Geneeskunde
Welke psychische functies zijn er?
1.Cognitieve functies (denken)
Wat valt allemaal onder cognitieve functies?
- bewustzijn
- aandacht
- oriëntatie
- geheugen
- intellectuele functies
het geheugen heeft drie vermogens:
1.inprenting = opnemen en opbergen
2. retentie=opslaan
3. reproductie=ophalen
voorbeelden van intellectuele functies:
- Oordeelsvermogen
- Ziekte-inzicht
- Abstractievermogen
- Executieve functies (plannen, ingewikkelde handelingen)
- Intelligentie
- Taal
- Rekenen
- Voorstelling
- Waarneming
- zelfwaarneming
2.functies (voelen)
Affectieve functies bevatten alle kort- of langdurende emoties,
gemoedstoestanden en gevoelens, voor zover de laatste niet van zintuigelijke
origine zijn.
Verschil tussen stemming en affect:
stemming affect
langdurige gemoedstoestand kortdurende emotie
niet waarneembaar waarneembaar
subjectieve, innerlijke ervaring reactie op ervaringen
3.Conatieve functies (willen en doen)
Wat valt er onder conatieve functies?
- psychomotoriek (non-verbale en verbale motoriek)
- motivatie
Drift: is bedwingbaar en onder controle menselijke wil
Drang: is onbedwingbaar komt voort uit onbedwingbare neiging
Dwang: is onbedwingbaar maar zorgt ook niet voor lustbeleving (drang wel)
- wilsleven (bepaald door besluitvaardigheid en wilskracht)
,Welke psychische functiestoornissen zijn er?
Stoornissen in de cognitieve functies:
- verlaagd of verhoogd bewustzijn
- wisselend bewustzijn
- verhoogde aandacht (angst)
- verminderde aandacht (depressie)
- desoriëntatie
- amnestisch syndroom = stoornis van het gehele geheugen. Er is zowel een
inprentingsstoornis als van een stoornis van zowel het korte- als van het
langetermijngeheugen.
- amnesie = geheugendefect voor bepaalde gebeurtenis of periode. Veroorzaakt
door hersenletsel, ziekte, stress of psychotrauma
(anterograde amnesie geen herinneringen maken na de trauma ;
retrograde amnesie geen herinneringen aan situaties voorafgaand aan de
trauma)
- manief
- dementie
- laag of hoog oordeelsvermogen
- motorische en sensorische afasie (afasie = het niet meer goed functioneren
van het taalgebruik)
- herbeleving van negatieve ervaringen (PTSS)
- illusie, hallucinatie, schizofrenie/psychose
- fantoompijn
- formele denkstoornis (stoornis in vorm of verloop van denken)
- inhoudelijke denkstoornis ( stoornis in de inhoud van het denken)
Stoornissen in de affectieve functies:
- depressie
- manisch
- affectlabiliteit = sterke schommeling in uiting van gevoelens
- affectincontinentie (onvrijwillige en onbedwingbare uiting van emoties)
Stoornissen in de conatieve functies:
- apraxie (je kan geen handelingen uitvoeren)
- afasie (taalstoornis)
- automutilatie = zelfbeschadiging
- autisme
- narcisme
Psychische stoornissen en de DSM 5
classificatie:
DSM-V:
- classificatiesysteem
- volgorde van ontstaan in
ontwikkeling
- 20 groepen op basis van een
ontwikkelingsperspectief
, Wat zijn de verschillende aspecten van angst?
Er bestaan twee soorten angst. Reële angst en niet-reële angst. Reële angst is
nuttig en zorgt ervoor dat je alert bent op gevaar. Niet-reële angst ervaart men
op momenten dat er geen direct gevaar is. Wanneer je situaties gaat vermijden
waarin je angst voelt en wanneer je er meer dan 2/3 uur per dag mee bezig bent
is het een angststoornis.
Bij angst is er een verhoogde activiteit van het hormoon amygdala. Amygdala
kent emoties toe aan waarnemingen en zorgt voor verhoging van adrenaline,
ademhaling, hartslag, spierspanning en trillen. Bij een angststoornis is de
activiteit sterk verhoogd en dooft de prefrontale cortex de aangeleerde
angstreacties niet goed uit waardoor het alleen maar heftiger wordt.
Er zijn verschillende soorten angststoornissen:
- specifieke fobie = aanhoudende angst voor een bepaald object of situatie
- sociale angststoornis = aanhoudende angst voor sociale situaties
- paniekstoornis = herhaalde angstaanvallen
- gegeneraliseerde angststoornis = aanhoudende angst die niet samenhangt
met een bepaald object of situatie
Welke angststoornissen zijn er volgens de DSM-5?
- Separatieangststoornis bang om gescheiden te worden van bv. ouders
- Selectief mutisme alleen praten in vertrouwde omgeving, anders zwijgen
- Specifieke fobie
- Sociale angststoornis bang voor reactie van andere mensen/kritiek
- Paniekstoornis
- Agorafobie pleinvrees, angst die ontstaat wanneer je op drukke plekken komt
- Gegeneraliseerde angststoornis (GAS) meer dan 6 maanden continu angstig
zonder reden
- Angst door somatische aandoening ziekte of middelengebruik
- Anticipatie angst bank zijn voor het krijgen van een nieuwe paniekaanval,
bang voor wat er gaat gebeuren in bepaalde situatie
Verder wordt er onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire angst.
Bij primaire angst is angst het hoofdkenmerk. Bij secundaire angst is de angst
een onderdeel van een andere psychiatrische stoornis zoals bijvoorbeeld een
depressie, psychose of delier.
Welke behandelingen zijn er tegen angststoornissen?
Specifieke fobie:
- Cognitieve gedragstherapie
Sociale angststoornis:
- cognitieve gedragstherapie
- sociale vaardigheidstraining
- mindfulness
- ACT (Acceptance and Commitment Therapie)
- benzodiazepinen (kalmerende, rustgevende en ontspannende werking)