Samenvatting sociaal zekerheidsrecht
Week 1:
Waarborgfunctie vangnet dat sociale en economische zekerheid
garandeert
Activeringsfuctie stimuleren maatschappij actief deel te nemen aan de
arbeidsmarkt of samenleving
Solidariteitsbeginsel de maatschappij zorgt voor elkaar
Sociale verzekeringen er wordt maandelijks premie betaald
(werkeloosheidswet)
Sociale voorzieningen algemene middelen (kinderbijslag)
Rechtsbescherming
Geen verplichte procesvertegenwoordiging
Bestuursrecht (besluit door een bestuursorgaan waartegen een
belanghebbende in bezwaar/beroep kan gaan)
Kinderbijslag
Geen inkomenseis/vermogenstoets
Geen premie, dus een sociale voorziening
Uitgevoerd door sociale verzekeringsbank art 14 AKW
Bedragen verschillend per leeftijd art 12 AKW
In sommige gevallen recht op dubbele kinderbijslag in geval van
ziekte/topsport art 7 lid 6 J.O 7a AKW
Voorwaarden kinderbijslag
Behoren tot kring van verzekerden art 6 AKW
Een kind wat jonger is dan 18 jaar art 7 AKW
Kind dat behoort tot huishouding/door hem wordt onderhouden
art 7 AWK
- Bij uitwonend kind bestaat het recht op kinderbijslag wanneer de
ouders het kind onderhouden (betalen huur/levenskosten)
minimaal 512 euro per kwartaal art 5 BUK
(Kind dat 16-17 jaar is) startkwalificatie, art 7 lid 2 AKW
Beëindiging kinderbijslag
- Overlijden kind
- 16-17-jarig kind dat spijbelt/geen startkwalificatie heeft art 7 lid 3
AKW
- Kind woont in het buitenland art 7b lid 1 AKW (uitzondering: lid 2
en 3)
Kindgebondenbudget
Sociale voorziening, dus inkomensafhankelijk en vermogenstoets
Uitgevoerd door belastingdienst art 5 lid 1 Wkb
, Uitgezonderd kind 16-17 die spijbelt/geen startkwalificatie art 2
lid 1 WKB
Niet boven vermogens/inkomensgrens
Hoogte art 1 en 2 WKB
Alleenstaande ouderkop verhoging kindgebondenbuget (art 2 lid 6
WKB)
Informtieverplichtig wijzigingen gezinssituatie (art 15 AKW)
controlevoorschriften op verzoek verschijnen kantoor (art 16 AKW)
Week 2:
WW
- Uitvoering door UWV
- Werkgevers betalen premie, dus sociale uitkering
Voorwaarden WW-uitkering (3 maanden WW-basis met eventuele 4-uit-5-
eis)
1. Werknemer zijn art 3-5 WW,
2. Werkloos zijn art 16 lid 1 sub a & b (relevant uren verlies en
beschikbaar voor passend werk)
3. Voldoen aan referte-eis art 17 lid 1 WW (minimaal 26
kalenderweken hebben gewerkt uit 36 kalender weken onmiddellijk
voorafgaand de eerste dag van werkeloosheid)
4. Geen uitsluitingsgrond art 19 WW (bijvoorbeeld gedetineerden)
Ingangsdatum recht op uitkering bestaat wanneer de opzegtermijn is
verstreken (art 19 lid 3 WW)
Duuruitkering (max 24 maanden)
Voldaan aan 4 vereisten basisuitkering 3 maanden
Voldaan aan 4-uit-5-eis art 42 WW
- Voor 2013 werknemer moet in de 5 kalenderjaren voorafgaand
het jaar waarin de eerste dag van werkeloosheid is gelegen
minimaal over 52 dagen loon hebben ontvangen
- Na 2013 werknemer moet in de 5 kalenderjaren voorafgaand het
jaar waarin de eerste dag van werkeloosheid is gelegen minimaal
over 208 uren loon hebben ontvangen
Hoofdregel was: 1 jaar = 1 maand verlenging
Vanaf 2016 een maand werken, ½ maand uitkering (LET OP:
eerste 10 jaar 1 maand opbouw)
Arbeidsverleden
Fictief voor 1 januari 1998 kreeg je voor elk levensjaar een maand
WW-uitkering, hierna moest je daadwerkelijk gewerkt hebben (art 42
lid 6 sub c WW)
Feitelijk aantal jaren na 1998 en voor 2013 waarin per jaar
minimaal 52 dagen een uurloon is ontvangen (art 42 lid 6 sub b) &
aantal jaren na 2013 waarin over minimaal 208 uren loon is
