Kennislijn AFP OP2
Werkgroep 1
Afwijken van de norm
- Afwijkingen die lastig zijn voor de persoon zelf of zijn omgeving en problemen met zich
meedragen.
- Afwijkend gedrag (bv. excessief drinken)
- Afwijkende gedachten (bv. dwanggedachten)
- Afwijkende belevingen (bv. extreme angsten)
Vaak een combinatie van deze gebieden
- Afwijkingen binnen sociale relaties (bv. agressief gedrag van een man tot zijn vrouw)
Psychopathologie
- Psychisch functioneren
- Normaal
- Pathologisch
- Elke patroon van emoties, gedragingen of gedachten dat niet bij de situatie past en dat
persoonlijk lijden veroorzaakt of het individu ervan weerhoudt om belangrijke doelen te
realiseren.
Symptoom: subjectief beleefde klachten
Syndroom: herkenbaar patroon in subjectief beleefde klachten en tekenen uit aanvullend onderzoek
Diagnose: het vaststellen welk onderliggend patroon, stoornis of ziekte ten grondslag ligt aan de
vertoonde symptomen.
Classificatie: het systematisch indelen in groepen of categorieën volgens vastgestelde criteria
Psychiatrische diagnose en classificatie
- Diagnose: vaststellen symptomen en syndroom, verklaren en begrijpen toestand patiënt en
kiezen doeltreffende behandeling
- predisponerende factoren
- luxerende factoren
- onderhoudende factoren
- Classificatie: het systematisch indelen in groepen of categorieën volgens vastgestelde
criteria, in de psychiatrie: DSM-IV of V
Algemene criteria DSM
- Actueel lijden
- Onvermogen: tekortschieten op een of meer belangrijke gebieden van het functioneren.
- Een significant toegenomen risico om dood te gaan, pijn te lijden of de persoonlijke vrijheid
te verliezen.
- Het afwijkende gedrag moet niet alleen een te verwachten en cultureel aanvaarde reactie
zijn op een bepaalde gebeurtenis.
- Het afwijkende gedrag moet niet alleen bestaan uit gedrag dat afwijkt van de norm.
- Het afwijkende gedrag moet niet alleen een uitvloeisel zijn van conflicten tussen het individu
en de maatschappij.
,Verschillen DSM IV en DSM V
- Het systeem van classificatie vijf assen is verdwenen in DSM V
- De hoofdstukindeling is gewijzigd, en komt beter overeen me de later te verschijnen ICD-11
- Er is geen aparte sectie voor stoornissen op kinderleeftijd en in de adolescentie.
- De zogenaamde “specificaties” zijn toegevoegd. Hier gaat het om een beschrijving van
aspecten die de diagnose en de classificatie verfijnen en valideren: aard, ernst, beloop en
klinisch relevante items.
De geestelijke gezondheidszorg
Ruim 4 op de 10 Nederlanders krijgen in hun leven te maken met psychisch problemen. Passende
hulp te krijgen via:
- Huisarts (POH-GGZ)
- Basis GGZ
- Gespecialiseerde GGZ
Doelen in de GGZ
- Het voorkomen van psychiatrische aandoeningen
- Behandelen en genezen
- Ondersteuning bij deelname aan de samenleving
- Ongevraagde hulp
- Intramuraal
- Extramuraal
Werkzaamheden verpleegkundige in de GGZ
- Schouder-aan-schouder met de psychiater
- Observatie van psychiatrische symptomen
- Werking en bijwerking van (medicamenteuze) therapie
- Begeleiding bij intensieve psychiatrische behandeling
- Tijdig signaleren van terugval
- Vroege interventie
- Adequate somatische zorg voor de patiënt
De verpleegkundige is geen diagnosticus en geen behandelaar
- De psychiater diagnosticeert (en de verpleegkundige reikt relevante gegevens aan)
, - De psychiater schrijft medicatie voor (en de verpleegkundige draagt bij aan de
medicatietrouw en rapporteert over de effecten)
- De psycholoog past psychotherapie toe (en de verpleegkundige draagt bij aan generalisatie
naar de dagelijkse levenssituatie van de patiënt)
- Daarnaast ondersteuning bij het normale bestaan
- Autonomie, empowerment, belevingsgerichte zorg
Neurocognitieve stoornissen
Cognitieve stoornissen:
Stoornissen in (her) kennen van de omgeving; ook: stoornissen in aandacht, concentratie, inprenting,
geheugen, planning, overzicht, initiatief en diverse aangeleerde vaardigheden.
DSM-5 neurocognitieve stoornissen
verworven stoornis in herkennen van de omgeving, gevolg van afwijkende hersenfunctie.
Indeling van neurocognitieve stoornissen
1. Delier -> bewustzijnsverandering
2. Uitgebreide neurocognitieve stoornis -> significante achteruitgang in cognitieve functies die
belemmert in zelfstandig functioneren.
3. Beperkte neurocognitieve stoornis -> lichte cognitieve achteruitgang, maar geen belemmering in
zelfstandig functioneren.
2 en 3. Niet als gevolg van delier of andere psychiatrische stoornis.
Limbisch systeem: is een hersengebied dat bestaat uit meerdere structuren die betrokken zijn bij
emotie, motivatie, genot en geheugen.
