Hoofdstuk 1
Vervoer: de verplaatsing van goederen of personen. Kan beschouwd worden als een
economische activiteit.
Verkeer: is de beweging van verplaatsingsmiddelen.
Modaliteit: is de verzameling van alle vrachtauto’s of alle treinen etc.
Alle soorten modaliteiten:
1. Via de weg: vrachtauto
2. Over water: Schip
3. Per spoor: Trein
4. Door de lucht: Vliegtuig
5. Door een pijpleiding
Infrastructuur: De weg waarover het vervoer plaats vindt.
Voor het vervoer zijn drie elementen van belang wat het vervoersysteem genoemd wordt:
1. De goederen zelf
2. De verplaatsingsmiddelen waarmee de goederen verplaatst worden.
3. Infrastructuur.
Deze drie elementen gelden zowel voor goederenvervoer als personenvervoer. Bij
personenvervoer zijn de reizigers de lading.
, Omdat er vraag ontstaat naar producten ontstaat er ook vraag naar vervoer om de
producten bij de afnemer te krijgen. Vervoer kan zich ontwikkelen op grond van de volgende
kenmerken:
Geografische heterogeniteit: Oorsprong van grondstoffen, de productie van goederen en de
consumptie vinden meestal niet op dezelfde locatie plaats. Denk aan de ijzererts uit Australië
die gebruikt wordt in China.
De moderne industrie: produceren op grote schaal wat vervolgens richting consument
vervoerd moet worden. Het is voor fabrieken goedkoper om veel te produceren, dus neemt
het formaat van fabrieken toe en de aantallen verschillende fabrieken af.
Specialisatie in de productie: Een fabriek produceert steeds meer exemplaren van minder
productsoorten. Hierbij zijn ook schaalvoordelen te behalen.
Deelgebieden van logistieke keten zijn distributie, inkoop- en productielogistiek.
Inkooplogistiek: wordt gekeken naar een efficiënt inkoopbeleid, dus waar het optimum
gevonden kan worden tussen de bestelkosten en de voorraadkosten.
Productielogistiek: wordt gekeken naar een efficiënte en doelmatige indeling van de
goederenstroomdoor de productieprocessen.
Distributielogistiek: wordt er gekeken naar transport, voorraadbeheer, locatie en inrichting
van de magazijnen en distributiecentra.
De goederenvervoermarkt is een markt waar het te verhandelen goed “de capaciteit om te
verplaatsen” is. Eigenlijk is dit meer een dienst omdat er niet letterlijk een goed verhandeld
wordt.
Verlader is een partij in de logistieke keten die goederen vervoerd wil hebben. Vaak is dit de
producent van de goederen; soms is de ontvanger de verlader. Hierover wordt
onderhandeld, dus de prijs is sterk afhankelijk van de capaciteiten die beschikbaar zijn.
Vervoerder is bijvoorbeeld de transportonderneming die de goederen van A naar B vervoert.
De omvang van het goederenvervoer kunnen we op twee manieren meten:
1. Het vervoerde gewicht, meestal uitgedrukt in tonnen.
2. De vervoerprestatie, uitgedrukt in de tonkilometer (de vermenigvuldiging van de
vervoerde tonnen met de vervoerafstand).
Vervoer: de verplaatsing van goederen of personen. Kan beschouwd worden als een
economische activiteit.
Verkeer: is de beweging van verplaatsingsmiddelen.
Modaliteit: is de verzameling van alle vrachtauto’s of alle treinen etc.
Alle soorten modaliteiten:
1. Via de weg: vrachtauto
2. Over water: Schip
3. Per spoor: Trein
4. Door de lucht: Vliegtuig
5. Door een pijpleiding
Infrastructuur: De weg waarover het vervoer plaats vindt.
Voor het vervoer zijn drie elementen van belang wat het vervoersysteem genoemd wordt:
1. De goederen zelf
2. De verplaatsingsmiddelen waarmee de goederen verplaatst worden.
3. Infrastructuur.
Deze drie elementen gelden zowel voor goederenvervoer als personenvervoer. Bij
personenvervoer zijn de reizigers de lading.
, Omdat er vraag ontstaat naar producten ontstaat er ook vraag naar vervoer om de
producten bij de afnemer te krijgen. Vervoer kan zich ontwikkelen op grond van de volgende
kenmerken:
Geografische heterogeniteit: Oorsprong van grondstoffen, de productie van goederen en de
consumptie vinden meestal niet op dezelfde locatie plaats. Denk aan de ijzererts uit Australië
die gebruikt wordt in China.
De moderne industrie: produceren op grote schaal wat vervolgens richting consument
vervoerd moet worden. Het is voor fabrieken goedkoper om veel te produceren, dus neemt
het formaat van fabrieken toe en de aantallen verschillende fabrieken af.
Specialisatie in de productie: Een fabriek produceert steeds meer exemplaren van minder
productsoorten. Hierbij zijn ook schaalvoordelen te behalen.
Deelgebieden van logistieke keten zijn distributie, inkoop- en productielogistiek.
Inkooplogistiek: wordt gekeken naar een efficiënt inkoopbeleid, dus waar het optimum
gevonden kan worden tussen de bestelkosten en de voorraadkosten.
Productielogistiek: wordt gekeken naar een efficiënte en doelmatige indeling van de
goederenstroomdoor de productieprocessen.
Distributielogistiek: wordt er gekeken naar transport, voorraadbeheer, locatie en inrichting
van de magazijnen en distributiecentra.
De goederenvervoermarkt is een markt waar het te verhandelen goed “de capaciteit om te
verplaatsen” is. Eigenlijk is dit meer een dienst omdat er niet letterlijk een goed verhandeld
wordt.
Verlader is een partij in de logistieke keten die goederen vervoerd wil hebben. Vaak is dit de
producent van de goederen; soms is de ontvanger de verlader. Hierover wordt
onderhandeld, dus de prijs is sterk afhankelijk van de capaciteiten die beschikbaar zijn.
Vervoerder is bijvoorbeeld de transportonderneming die de goederen van A naar B vervoert.
De omvang van het goederenvervoer kunnen we op twee manieren meten:
1. Het vervoerde gewicht, meestal uitgedrukt in tonnen.
2. De vervoerprestatie, uitgedrukt in de tonkilometer (de vermenigvuldiging van de
vervoerde tonnen met de vervoerafstand).