Maatschappijwetenschappen
Hoofdstuk 7
Institutionalisering = Het proces waarbij een complex van waarden en min of meer
geformaliseerde regels vastgelegd wordt in standaard gedragspatronen, die het gedrag van
mensen en hun onderlinge relaties reguleren
Passief kiesrecht -> recht om te stemmen
Actief kiesrecht -> recht om je verkiesbaar te stellen
Verzuilde samenleving = samenleving die is opgedeeld in levensbeschouwelijke en sociaal
economische groepen
-Liberalen -Katholieke
-Socialisten -Protestanten
Bij verzuiling was men gezagsgetrouw aan de leider van het zuil
Kerken en verenigingen waren socialisatoren die veel invloed hadden op de vorming van de
identiteit van jongeren. De overheid nam een terughoudende rol aan. In totalitaire staten
heeft de staat veel invloed, veel minder vrijheid in het bepalen van opvoeding
Kostwinnersgezin -> vader zorgt voor het inkomen (kostwinner). Moeder zorgt voor het
huishouden en kinderen
-> Kenmerkt zich aan ongelijke verdeling van macht
Bij een groot verschil van macht noem je het een bevelshuishouden
Ontwikkelingen na de 2e wereldoorlog:
-Economische groei
-Babyboom (mensen wouden gezin met eigen woning)
-Opbouw/ uitbreiding van de verzorgingsstaat
Vrouwen waren tot 1957 handelingsonbekwaam. Man besloot alles
Nadelen institutionalisering:
-We zijn vanuit regels gaan redeneren
-Mensen zijn minder flexibel in een onderling gesprek tot een oplossing te komen
Voordelen institutionalisering:
-Gedrag van mensen wordt voorspelbaar
Door mobiliteit en groeiende media ontstond ontzuiling
Democratisering = proces van verandering van macht en gezagsverhouding door grote
inspraak en medezeggenschap van degene met minder macht
-> Verlaging van stemgerechtigde van 21 naar 18 jaar oude (machtsverdeling veranderde)
1
Hoofdstuk 7
Institutionalisering = Het proces waarbij een complex van waarden en min of meer
geformaliseerde regels vastgelegd wordt in standaard gedragspatronen, die het gedrag van
mensen en hun onderlinge relaties reguleren
Passief kiesrecht -> recht om te stemmen
Actief kiesrecht -> recht om je verkiesbaar te stellen
Verzuilde samenleving = samenleving die is opgedeeld in levensbeschouwelijke en sociaal
economische groepen
-Liberalen -Katholieke
-Socialisten -Protestanten
Bij verzuiling was men gezagsgetrouw aan de leider van het zuil
Kerken en verenigingen waren socialisatoren die veel invloed hadden op de vorming van de
identiteit van jongeren. De overheid nam een terughoudende rol aan. In totalitaire staten
heeft de staat veel invloed, veel minder vrijheid in het bepalen van opvoeding
Kostwinnersgezin -> vader zorgt voor het inkomen (kostwinner). Moeder zorgt voor het
huishouden en kinderen
-> Kenmerkt zich aan ongelijke verdeling van macht
Bij een groot verschil van macht noem je het een bevelshuishouden
Ontwikkelingen na de 2e wereldoorlog:
-Economische groei
-Babyboom (mensen wouden gezin met eigen woning)
-Opbouw/ uitbreiding van de verzorgingsstaat
Vrouwen waren tot 1957 handelingsonbekwaam. Man besloot alles
Nadelen institutionalisering:
-We zijn vanuit regels gaan redeneren
-Mensen zijn minder flexibel in een onderling gesprek tot een oplossing te komen
Voordelen institutionalisering:
-Gedrag van mensen wordt voorspelbaar
Door mobiliteit en groeiende media ontstond ontzuiling
Democratisering = proces van verandering van macht en gezagsverhouding door grote
inspraak en medezeggenschap van degene met minder macht
-> Verlaging van stemgerechtigde van 21 naar 18 jaar oude (machtsverdeling veranderde)
1