De rede
Door de wetenschappelijke revolutie in de 17e eeuw had men veel nieuwe kennis
over natuurwetenschap op gedaan met behulp van o.a. systematisch onderzoek,
rationalisme en waarnemen. Als gevolg daarvan vroegen mensen zich af of ze
het rationalisme niet ook konden gebruiken de mens en de samenleving te
bestuderen, i.p.v. de natuurwetenschap. Dit heet rationeel optimisme en is
kenmerkend voor het verlichte denken.
De verlichte ideeën bekritiseerden eeuwenoude tradities, adel en
geestelijkheid, absolutisme en ook religie (waar de kerk natuurlijk niet van was
gediend). De verlichte filosofen kwamen naast natuurwetten (wetten die altijd
en overal gelden) nu ook met natuurlijke rechten, zoals vrijheid v.
meningsuiting, recht op veiligheid en recht op eigendom.
Afspraken tussen volk en bestuur
De inrichting van het bestuur en de machtsverhoudingen waren ook belangrijk
voor verlichte denkers. Volgens Thomas Hobbes, John Locke en Jean-Jacques
Rousseau moest het volk een politieke gemeenschap vormen: een sociaal
contract, hierbij kiest het volk zijn eigen bestuurders.
Filosoof Montesquieu was voor een trias politica (uitvoerende, wetgevende en
rechtsprekende macht gescheiden). Volgens hem was er dan minder kans op
machtsmisbruik, dan wanneer de macht in handen was van 1 persoon.
Volgens Voltaire waren de meeste mensen te dom en moest het bestuur
overgelaten worden aan de minderheid van de mensen die slim genoeg waren.
Verlichte vorsten
De meeste vorsten hielden vast aan het ancien régime: standensamenleving en
absolutisme. Frederik de Grote van Pruisen week daar van af. Hij vond dat het
sociaal contract voor altijd gold, en de bevolking hem dus niet kon afzetten. Hij
gaf zijn volk geen inspraak in het bestuur, maar stond wel geloofsvrijheid toe en
verbeterde het onderwijs. Dit heet verlicht absolutisme.
Een ander voorbeeld is Catharina de Grote van Rusland, zij liet een grondwet
schrijven voor Rusland, helaas was zij alsnog afhankelijk van de adel, ze was
namelijk tsaar, dus heeft de grondwet niet lang stand gehouden.
De Encyclopédie
Om na te kunnen denken heb je kennis nodig, daarom maakten Denis Diderot en
Jean d’Alembert een Encyclopédie. Dit was een verzameling van allerlei soorten
kennis. Veel mensen waren er niet tevreden mee, zoals de adel en de Kerk,
omdat het boek kritiek op hun privileges bevatte. Ook de krant droeg bij aan het
verspreiden van kennis. Analfabetisme nam af.