Scheikunde samenvatting
1.3, 1.4 & H3
1.3
Significant cijfer: Cijfer in een meetwaarde dat, gezien de nauwkeurigheid van het
meetinstrument, gebruikt mag worden. Significante cijfers gelden alleen voor meetwaarden, niet
voor telwaarden. Bij afronding moet je rekening houden met het aantal significante cijfers.
Je bepaalt het aantal significante cijfers van een meetwaarde altijd door het aantal cijfers in de
meetwaarde te tellen. Je doet dat van links naar rechts en begint bij het eerste cijfer anders dan
0. De nullen aan het eind tellen mee als significante cijfers. Het aantal significante cijfers van
een gemeten afstand van 0,002 30 m is dus drie.
Meetwaarde: Wanneer bij een proef een meting drie keer wordt uitgevoerd, moeten de drie
gemeten waarden worden opgeteld en gedeeld door drie om de gemiddelde meetwaarde te
berekenen. Een meetwaarde is gebaseerd op een meting en bevat altijd onzekerheid. De lengte
van een tafel is 1,25 m (3 significante cijfers).
Telwaarde: Natuurlijk geheel getal met een oneindige significantie, bedoeld om een aantal weer
te geven. Een telwaarde is exact en bevat geen onzekerheid (je kan het tellen). Er zijn precies 12
eieren in een dozijn.
Massapercentage (massa%): Getal dat aangeeft hoeveel
procent van de massa van een mengsel bestaat uit een
bepaalde stof in dat mengsel.
Ppm: parts per million, oftewel één op de miljoen (106).
Ppb: Parts per billion, oftewel één op de miljard (109).
Volumepercentage: Getal dat aangeeft hoeveel procent van
het volume van een mengsel bestaat uit een bepaalde stof in dat mengsel.
De concentratie geeft aan hoeveel van een bepaalde stof in een liter oplossing aanwezig is. De
concentratie kun je bijvoorbeeld uitdrukken in gram per liter (g L−1) of molair (M). De concentratie
van een oplossing, uitgedrukt in mol per liter, wordt de molariteit genoemd. Molariteit wordt
veel gebruikt voor stoffen in oplossing of in de gasfase.
Om de molariteit weer te geven, zet je de formule van de stof tussen rechte haken. Ook kan de
grootheid concentratie, c, worden gebruikt. Zo geldt voor de stof A dat:
[A] = c(A) = n/V
➢ [A] de molariteit van deeltje A in mol per liter (mol L−1) of in M (molair);
➢ c(A) de concentratie van deeltje A in mol per liter (mol L−1) of in M (molair);
➢ n de chemische hoeveelheid in mol;
➢ V het volume in liter (L).
, 1.4
Wet van behoud van massa: Wetmatigheid dat er in een chemische reactie geen massa
verloren gaat of ontstaat.
Als je de reactievergelijking kloppend maakt en de coëfficiënten gelijk zet:
(1) C6H12O6 : (6)O2 : (6)CO2 : (6)H2O is dus 1 : 6 : 6 : 6.
Uit de reactievergelijking kun je de molverhouding bepalen. Uit de molverhouding en de
chemische hoeveelheid van een van de reactanten kun je de grootheden van andere reactanten
berekenen.
Dit wordt de stoichiometrische verhouding genoemd, ook wel aangeduid met molverhouding.
Stoichiometrische of molverhouding: Aantalsverhouding waarin moleculen in een
reactievergelijking met elkaar reageren.
Stappenplan rekenen aan reacties:
1. Geef de reactievergelijking
2. Bereken de chemische hoeveelheid van de gegeven stof
3. Bereken de chemische hoeveelheid van de gevraagde stof
4. Reken de chemische hoeveelheid om naar de gevraagde grootheid en eenheid
5. Controleer de significantie
Voorbeeld:
Een auto rijdt op benzine. Neem als molecuulformule voor benzine C8H18(l). .
Bereken de massa zuurstof in kg die nodig is voor de volledige verbranding van 1,00 kg benzine in
een automotor.
Gegevens
m(C8H18)= 1,00 kg
Gevraagd
m(O2)= ? kg
Uitwerking
Stap 1: geef de reactievergelijking
2 C8H18(l) + 25 O2(g) → 16 CO2(g) + 18 H2O(g)
Stap 2: bereken de chemische hoeveelheid van de gegeven stof
M(C8H18)= 8 × 12,01 + 18 × 1,008 = 114,22 g mol−1
1,00 kg = 1,00∙103 g
n = mM, dus n(C8H18) = 1,00·103144,22= 8,755 mol
Stap 3: bereken de chemische hoeveelheid van de gevraagde stof
De molverhouding in de reactievergelijking is:
n(C8H18) : n(O2) : n(CO2) : n(H2O) = 2 : 25 : 16 : 18, dus:
n(O2) = 252× 8,755 = 109,4 mol
Stap 4: reken de chemische hoeveelheid om naar de gevraagde grootheid en eenheid
M(O2) = 2 × 16,00 = 32,00 g mol−1
n = mM, dus 109,4 = m32,00, dus m(O2) = 109,4 × 32,00 = 3502 g = 3,502 kg O2(g)
1.3, 1.4 & H3
1.3
Significant cijfer: Cijfer in een meetwaarde dat, gezien de nauwkeurigheid van het
meetinstrument, gebruikt mag worden. Significante cijfers gelden alleen voor meetwaarden, niet
voor telwaarden. Bij afronding moet je rekening houden met het aantal significante cijfers.
