Kinderfysiotherapie: hoofdstuk 6
Kwantitatieve ontwikkeling:
- Het bereiken van mijlpalen
Kwalitatieve ontwikkeling:
- Ontwikkeling van leeftijdsspecifieke houdings- en
bewegingspatronen en reacties
HC Kinderfysiotherapie: motometrie + motoscopie
Motorische ontwikkeling: ‘Motorische ontwikkeling bestaat
uit de veranderingen in motorisch gedrag die de interactie van
het rijpende organisme in zijn omgeving reflecteert’
- Grof motorische ontwikkeling
Rollen, lopen, springen etc.
- Fijn motorische ontwikkeling
Arm- handfunctie: reiken, grijpen, loslaten, manipuleren
Revalidatie: Medische zorg gericht op het voorkomen,
terugbrengen of genezen van (te verwachten) gevolgen voor
mensen met een blijvend lichamelijk of cognitief letsel, om
deze weer zo goed mogelijk te laten functioneren
Wat is motorische ontwikkeling?
- De ontwikkeling van motoriek van pasgeborene tot..
- Volgens een herkenbaar, vaststaand patroon
- Fysiologische spreiding
- Verschilt p.p.; genetische-, biologische-, omgevings- en culturele factoren kunnen invloed hebben
Van 0 tot 2 jaar
- Grootste ontwikkeling in motoriek
Motorische basisvaardigheden; rollen, zitten, kruipen, staan en lopen; kwantitatieve ontw.
- Duidelijk; volgens herkenbaar patroon
- Verhoudingsgewijs weinig spreiding
Primaire variabiliteit: persoonsgebonden eigenschappen in relatie tot omgeving. Motorische planningen
die individueel en uniek zijn. Het kind zal de activiteiten steeds op een andere manier uitvoeren
Primitieve reflexen: aangeboren reflexen lokale stereotiep activiteit, onafhankelijk van de wil, als
reactie op een externe prikkel
Primitief: heeft betrekking op de leeftijd waarin reacties kunnen worden uitgelokt.
In het algemeen vanaf de geboorte of een korte tijd daarna
,Kwantiteit van bewegen (motometrie)
- Geeft een indruk van de motoriek in relatie tot kalenderleeftijd
- Mijlpalen
4 weken
Het hoofd hangt
Geen vast punt van het lichaam
16 weken
Hoofd stabiel, Symmetrische houding
Reiken – grijpen
28 weken
Rolt, Zit en staat met steun
40 weken
Zit zonder steun, zelf zitten vanuit lig
Kruipt, Gaat staan
52 weken
Loopt aan één hand+ zijwaarts langs meubels
18 maanden
Loopt los + Gaat zelf weer zitten vanuit stand
Kwaliteit van bewegen (motoscopie)
- Beoordeling van de manier waarop een vaardigheid wordt uitgevoerd
- D.m.v. observeren en beschrijven
- Vragen: hoe verloopt een beweging en waarom verloopt een beweging zo
- Ontwikkeling van houding en motoriek van de extremiteiten +romp
0-3 maanden
Totale flexie romp
Het hoofd kan even worden opgetild
Rompextensie alleen cervicaal
Adductie- flexiepatroon van de benen
3-4 maanden
Extensie van de romp tot halverwege de scapulae
Abductie- flexiepatroon armen en benen
4-5 maanden
Extensie van de romp thoraco-lumbaal
Abductie-extensiepatroon van de armen
en abductie-flexiepatroon van de benen
5-6 maanden
Extensie van de romp is volledig (buiklig)
Het bekken blijft op de onderlaag
Abductie- extensiepatroon van de armen
En abductie-extensie patroon van de benen
7-8 maanden
Abductie- extensie patroon van de armen
En abductie-extensiepatroon van de benen
Rompextensie is volledig
Het kind kan rollen (rotatie)
Kruisen van de middellijn
, HC 2 kinderfysiotherapie: reflexen en houdingsreacties
Prenatale reflexontwikkeling:
- Aanwezig bij de geboorte of ontwikkelen zich kort daarna
- Gedurende en beperkte periode bij een kind op de wekken
- Worden onderdrukt en maken plaats voor bewust (corticaal) reageren
- Blijven bestaan van deze reflexen kan pathologisch zijn
- Competents for survival at birth: deze reflexen moeten aanwezig zijn om overleven van de
zuigeling mogelijk te maken
Zoekreflex
Inhibitie: rond 4 maanden
Zuig- en slikreflex
Aanwezig: 3 maanden, daarna willekeurig
Afwezig: 6 maanden
Moro-reflex: schrikreflex
Extensie/ abductie armen, gevolgd door adductie van de armen
Huilen
o Inhibitie rond 3 maanden
o Moro wordt vervangen door volwassen schrikreactie
(ophalen schouders, dichtknijpen, ogen afwenden van gevaar)
- Competents for development after birth: deze reflexen gaan over in bewust handelen
Grijpreflex
Plantair reflex: aanraken voetzolen geeft flexie tenen
Palmair reflex: krachtig, flexie van vingers richting stimulans
Inhibitie: palmair rond 3 maanden, plantair rond 10 maanden
Asymmetrische Tonische Nek Reflex (ATNR)
Rotatie van het hoofd vanuit symmetrische houding geeft:
o extensie van de arm en been aan de kant van het gezicht
o flexie van de arm en been aan de kant van het achterhoofd
Begin oog-hand coördinatie
Inhibitie rond 4-5 maanden
Parachutereflex
Snelle beweging voorover zorgt voor strekken van de benen en armen met het spreiden
van de vingers
Reflex verdwijnt niet
- Restgroep: restanten van foetaal motorisch gedrag en reflexen als gevolg van onrijpend van het
zenuwstelsel
Symmetrische Tonische Nek Reflex (STNR)
Verdeling lichaam in bovenste/ onderste helft die tegengesteld werken
Helpt mee met kruipontwikkeling: inhibitie rond 10e maand na geboorte
o Naar achter bewegen van het hoofd geeft extensie armen en flexie knieën
o Voorover bewegen van het hoofd geeft flexie ellebogen en extensie benen
Babinski reflex
Strekken grote teen
Naar buiten bewegen overige tenen
Tegenovergestelde reactie van plantaire grijpreflex
Inhibitie rond leeftijd loslopen