ontvangen (art 42 lid 6 sub a)
Week 1:
Waarborgfunctie vangnet dat sociale en economische zekerheid
garandeert
Activeringsfuctie stimuleren maatschappij actief deel te nemen aan de
arbeidsmarkt of samenleving
Solidariteitsbeginsel de maatschappij zorgt voor elkaar
Sociale verzekeringen er wordt maandelijks premie betaald
(werkeloosheidswet)
Sociale voorzieningen algemene middelen (kinderbijslag)
Rechtsbescherming
Geen verplichte procesvertegenwoordiging
Bestuursrecht (besluit door een bestuursorgaan waartegen een
belanghebbende in bezwaar/beroep kan gaan)
Kinderbijslag
Geen inkomenseis/vermogenstoets
Geen premie, dus een sociale voorziening
Uitgevoerd door sociale verzekeringsbank art 14 AKW
Bedragen verschillend per leeftijd art 12 AKW
In sommige gevallen recht op dubbele kinderbijslag in geval van
ziekte/topsport art 7 lid 6 J.O 7a AKW
Voorwaarden kinderbijslag
Behoren tot kring van verzekerden art 6 AKW
Een kind wat jonger is dan 18 jaar art 7 AKW
Kind dat behoort tot huishouding/door hem wordt onderhouden
art 7 AWK
- Bij uitwonend kind bestaat het recht op kinderbijslag wanneer de
ouders het kind onderhouden (betalen huur/levenskosten)
minimaal 512 euro per kwartaal art 5 BUK
(Kind dat 16-17 jaar is) startkwalificatie, art 7 lid 2 AKW
Beëindiging kinderbijslag
- Overlijden kind
- 16-17-jarig kind dat spijbelt/geen startkwalificatie heeft art 7 lid 3
AKW
- Kind woont in het buitenland art 7b lid 1 AKW (uitzondering: lid 2
en 3)
Kindgebondenbudget
Sociale voorziening, dus inkomensafhankelijk en vermogenstoets
Uitgevoerd door belastingdienst art 5 lid 1 Wkb
, Uitgezonderd kind 16-17 die spijbelt/geen startkwalificatie art 2
lid 1 WKB
Niet boven vermogens/inkomensgrens
Hoogte art 1 en 2 WKB
Alleenstaande ouderkop verhoging kindgebondenbuget (art 2 lid 6
WKB)
Informtieverplichtig wijzigingen gezinssituatie (art 15 AKW)
controlevoorschriften op verzoek verschijnen kantoor (art 16 AKW)
Week 2:
WW
- Uitvoering door UWV
- Werkgevers betalen premie, dus sociale uitkering
Voorwaarden WW-uitkering (3 maanden WW-basis met eventuele 4-uit-5-
eis)
1. Werknemer zijn art 3-5 WW,
2. Werkloos zijn art 16 lid 1 sub a & b (relevant uren verlies en
beschikbaar voor passend werk)
3. Voldoen aan referte-eis art 17 lid 1 WW (minimaal 26
kalenderweken hebben gewerkt uit 36 kalender weken onmiddellijk
voorafgaand de eerste dag van werkeloosheid)
4. Geen uitsluitingsgrond art 19 WW (bijvoorbeeld gedetineerden)
Ingangsdatum recht op uitkering bestaat wanneer de opzegtermijn is
verstreken (art 19 lid 3 WW)
Duuruitkering (max 24 maanden)
Voldaan aan 4 vereisten basisuitkering 3 maanden
Voldaan aan 4-uit-5-eis art 42 WW
- Voor 2013 werknemer moet in de 5 kalenderjaren voorafgaand
het jaar waarin de eerste dag van werkeloosheid is gelegen
minimaal over 52 dagen loon hebben ontvangen
- Na 2013 werknemer moet in de 5 kalenderjaren voorafgaand het
jaar waarin de eerste dag van werkeloosheid is gelegen minimaal
over 208 uren loon hebben ontvangen
Hoofdregel was: 1 jaar = 1 maand verlenging
Vanaf 2016 een maand werken, ½ maand uitkering (LET OP:
eerste 10 jaar 1 maand opbouw)
Arbeidsverleden
Fictief voor 1 januari 1998 kreeg je voor elk levensjaar een maand
WW-uitkering, hierna moest je daadwerkelijk gewerkt hebben (art 42
lid 6 sub c WW)
Feitelijk aantal jaren na 1998 en voor 2013 waarin per jaar
minimaal 52 dagen een uurloon is ontvangen (art 42 lid 6 sub b) &
aantal jaren na 2013 waarin over minimaal 208 uren loon is
ontvangen (art 42 lid 6 sub a)