelijk
zijn voor je doelgroep.
Meerkeuzevragen (15 vragen)
1. Wat is het doel van marktonderzoek?
A. Het verbeteren van producten
B. Het analyseren van trends en het ontwikkelen van ideeën
C. Het verminderen van kosten
D. Het controleren van financiële doelen
2. Welke functie hoort bij commercieel beleid?
A. Logistieke planning
B. Het onderzoeken van concurrentie en trends
C. Het managen van personeelsbeleid
D. Het vaststellen van budgetten
3. Wat is de functie van een groothandel in de retailketen?
A. Het direct leveren aan consumenten
B. Het vervoeren van artikelen naar winkels
C. Het beheren van online verkopen
D. Het creëren van marketingcampagnes