H1 Kijk op bewegingsonderwijs
3 doelstellingen:
1. Leren deelnemen aan bewegingsactiviteiten.
Richten op het optimaliseren van een beweging situatie -> het begeleiden
zodat ze beter kunnen deelnemen -> bewegingsdoelen (kind kan veilig
landen op de mat) = lukt het?
Bewegingsdoelen ->
Touwzwaaien= probeer met je gezicht richting de kast op de mat te landen
2. Leren met anderen deel te nemen aan bewegingssituatie
Heeft betrekking op het organiseren van een bewegingssituatie ->
reguleringsdoelen (kind kan helpen bij het opruimen) = loopt het?
Reguleringsdoelen ->
Ten aanzien van het arrangement
Ten aanzien van regelingen
Ten aanzien van reflecteren
3. Leren op eigen wijze met anderen deel te nemen aan
bewegingssituaties
Doelt op het ontplooien, aandacht geven aan de beweging van kinderen ->
belevenisdoelen (kind vind schommel te hoog) = leeft het?
Het lesgeven bestaat uit drie fases:
1. Voorbereiden
2. Begeleiden
3. Evalueren
Voorbereiden
1. Standaardmethode
Methode waarin per les wordt aangegeven wat er moet worden gedaan. Je
hebt voorbereidingsgemak, en een breed aanbod die over verschillende
leerjaren zijn verdeeld. Nadeel is dat ze te weinig passen bij de specifieke
omstandigheden van de school en dat er te weinig inbreng is vanaf
kinderen en leerkracht.
2. Open methode
Algemene richtlijnen en een specifiek lesaanbod waarbij er rekening wordt
gehouden met de beginsituatie van de school of klas.
3. Tussenvormen
, Vier lessen plannen en vier lessen open laten. Een school kan zelf ook een
jaarplan of lessenplan opstellen.
Beginsituatie
4. Afmetingen gymlokaal?
5. Materialen?
6. Hoelang duurt de les?
7. Hoe groot zijn de klassen?
8. Wat hebben de leerlingen al gehad?
9. Welke regels hanteren jullie?
AARDE
Activiteitsomschrijving: de bewegingsactiviteit
Arrangement: opstelling van materiaal en personen -> basismateriaal,
regelmateriaal, deelnemers per functie. Het moet uitdagend, haalbaar,
differentieerbaar, overzichtelijk en veilig zijn.
Regels: de afspraken over functie en functiewisselingen
10.Startregel -> starten van de activiteit
11.Stopregel -> beëindigen van de activiteit
12.Functieregel -> uitvoeren van de functies
13.Wisselregel -> het wisselen van functies
Doelen: het doel moet SMART zijn, en hierbij zijn de bewegingsdoelen,
belevenisdoelen en de reguleringsdoelen relevant.
Extra: makkelijker of moeilijker maken van activiteit & meer of minder
zelfstandig.
Begeleiden
Informatie verzamelen
1. Observeren
Dit kan op meerdere manieren -> zelf observeren, kijken aan de hand van
niveauaanduidingen, kinderen elkaar laten observeren of filmen om later
terug te kijken.
Kijkkader
Loopt de organisatie voldoende zelfstandig? De leerkracht kijkt de gymzaal rond
en kijkt hoe de organisatie loopt. Houden de kinderen zich aan de regels,
snappen ze de regels en is er genoeg veiligheid? -> organisatorische aspect
Problemen loopt het:
- Veiligheid -> het is te gevaarlijk