Samenvatting Logisch & Kritisch denken
H1 Kritisch denken, een eerste verkenning
Kritisch denken: informatie niet zonder meer accepteren, je gaat zorgvuldig na of er tegen een
uitspraak iets valt in te brengen.
Een conclusie uit redeneringen kan geldig of ongeldig zijn.
Enkelvoudige structuur 1 standpunt 1 argument = redenering
Vb: A1C1 / A1A1 (= tweede stukje is waar het vandaan komt). verwijst naar het argument.
H2 Argument en conclusie
Een argument wordt gebruikt om een conclusie te onderbouwen.
Ook kan een argument gebruikt worden om een standpunt te ondersteunen.
Een redenering bestaat minimaal uit twee onderdelen.
Een signaalwoord helpt duidelijk te maken dat het in een zin gaat om een redenering. Ook kun je
signaalwoorden in een zin plaatsen om erachter te komen of het een redenering is.
Standpunt na: dus, derhalve, daarom, daaruit volgt
Argument na: want, omdat, immers, aangezien
Andere termen die worden gebruikt:
argument = premisse
standpunt/conclusie = stelling = gevolgtrekking
redenering = argumentatie
H3 Redeneringen ontleden
Argumentatiestructuren:
enkelvoudig: standpunt met één argument
meervoudig: standpunt met meerdere argumenten
nevenschikkend: standpunt met argumenten die onafhankelijk zijn van elkaar
onderschikkend: standpunt met argumenten die een relatie onderling; standpunt kan al
onderuit gehaald worden door een argument te weerleggen
complex: combinatie van nevenschikkende en onderschikkende argumenten
Contra-argumenten ondersteunen het standpunt niet maar vullen het aan. (Tegen argumenten).
Notatie argumentatiestructuren:
Aannames = staan niet letterlijk in de tekst, altijd: als, dan. (algemeen). (Je, men, etc. algemeen).
Na: want, komt het argument.
H4 Logisch denken I: geldige en ongeldige conclusie
Logisch geldige redeneringen: de conclusie volgt uit de argumenten.
(Syllogismen: uitspraken over groepen, klassen, verzamelingen of eigenschappen worden gekoppeld
aan bijzondere gevallen zoals een bepaald individu. Het bestaat uit twee argumenten, premissen, en
een conclusie). = overslaan
conditionele redenering als P, dan Q
H1 Kritisch denken, een eerste verkenning
Kritisch denken: informatie niet zonder meer accepteren, je gaat zorgvuldig na of er tegen een
uitspraak iets valt in te brengen.
Een conclusie uit redeneringen kan geldig of ongeldig zijn.
Enkelvoudige structuur 1 standpunt 1 argument = redenering
Vb: A1C1 / A1A1 (= tweede stukje is waar het vandaan komt). verwijst naar het argument.
H2 Argument en conclusie
Een argument wordt gebruikt om een conclusie te onderbouwen.
Ook kan een argument gebruikt worden om een standpunt te ondersteunen.
Een redenering bestaat minimaal uit twee onderdelen.
Een signaalwoord helpt duidelijk te maken dat het in een zin gaat om een redenering. Ook kun je
signaalwoorden in een zin plaatsen om erachter te komen of het een redenering is.
Standpunt na: dus, derhalve, daarom, daaruit volgt
Argument na: want, omdat, immers, aangezien
Andere termen die worden gebruikt:
argument = premisse
standpunt/conclusie = stelling = gevolgtrekking
redenering = argumentatie
H3 Redeneringen ontleden
Argumentatiestructuren:
enkelvoudig: standpunt met één argument
meervoudig: standpunt met meerdere argumenten
nevenschikkend: standpunt met argumenten die onafhankelijk zijn van elkaar
onderschikkend: standpunt met argumenten die een relatie onderling; standpunt kan al
onderuit gehaald worden door een argument te weerleggen
complex: combinatie van nevenschikkende en onderschikkende argumenten
Contra-argumenten ondersteunen het standpunt niet maar vullen het aan. (Tegen argumenten).
Notatie argumentatiestructuren:
Aannames = staan niet letterlijk in de tekst, altijd: als, dan. (algemeen). (Je, men, etc. algemeen).
Na: want, komt het argument.
H4 Logisch denken I: geldige en ongeldige conclusie
Logisch geldige redeneringen: de conclusie volgt uit de argumenten.
(Syllogismen: uitspraken over groepen, klassen, verzamelingen of eigenschappen worden gekoppeld
aan bijzondere gevallen zoals een bepaald individu. Het bestaat uit twee argumenten, premissen, en
een conclusie). = overslaan
conditionele redenering als P, dan Q