Geneeskunde
- De belangrijkste begrippen met betrekking tot gezondheid en ziekte benoemen
- De termen die betrekking hebben op het beschrijven van ziekte toelichten met een
voorbeeld
- Beschrijven hoe een cel is opgebouwd en welke functies hij heeft
o Celmembraan: Isolatie en bescherming van de cel, regelt het in- en uitgaan van stoffen
o Cytoplasma: Beschermt inwendige cel
o Celkern: Informatie en besturingscentrum van de cel, hierin ligt DNA
o Ribosomen: proteïnesynthese (vormen van eiwitten)
o Ruw endoplasmatisch reticulum: Synthese van secretieproducten; intracellulaire opslag en
transport
o Golgi-apparaat: Opslag, wijziging en verpakking van secretieproducten en lysosomale
enzymen
o Lysosomen: Intracellulaire verwijdering van beschadigde organellen of pathogene micro-
organismen
o Mitochondriën: Produceren 5% van de benodigde ATP voor de cel
- Benoemen uit welke verschillende niveaus (van macroscopisch tot microscopisch niveau) het
menselijke lichaam is opgebouwd
o Chemisch niveau: Atomen, de kleinste stabiele bouwstenen van de materie, verbinden zich
met elkaar tot moleculen met een complexe vorm
o Celniveau: Verschillende moleculen vertonen interactie, zodat grotere structuren ontstaan.
Elk type structuur heeft een specifieke functie in een cel. Cellen, de kleinste levende
eenheden in het lichaam
o Weefselniveau: Een weefsel bestaat uit cellen van hetzelfde type die samenwerken om een
specifieke functie uit te voeren
o Orgaanniveau: Een orgaan bestaat uit twee of meer verschillende weefsels die samenwerken
om een specifieke functie uit te voeren
o Orgaanstelselniveau: Organen werken samen in orgaanstelsels
o Organismeniveau: Alle orgaanstelsels in het lichaam werken samen om het leven en de
gezondheid in stand te houden. Hoogste organisatieniveau is het organisme zelf.
- Beschrijven wat de belangrijkste functies zijn van de 11 orgaanstelsels van de mens
o De huid: Beschermt het lichaam tegen gevaren vanuit de omgeving; speelt een rol bij het
reguleren van de lichaamstemperatuur; levert sensorische informatie
o Het beenderstelsel: Biedt ondersteuning; beschermt weefsels; is opslagplaats voor
mineralen; vormt bloedcellen
, o Het spierstelsel: Levert beweging; biedt bescherming en steun voor andere weefsels;
produceert warmte
o Het zenuwstelsel: Maakt onmiddellijk reactie op prikkels mogelijk; levert en interpreteerd
sensorische informatie over interne en externe omstandigheden
o Het endocriene stelsel (hormonale stelsel): Reguleert langdurige veranderingen in de
activiteit van andere orgaanstelsels
o Het cardiovasculaire stelsel: Transporteert cellen en opgeloste stoffen
o Het lymfestelsel: Verdedigt tegen infecties en ziekten; zorgt voor terugkeer weefselvocht
naar bloedsomloop
o Het ademhalingsstelsel: Vervoert lucht naar plaatsen in de longen; produceert geluid voor
communicatie
o Het spijsverteringstelsel: Verwerkt voedsel; neemt voedingsstoffen op en verwijdert
afvalstoffen
o Het urinaire stelsel: Verwijdert afvalproducten uit bloed; reguleert de waterbalans door het
volume van de geproduceerde urine te regelen
o Het mannelijke voortplantingsstelsel: Produceert geslachtscellen en hormonen
o Het vrouwlijke voortplantingsstelsel: Vormt vrouwelijke geslachtscellen; produceert
hormonen; ondersteunt embryonale en foetale ontwikkeling van bevruchting tot geboorte
- Beschrijven wat homeostase is en waarom een homeostatisch evenwicht belangrijk is voor
het functioneren van een organisme
Onder homeostase wordt het bestaan van een stabiel intern milieu verstaan. Om te overleven, moet
elk levend organisme homeostase handhaven.
- Benoemen op welke wijze positieve en negatieve terugkoppeling bij het handhaven van de
homeostase zijn betrokken
Negatieve terugkoppeling werkt om de varibele terug te brengen naar het normale bereik terwijl
positieve terugkoppeling tijdelijke veranderingen versterkt voordat homeostase wordt hersteld.
- Beschrijven op welke wijze de verschillende orgaanstelsels een bijdrage leveren aan het
handhaven van het homeostatisch evenwicht
- Beschrijven hoe het cardiovasculaire systeem, het endocriene stelsel en het zenuwstelsel
samenwerken om de bloeddruk te reguleren
- Beschrijven hoe het ademhalingstelsel samen met het zenuwstelsel de ademhaling reguleren
- Beredeneren wat de mogelijke gevolgen/symptomen zijn wanneer de bloeddruk en/of
ademhaling niet goed worden geregeld door een aandoening van een van de regulerende
stelsels