BURGERLIJK
PROCESRECHT
Tilburg University
,Burgerlijk procesrecht en geschiloplossing
Hoorcolleges
Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 – geschil en burgerlijk proces ...................................................................... 2
Hoorcollege 2 – beginselen en formaliteiten ..................................................................... 10
A. Formaliteiten ............................................................................................................. 10
B. Berekening van termijnen........................................................................................ 11
Voorbeeld appeltermijn ................................................................................................... 11
Dagvaardingstermijn: terugrekeningstermijn .................................................................. 12
Betekeningsverordening 2020/1084 (BetVo III).............................................................. 13
C. Beginselen procesrecht ........................................................................................... 13
D. Deformalisatie ........................................................................................................... 15
Hoorcollege 3 – bewijsrecht ................................................................................................ 17
A. Wat is bewijzen? ....................................................................................................... 17
B. Hoofdregel bewijslastverdeling .............................................................................. 20
C. Bewijsopdracht ......................................................................................................... 22
D. Getuigenverhoor....................................................................................................... 23
Hoorcollege 4 – beslissingen, uitspraak en rechtsmiddelen ........................................... 24
A. Beslissingen en uitspraak ....................................................................................... 24
B. Rechtsmiddelen ........................................................................................................ 27
C. Hoger beroep ............................................................................................................ 29
Hoorcollege 5 – beslag en executie.................................................................................... 34
Vormen van executie........................................................................................................ 34
Beslagrecht ....................................................................................................................... 35
Conservatoir beslag ......................................................................................................... 37
Derdenbeslag.................................................................................................................... 38
Beslag en faillissement.................................................................................................... 39
Hoorcollege 6 – bijzondere procedures, (meer)partijen en incidenten ........................... 42
Kort geding ....................................................................................................................... 42
Incidenten ......................................................................................................................... 43
Partijperikelen................................................................................................................... 44
Collectieve procedures .................................................................................................... 46
1
,Hoorcollege 1 – geschil en burgerlijk proces
Geschil = ruzie of onenigheid toegespitst op iets juridisch waar je niet uit komt.
Buitengerechtelijke geschiloplossing (buiten de rechter)
• Mediation = een goed gesprek hebben met elkaar. Een mediator helpt je er samen uit
te komen (vooral in personen en familierecht praktijk)
o Mediationrichtlijn 2008/52/EG
o Implementatiewet 15 november 2012
• Bindend advies (art. 7:904 BW) = wij zijn gebonden door iets wat iemand anders
zegt. Zuiverste vorm.
• Arbitrage (art. 1020 e.v. Rv) = niet-rechters spelen rechter
o Partijen hebben een veel sterkere controle, niet gebonden aan procesrecht
land
o Procedure is geheim, rechtspraak is openbaar. Bij arbitrage kan alles geheim
blijven (voordeel vanuit partijen)
Minimale eisen
1. Inhoud: goede uitspraak
2. Tijd: redelijke termijn
3. Procedurele rechtvaardigheid: fair trial
Hoe begin je een procedure?
Een partij wil iets en begint met procederen. Er zijn twee typen: dagvaardingsprocedure en
verzoekschriftprocedure.
• Dagvaarding
• Verzoekschriftprocedure
Procesingang: dagvaarding vs verzoekschrift
Dagvaarding
• Eis
• Dagvaarding aan gedaagde
• Inschrijven dagvaarding (HC2)
• Rol en conclusies/akten
• Comparitie na antwoord, pleidooi
Verzoekschrift
• Verzoekschrift aan griffie (die roept belanghebbenden op)
• Brieven, stukken, producties
• Zitting
Dagvaarding
Concept dagvaarding wordt via de deurwaarde verstuurd. Die heeft dat betekend aan de
wederpartij. Het exploot moet worden ingeschreven en naar de rechtbank worden gestuurd.
De rechtbank moet op de hoogte worden gesteld. Dit staat in de wet.
2
, Inhoud dagvaarding (art. 45 en 111 Rv)
Omschrijving van het geschil
Je moet weten waar partijen een beslissing over willen hebben, waar ze het over eens zijn
en waar ze het over oneens zijn. Waar wordt een beslissing over gevraagd, wat zijn de
vorderingen op verzoek? De rechter beslist over al wat partijen verzoeken. Als de rechter
een verzoek vergeet, dan kan je om herstel vragen.
De rechter kan niet over iets beslissen wat niet is verzocht. Er bestaat een bepaalde
spanning tussen autonomie tussen partijen en of de rechter partijen ook mag helpen om ze
op het goede spoor te zetten.
• Art. 23 Rv: "De rechter beslist over al hetgeen partijen hebben gevorderd of
verzocht."
• Art. 111, aanhef en lid 2 sub d Rv: "Naast de gegevens bedoeld in artikel 45, derde
lid, vermeldt het exploot van dagvaarding (...) de eis en de gronden daarvan;"
• Voorbeeld: Francine heeft een tweedehands iPhone gekocht van Jip, deze werkt niet,
en nu wil Francine € 300 van Jip.
Vorderingen
3