Hoofdstuk 1,3,4
Sociologie: Menselijk gedrag observeren door uit te zoomen. Richt zich op het verklaren van gedrag
van individuen en groepen mensen vanuit de maatschappelijke invloeden die ze ondergaan. Is een
cyclus, iedereen beïnvloed elkaar. Groep de individu en omgekeerd.
Integra e paradox: A eer van de maatschappij.
Rela eve autonomie verbonden processen: Veel verbonden individuen brengen met elkaar sociale
processen voort die geen van hen van te voren zo had bedoeld of gepland.
Sociale processen leiden een eigen leven.
Nurture: Al het leren door mensen aan en van mensen,
Nature: Door opvoeding, wat krijg je mee. (Aangeboren eigenschappen)
Vroeger vooral veel nature, nu steeds meer nurture.
Thomas theorama: Als mensen het gevoel hebben dat iets klopt, ga je je daar naar gedragen. Wat
mensen zien, bepaald hoe mensen zich gedragen.
4 Soorten binding
1. Economische binding
Directe ruil, geld in ruil voor een dienst. (Bv. een buschauffeur)
2. Affec eve binding
Uitgestelde ruil, in onbalans. Posi eve/ nega eve gevoelens voor elkaar. De ene x betaal ik een
koffie en de andere x jij. De ene x ben ik een luisterend oor en de andere x jij. (Bv. vrienden)
Symbolen, vlaggen etc.
3. Poli eke binding
Fysieke dwang die mensen op andere uitoefenen. (Bv. we en en regels)
4. Cogni eve binding
Kennisvorming, kennisoverdracht. (Bv. op school of over het huishouden)
Het één sluit het ander niet uit. Hoe je met mensen om moet gaan is affec ef.
Rela e tussen ouder en kind is zowel affec ef (gevoel) als cogni ef (leerzaam).
Thomas Hobbes (1651)
- Mensen zijn ‘slecht’. Nega ef mensbeeld. Volgens hem zijn mensen teveel met zichzelf bezig.
- Volgens hem is de enige oplossing om beroep te doen op ra oneel inzicht van de mens (voor-
en nadelen afwegen) om onderling regels af te spreken.
- Samen regels maken en iemand aanwijzen die dat bij ons/ hen afdwingt. = Sociaal contract
Russeau
- Gelijk aan Hobbes maar dan een posi ef mensbeeld.
- Mensen zijn ook ra oneel en zullen inzien dat het beter is om regels vast te stellen.
- Burgers moeten betrokken zijn bij het nemen van poli eke keuzes, wil van het volk is
doorslaggevend. Dit is de start van de democra e.
, Oorsprong van de Staat = sociaal contract. Burgers staan macht af uit eigenbelang.
Weber ziet de Staat als een poli eke organisa e en als Januskop. (De Staat beschermd je maar kan hier
ook misbruik van maken).
Trias Poli ca (3 ona ankelijke par jen)
1. Wetgevende macht
Maakt en keurt we en en controleert de uitvoerende macht
De 2e kamer en het parlement.
2. Uitvoerende macht
Voert we en uit en dient we en in die door het parlement moet worden goedgekeurd.
Regering, ministers en staatssecretarissen.
3. Rechterlijke macht
Toetst de staat en burgers, oordeelt op basis van de bestaande wetgeving.
Rechters
Strong Ties: Mensen die dicht op elkaar staan, veel wederzijdse rela es. Ze lijken op elkaar en iedereen
beschikt ongeveer over dezelfde informa e. Bonding, mensen dichtbij die op ons lijken. Sociale steun.
Weak Ties: Uitgestrekte netwerken. Je kent ze, lijken niet op je en kunnen zorgen voor meer
informa e. Als een soort schakel. (Bv. LinkedIn) Bridging, nodig om door te kunnen in het leven. Zijn erg
belangrijk buiten de eigen bubbel. Een soort brug om verder te komen.
Social Contract Theory: Belangrijk voor het verminderen van stereotypering en vooroordelen is
persoonlijk contact.
Gemeinscha : Verbonden (bonding).
Gesselscha : Voelen zich niet verbonden, losstaand.