1. Een medewerker weigert een opdracht omdat deze in strijd is met zijn persoonlijke
waarden. Welke ethische stroming sluit het beste aan bij deze situatie?
A) Teleologische ethiek
B) Deontologische ethiek
C) Utilitarisme
D) Existentialisme
2. Een arts besluit een zeldzaam geneesmiddel te gebruiken voor één patiënt in plaats
van het te delen tussen tien patiënten, omdat dit de meeste levensjaren oplevert.
Welke ethiek past hierbij?
A) Deugdethiek
B) Consequentialisme
C) Deontologische ethiek
D) Zorgethiek
3. Een manager neemt een beslissing op basis van wat een goede leider volgens hem
zou doen, in plaats van het directe resultaat van zijn keuze. Welke filosofie
weerspiegelt dit?
A) Existentialisme
B) Teleologische ethiek
C) Deugdethiek
D) Utilitarisme
4. Een samenleving besluit wetten in te stellen om gelijkheid te bevorderen, zonder dat
iemand weet welke sociale positie ze zelf innemen. Welk concept past hier het beste
bij?
A) Volkssoevereiniteit
B) Veil of ignorance (Rawls)
C) Sociale contracttheorie (Hobbes)
D) Alteriteit (Levinas)
5. Iemand doneert anoniem een groot bedrag aan een goed doel. Welke stroming
benadrukt het intrinsiek goede van deze actie?
A) Utilitarisme
B) Deontologische ethiek
C) Consequentialisme
D) Zorgethiek
6. In een debat wordt aangevoerd dat het opleggen van universele morele waarden een
vorm van culturele overheersing kan zijn. Welke filosofie biedt een alternatief?
A) Moreel universalisme
, B) Moreel relativisme
C) Zorgethiek
D) Deugdethiek
7. Een leerling helpt een klasgenoot met huiswerk, omdat hij dit zou willen als de rollen
omgedraaid waren. Welke ethiek sluit hierop aan?
A) Utilitarisme
B) Categorische imperatief (Kant)
C) Existentialisme
D) Consequentialisme
8. Een bedrijf stelt richtlijnen in voor duurzaamheid, maar houdt rekening met de
economische impact op werknemers. Welke ethiek past hierbij?
A) Utilitarisme
B) Zorgethiek
C) Teleologische ethiek
D) Deontologische ethiek
9. Een politicus stelt dat het moreel verkeerd is om te liegen, zelfs als de waarheid
vertellen negatieve gevolgen heeft. Welke stroming volgt hij?
A) Deontologische ethiek
B) Utilitarisme
C) Consequentialisme
D) Teleologische ethiek
10. Welke filosoof zou waarschijnlijk bepleiten dat vrijheid pas volledig bereikt wordt
wanneer mensen bewust verantwoordelijkheid nemen voor hun keuzes?
A) Sartre
B) Arendt
C) Foucault
D) Kant
11. Een project wordt beoordeeld op basis van de vraag of het maximale plezier en
minimale pijn heeft opgeleverd. Welke theorie wordt gebruikt?
A) Hedonisme
B) Existentialisme
C) Utilitarisme
D) Zorgethiek
12. Een kind wordt geleerd om zich moreel goed te gedragen door te kijken naar de
intenties achter een handeling, ongeacht de uitkomst. Welke stroming sluit hierbij
aan?
A) Consequentialisme
B) Deontologische ethiek
, C) Teleologische ethiek
D) Existentialisme
13. Een filosoof stelt dat macht niet repressief is, maar een positieve kracht kan zijn die
individuen vormt. Wie is dit?
A) Arendt
B) Foucault
C) Nietzsche
D) Rawls
14. Een vrijwilliger stelt dat hij zorgt voor ouderen omdat dit het juiste is om te doen,
niet omdat het hem voldoening geeft. Welke stroming verklaart dit?
A) Utilitarisme
B) Deontologische ethiek
C) Existentialisme
D) Zorgethiek
15. Een student kiest een carrièrepad niet vanwege sociale druk, maar omdat het
aansluit bij zijn persoonlijke waarden. Welke filosofie wordt weerspiegeld?
A) Utilitarisme
B) Existentialisme
C) Deontologische ethiek
D) Zorgethiek
16. Een organisatie wil dat werknemers empathisch handelen en relaties opbouwen met
klanten. Welke ethiek wordt hier toegepast?
A) Consequentialisme
B) Zorgethiek
C) Deugdethiek
D) Utilitarisme
17. Een gemeenschap besluit de rechten van een individu te beperken om de
meerderheid te beschermen. Welke ethische theorie ondersteunt dit?
A) Deugdethiek
B) Consequentialisme
C) Deontologische ethiek
D) Zorgethiek
18. Wat betekent vrijheid volgens Isaiah Berlin’s concept van negatieve vrijheid?
A) Vrijheid van inmenging door anderen
B) Vrijheid om jezelf te ontplooien
C) Vrijheid van economische beperkingen
D) Vrijheid om wetten te stellen
, 19. Welke filosofische theorie verklaart dat ethiek draait om het ontwikkelen van
karaktereigenschappen, zoals moed en matigheid?
A) Utilitarisme
B) Deugdethiek
C) Consequentialisme
D) Existentialisme
20. Een onderzoeker merkt op dat mensen geneigd zijn naar bevestiging van hun
bestaande overtuigingen te zoeken in plaats van ze uit te dagen. Welke denker past
hierbij?
A) Popper
B) Kuhn
C) Nietzsche
D) Foucault