Hoofdstuk 13 Aangrijpingspunt van de behandeling (||):
interventies die direct of indirect de emotionele betekenis van de
US/UR-representatie herevalueren
13.2 Generieke interventies die de betekenis van de US/UR-
representatie rechtstreeks herevalueren
De interventies die hieronder worden besproken zijn ontwikkeld voor
verschillende doelen en kunnen verschillend worden toegepast. Eén van
die doelen is het beïnvloeden van de betekenis van de US/UR-
representatie.
13.2.1 Het gedachtenrapport
Wat is het? – algemene beschrijving
Men inventariseert de disfunctionele opvattingen van de patiënt, vraagt
naar argumenten die deze opvatting ondersteunen en tegenspreken en
tracht o.b.v. alle verzamelde argumenten tot een formulering van een
meer afgewogen functionele opvatting te komen.
Het gedachtenrapport moet worden opgevolgd door
experimentiele interventies, waarbij de patiënt ook gaat voelen
wat hij al weet.
Wanneer gebruik je het? – indicatie
Bij het onderzoeken van allerlei soorten opvattingen.
Hoe doe je het? – procedure
Zie uitleg par. 12.2.1.
Er wordt nu gevraagd naar intrinsieke disfunctionele opvattingen.
Hoe werkt het? – proces
Door geloofwaardige functionele opvattingen binnen een therapeutische
context herhaaldelijk te activeren, kan er bij de patiënt ruimte ontstaan
om die functionele opvattingen ook meer geloofwaardig te gaan vinden.
‘Langzaam denken’ wordt gestimuleerd en dit kan de
geloofwaardigheid mogelijk verder laten toenemen.
Er is weinig onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het
gedachtenrapport op zichzelf. Het gedachtenrapport wordt gecombineerd
met meer ervaringsgerichte methoden als gedragsexperimenten of
imaginaire technieken.
13.2.2 Meerdimensionaal evalueren
Wat is het? – algemene beschrijving
Het is toegespitst op specifieke disfunctionele cognitieve patronen.
, Sommige patiënten hebben de neiging om zichzelf of de wereld om hen
heen te beoordelen op grond van slechts één aspect, waarbij andere
relevante aspecten niet in de beoordeling worden meegenomen. (Zwart-
wit/dichotoom/alles of niets denken).
Meerdimensionaal evalueren helpt de patiënt om zijn eenzijdige
manier van interpreteren door te breken door juist meer aandacht te
geven aan de multidimensionaliteit van door hem als problematisch
ervaren situaties en gebeurtenissen. Het maakt onderdeel uit van diverse
bewezen effectieve cognitieve behandelmethoden.
Wanneer gebruik je het? – indicatie
De denkstijl wordt vaak gezien bij patiënten met dwangmatige of
borderline persoonlijkheidsstoornis.
Interventie wordt ingezet wanneer in de loop van therapie is gebleken dat
patient door selectieve waarneming de zaken te negatief beoordeelt en
wanneer wordt verwacht dat verbreding van dat perspectief zal leiden tot
een realistischer en functioneel oordeel.
Soms baseert de patient zijn globale eigenwaarde op slechts een enkel
levensgebied waarin hij onvoldoende functioneert, bijvoorbeeld in de rol
als (slechte) vader. Meerdimensionaal evalueren door ook andere rollen en
taken in de globale zelfbeoordeling te betrekken, kan helpen om het
zelfbeeld minder negatief in te schatten. Vervolgens kunnen hieruit
actieplannen en vaardigheidsoefeningen uit ontstaan.
Hoe doe je het? – procedure
Er volgt een eenvoudig toepasbaar en effectief gebleken 5-stappenplan:
Stap 1: de inhoud van de te onderzoeken dimensie wordt bepaald. Dit
oordeel moet kort, krachtig en absoluut worden geformuleerd. Op basis
daarvan wordt een tegenovergestelde evaluatie vastgesteld. De laatste
uitspraak is het onderwerp van de verdere stappen.
Stap 2: de score van de patiënt op deze dimensie wordt bepaald door
beide uitspraken als eindpunten van een dimensie op een schaal te zetten
en de patiënt te laten aangeven waar hij zichzelf ziet op de schaal. Dit
wordt aangegeven in percentages.
Stap 3: de onderliggende dimensies van de te beoordelen competenties
worden bepaald. Samen met de patiënt worden eigenschappen,
kenmerken, feiten en gedragingen bepaald die relevant zijn voor de
onderzochte rol of eigenschap. Er mogen geen grote, globale dimensies
worden gekozen.
Stap 4: de scores op de onderliggende dimensies worden bepaald. Aan
iedere dimensie wordt een aparte evaluatieschaal gekoppeld. Er wordt