Nova scheikunde VWO 3
Hoofdstuk 2: Chemische Reacties
Paragraaf 1: Moleculen en atomen
Chemische reacties
Bij chemische reacties verdwijnen stoffen en ontstaan nieuwe stoffen met
andere eigenschappen. Dit kun je niet met het deeltjesmodel verklaren,
omdat in dat model de moleculen niet veranderen.
Moleculen zijn opgebouwd uit atomen. De atomen in een molecuul zijn
met atoombindingen met elkaar verbonden.
Tijdens een chemische reactie worden atoombindingen in de moleculen
van de beginstoffen verbroken. Hierna worden er nieuwe atoombindingen
gevormd zodat er nieuwe moleculen ontstaan. Die nieuwe stof heeft om
macroniveau nieuwe eigenschappen, zoals kookpunt of dichtheid.
→ Er ontstaan dus geen nieuwe atomen, en er gaan er ook geen verloren.
Molecuulformules
Moleculen kun je weergeven met een molecuulformule. Zo’n formule geeft
aan welke atoomsoorten en hoeveel atomen van elke soort in een
molecuul voorkomen.
Voorbeeld: H₂O (water)
De ‘2’ uit het voorbeeld wordt de index genoemd. Deze geeft aan hoeveel
atomen er aanwezig zijn. In dit geval zijn er dus 2 waterstofatomen (H =
hydrogen) en 1 zuurstofatoom (O = oxygen).
Atoomsoorten
Er bestaan 118 verschillende atoomsoorten. Deze elementen hebben een
symbool bestaande uit 1 of 2 letters.
Elementen en verbindingen
Stoffen met moleculen die maar uit 1 soort atomen bestaan, noem je ook
elementen.
Hoofdstuk 2: Chemische Reacties
Paragraaf 1: Moleculen en atomen
Chemische reacties
Bij chemische reacties verdwijnen stoffen en ontstaan nieuwe stoffen met
andere eigenschappen. Dit kun je niet met het deeltjesmodel verklaren,
omdat in dat model de moleculen niet veranderen.
Moleculen zijn opgebouwd uit atomen. De atomen in een molecuul zijn
met atoombindingen met elkaar verbonden.
Tijdens een chemische reactie worden atoombindingen in de moleculen
van de beginstoffen verbroken. Hierna worden er nieuwe atoombindingen
gevormd zodat er nieuwe moleculen ontstaan. Die nieuwe stof heeft om
macroniveau nieuwe eigenschappen, zoals kookpunt of dichtheid.
→ Er ontstaan dus geen nieuwe atomen, en er gaan er ook geen verloren.
Molecuulformules
Moleculen kun je weergeven met een molecuulformule. Zo’n formule geeft
aan welke atoomsoorten en hoeveel atomen van elke soort in een
molecuul voorkomen.
Voorbeeld: H₂O (water)
De ‘2’ uit het voorbeeld wordt de index genoemd. Deze geeft aan hoeveel
atomen er aanwezig zijn. In dit geval zijn er dus 2 waterstofatomen (H =
hydrogen) en 1 zuurstofatoom (O = oxygen).
Atoomsoorten
Er bestaan 118 verschillende atoomsoorten. Deze elementen hebben een
symbool bestaande uit 1 of 2 letters.
Elementen en verbindingen
Stoffen met moleculen die maar uit 1 soort atomen bestaan, noem je ook
elementen.