Je bepaalt het aantal significante cijfers van een meetwaarde altijd door het aantal cijfers in de
meetwaarde te tellen. Je doet dat van links naar rechts en begint bij het eerste cijfer anders dan
0. De nullen aan het eind tellen mee als significante cijfers. Het aantal significante cijfers van
een gemeten afstand van 0,002 30 m is dus drie.
Meetwaarde: Wanneer bij een proef een meting drie keer wordt uitgevoerd, moeten de drie
gemeten waarden worden opgeteld en gedeeld door drie om de gemiddelde meetwaarde te
berekenen. Een meetwaarde is gebaseerd op een meting en bevat altijd onzekerheid. De lengte
van een tafel is 1,25 m (3 significante cijfers).
Telwaarde: Natuurlijk geheel getal met een oneindige significantie, bedoeld om een aantal weer
te geven. Een telwaarde is exact en bevat geen onzekerheid (je kan het tellen). Er zijn precies 12
eieren in een dozijn.
Massapercentage (massa%): Getal dat aangeeft hoeveel
procent van de massa van een mengsel bestaat uit een
bepaalde stof in dat mengsel.
Ppm: parts per million, oftewel één op de miljoen (106).
Ppb: Parts per billion, oftewel één op de miljard (109).
Volumepercentage: Getal dat aangeeft hoeveel procent van
het volume van een mengsel bestaat uit een bepaalde stof in dat mengsel.
De concentratie geeft aan hoeveel van een bepaalde stof in een liter oplossing aanwezig is. De
concentratie kun je bijvoorbeeld uitdrukken in gram per liter (g L−1) of molair (M). De concentratie
van een oplossing, uitgedrukt in mol per liter, wordt de molariteit genoemd. Molariteit wordt
veel gebruikt voor stoffen in oplossing of in de gasfase.
Om de molariteit weer te geven, zet je de formule van de stof tussen rechte haken. Ook kan de
grootheid concentratie, c, worden gebruikt. Zo geldt voor de stof A dat:
[A] = c(A) = n/V
➢ [A] de molariteit van deeltje A in mol per liter (mol L−1) of in M (molair);
➢ c(A) de concentratie van deeltje A in mol per liter (mol L−1) of in M (molair);
➢ n de chemische hoeveelheid in mol;
➢ V het volume in liter (L).
, 1.4
Wet van behoud van massa: Wetmatigheid dat er in een chemische reactie geen massa
verloren gaat of ontstaat.
Als je de reactievergelijking kloppend maakt en de coëfficiënten gelijk zet:
(1) C6H12O6 : (6)O2 : (6)CO2 : (6)H2O is dus 1 : 6 : 6 : 6.
Uit de reactievergelijking kun je de molverhouding bepalen. Uit de molverhouding en de
chemische hoeveelheid van een van de reactanten kun je de grootheden van andere reactanten
berekenen.
Dit wordt de stoichiometrische verhouding genoemd, ook wel aangeduid met molverhouding.
Stoichiometrische of molverhouding: Aantalsverhouding waarin moleculen in een
reactievergelijking met elkaar reageren.
Stappenplan rekenen aan reacties:
1. Geef de reactievergelijking
2. Bereken de chemische hoeveelheid van de gegeven stof
3. Bereken de chemische hoeveelheid van de gevraagde stof
4. Reken de chemische hoeveelheid om naar de gevraagde grootheid en eenheid
5. Controleer de significantie
Voorbeeld:
Een auto rijdt op benzine. Neem als molecuulformule voor benzine C8H18(l). .
Bereken de massa zuurstof in kg die nodig is voor de volledige verbranding van 1,00 kg benzine in
een automotor.
Gegevens
m(C8H18)= 1,00 kg
Gevraagd
m(O2)= ? kg
Uitwerking
Stap 1: geef de reactievergelijking
2 C8H18(l) + 25 O2(g) → 16 CO2(g) + 18 H2O(g)
Stap 2: bereken de chemische hoeveelheid van de gegeven stof
M(C8H18)= 8 × 12,01 + 18 × 1,008 = 114,22 g mol−1
1,00 kg = 1,00∙103 g
n = mM, dus n(C8H18) = 1,00·103144,22= 8,755 mol
Stap 3: bereken de chemische hoeveelheid van de gevraagde stof
De molverhouding in de reactievergelijking is:
n(C8H18) : n(O2) : n(CO2) : n(H2O) = 2 : 25 : 16 : 18, dus:
n(O2) = 252× 8,755 = 109,4 mol
Stap 4: reken de chemische hoeveelheid om naar de gevraagde grootheid en eenheid
M(O2) = 2 × 16,00 = 32,00 g mol−1
n = mM, dus 109,4 = m32,00, dus m(O2) = 109,4 × 32,00 = 3502 g = 3,502 kg O2(g)