§1.1 Geluidstrillingen
Iets wat geluid maakt heet een geluidsbron. Geluid ontstaat als iets snel
heen en weer beweegt in de geluidsbron.
Als een geluidstrilling zich door de lucht verplaatst is de lucht het medium
(de tussenstof) dit is nodig om de geluidstrilling door te geven. Een
geluidstrilling die wordt doorgegeven, heet een geluidsgolf.
Als een geluidsgolf je oor bereikt gaar de trommelvlies in je oor meetrillen
met de moleculen in de lucht. Het oor is de ontvanger van het geluid.
De geluidssnelheid is de tijd die een golf nodig heeft om de afstand tussen
de geluidsbron en de ontvanger af te leggen. De geluidssnelheid is
afhankelijk van het medium waar de geluidsgolf zich voortbeweegt en is
ook afhankelijk van de Temperatuur (T).
Geluidssnelheid formule voor snelheid:
v= geluidssnelheid in m/s
v=s/t
s= afgelegde afstand in m
t= tijd in s
, §1.2 Eigenschappen van geluidstrillingen
In een uitwijking-tijddiagram oftewel (u,t) diagram van de trilling, word het
geluidssignaal omgezet in een elektrisch signaal, Dit noem je een
oscillogram.
De duur van één trilling is de trillingstijd. Het aantal trillingen per seconde,
is de frequentie, de frequentie druk je uit in de eenheid hertz (Hz).
De formule voor de frequentie van een trilling:
f= frequentie in Hz
f=1/T
T= trillingstijd in s
Hoe hoger de frequentie van een geluidstrilling is , hoe hoger de toon is
die je hoort.
De amplitude is de maximale uitwijking van een trilling. Hoe groter de
amplitude, hoe harder de toon klinkt.
Geluiden die bestaan uit één frequentie heten zuivere tonen. Een
gesproken woord bestaat uit verschillende tonen en dus uit verschillende
frequenties, deze frequenties vormen een samengestelde toon.