Aardrijkskunde Samenvatting Hoofstuk 2 Paragraaf 1
t/m 6
Paragraaf 1
Leerdoelen:
- Je kan de manieren noemen waarop je welvaart en welzijn in de wereld
kunt meten.
- Je kan de vier nadelen noemen van het gebruik van het bbp/hoofd om
welvaart te meten.
- Je kan met voorbeelden het verschil uitleggen tussen regionale en sociale
ongelijkheid.
Je kan de manieren noemen waarop je welvaart en welzijn in de wereld
kunt meten.
Wat is welvaart? Welvaart zijn de dingen die er voor zorgen dat het welzijn beter
word. De welvaart gaat vaak over geld. Wat is welzijn? Welzijn is hoe het
persoonlijk met je gaat. Denk aan fysieke dingen, maar ook mentale dingen. Je
heb dus welvaart nodig om welzijn te hebben. Maar hoe meet je dat nou?
Welvaart kan je op de volgende manieren meten:
- Het gebruiken van het BBP (Bruto Binnenlands Product). Het BBP is de
totale waarden van alle goederen en producten die per jaar geproduceerd
worden, door de mensen in het land. Wanneer je dit deelt door het aantal
inwoners kom je bij het BBP/hoofd. Bij het BNP (Bruto Nationale Product)
kijk je naar alle mensen met dezelfde nationaliteit, dus ook mensen die
internationaal werken.
- De samenstelling van de beroepsbevolking. Hierin kan je zien in welke
sector de bevolking werkt. Dit kan de primaire, secondaire of diensten
sector zijn. Hier geld een algemene regel voor; wanneer een land rijker
wordt, schuift de beroepsbevolking van landbouw op via de industrie naar
de dienstensector.
Om een hoge welvaart te hebben is fijn, maar dat zorgt er niet voor dat je een
goeie welzijn heb. Aan de welzijn kan je namelijk zien hoe de
levensomstandigheden van een persoon zijn. Je kan dan kijken naar het inkomen
van de persoon, maar ook naar analfabetisme en de levensverwachting. De
levensverwachting is een gemiddeld van hoe lang een pasgeboren baby leeft.
Waar je dit allemaal kan zien is in de VN-ontwikkelingsindex. Daarin staat van elk
land de welzijn en welvaart van een land.
Je kan de vier nadelen noemen van het gebruik van het bbp/hoofd om
welvaart te meten.
t/m 6
Paragraaf 1
Leerdoelen:
- Je kan de manieren noemen waarop je welvaart en welzijn in de wereld
kunt meten.
- Je kan de vier nadelen noemen van het gebruik van het bbp/hoofd om
welvaart te meten.
- Je kan met voorbeelden het verschil uitleggen tussen regionale en sociale
ongelijkheid.
Je kan de manieren noemen waarop je welvaart en welzijn in de wereld
kunt meten.
Wat is welvaart? Welvaart zijn de dingen die er voor zorgen dat het welzijn beter
word. De welvaart gaat vaak over geld. Wat is welzijn? Welzijn is hoe het
persoonlijk met je gaat. Denk aan fysieke dingen, maar ook mentale dingen. Je
heb dus welvaart nodig om welzijn te hebben. Maar hoe meet je dat nou?
Welvaart kan je op de volgende manieren meten:
- Het gebruiken van het BBP (Bruto Binnenlands Product). Het BBP is de
totale waarden van alle goederen en producten die per jaar geproduceerd
worden, door de mensen in het land. Wanneer je dit deelt door het aantal
inwoners kom je bij het BBP/hoofd. Bij het BNP (Bruto Nationale Product)
kijk je naar alle mensen met dezelfde nationaliteit, dus ook mensen die
internationaal werken.
- De samenstelling van de beroepsbevolking. Hierin kan je zien in welke
sector de bevolking werkt. Dit kan de primaire, secondaire of diensten
sector zijn. Hier geld een algemene regel voor; wanneer een land rijker
wordt, schuift de beroepsbevolking van landbouw op via de industrie naar
de dienstensector.
Om een hoge welvaart te hebben is fijn, maar dat zorgt er niet voor dat je een
goeie welzijn heb. Aan de welzijn kan je namelijk zien hoe de
levensomstandigheden van een persoon zijn. Je kan dan kijken naar het inkomen
van de persoon, maar ook naar analfabetisme en de levensverwachting. De
levensverwachting is een gemiddeld van hoe lang een pasgeboren baby leeft.
Waar je dit allemaal kan zien is in de VN-ontwikkelingsindex. Daarin staat van elk
land de welzijn en welvaart van een land.
Je kan de vier nadelen noemen van het gebruik van het bbp/hoofd om
welvaart te meten.