, Cognitieve stoornissen: vooral vaardigheden als geheugen, aandacht, waarneming en denken zijn
aangetast.
‘Vergeetachtigheid’ vaak belangrijkste klacht.
Eerste oriëntatie MMSE
Belangrijk
Nagaan of er een lichamelijke oorzaak een rol speelt bij het ontstaan van een psychiatrische stoornis.
Geeft een beterere richting op behandeling.
Hoe weet je of lichamelijke factoren een rol spelen?
- Wat duidt op mogelijk lichamelijke factor?
Psychiatrische stoornis/ symptomen op latere leeftijd of plots begin zonder duidelijke aanleiding,
snel wisselende klachten.
Gebruik van medicijnen/ middelen of aanwezigheid van lichamelijke ziekten die kunnen optreden
bij psychiatrische stoornis.
Cognitieve stoornis, decorumverlies, zelfverwaarlozing, afasie, apraxie en agnosie, visuele
hallucinaties.
Lichamelijk onderzoek
- Aanvullend onderzoek:
- Neuropsychologische tests
- EEG en beeldvormend onderzoek hersenen
- Laboratoriumonderzoek
Hersenfunctiestoornis?
Primair > door afwijking hersenen
Secundair > door andere aandoening
Delier
binnen uren/ dagen optredende fluctuerende stoornis in het bewustzijn, cognitieve functies
(geheugen, desoriëntatie, taal) of in de waarneming.
Mogelijke oorzaak:
- specifieke lichamelijke ziekte
- intoxicatie of onthouding
- multifactorieel
- andere oorzaak (sensorische deprivatie)
Delier> vervolg
Mechanisme:
verminderd zuurstofmetabolisme in hersenen ontregeling neurotransmitters
Acetylcholine en dopamine
Voorbeeld: bij oudere en bij dementie eerder een delier.
Ook cytokinen die vrijkomen bij allerlei ziekteprocessen kunnen neurotransmissie beinvloeden en
bijdragen aan delier.
Risicofactoren delier
- Kinderleeftijd of <60 jaar
- Bestaande hersenbeschadiging
- Cognitieve achteruitgang
Werkgroep 1
Afwijken van de norm
- Afwijkingen die lastig zijn voor de persoon zelf of zijn omgeving en problemen met zich
meedragen.
- Afwijkend gedrag (bv. excessief drinken)
- Afwijkende gedachten (bv. dwanggedachten)
- Afwijkende belevingen (bv. extreme angsten)
Vaak een combinatie van deze gebieden
- Afwijkingen binnen sociale relaties (bv. agressief gedrag van een man tot zijn vrouw)
Psychopathologie
- Psychisch functioneren
- Normaal
- Pathologisch
- Elke patroon van emoties, gedragingen of gedachten dat niet bij de situatie past en dat
persoonlijk lijden veroorzaakt of het individu ervan weerhoudt om belangrijke doelen te
realiseren.
Symptoom: subjectief beleefde klachten
Syndroom: herkenbaar patroon in subjectief beleefde klachten en tekenen uit aanvullend onderzoek
Diagnose: het vaststellen welk onderliggend patroon, stoornis of ziekte ten grondslag ligt aan de
vertoonde symptomen.
Classificatie: het systematisch indelen in groepen of categorieën volgens vastgestelde criteria
Psychiatrische diagnose en classificatie
- Diagnose: vaststellen symptomen en syndroom, verklaren en begrijpen toestand patiënt en
kiezen doeltreffende behandeling
- predisponerende factoren
- luxerende factoren
- onderhoudende factoren
- Classificatie: het systematisch indelen in groepen of categorieën volgens vastgestelde
criteria, in de psychiatrie: DSM-IV of V
Algemene criteria DSM
- Actueel lijden
- Onvermogen: tekortschieten op een of meer belangrijke gebieden van het functioneren.
- Een significant toegenomen risico om dood te gaan, pijn te lijden of de persoonlijke vrijheid
te verliezen.
- Het afwijkende gedrag moet niet alleen een te verwachten en cultureel aanvaarde reactie
zijn op een bepaalde gebeurtenis.
- Het afwijkende gedrag moet niet alleen bestaan uit gedrag dat afwijkt van de norm.
- Het afwijkende gedrag moet niet alleen een uitvloeisel zijn van conflicten tussen het individu
en de maatschappij.
,Verschillen DSM IV en DSM V
- Het systeem van classificatie vijf assen is verdwenen in DSM V
- De hoofdstukindeling is gewijzigd, en komt beter overeen me de later te verschijnen ICD-11
- Er is geen aparte sectie voor stoornissen op kinderleeftijd en in de adolescentie.
- De zogenaamde “specificaties” zijn toegevoegd. Hier gaat het om een beschrijving van
aspecten die de diagnose en de classificatie verfijnen en valideren: aard, ernst, beloop en
klinisch relevante items.
De geestelijke gezondheidszorg
Ruim 4 op de 10 Nederlanders krijgen in hun leven te maken met psychisch problemen. Passende
hulp te krijgen via:
- Huisarts (POH-GGZ)
- Basis GGZ
- Gespecialiseerde GGZ
Doelen in de GGZ
- Het voorkomen van psychiatrische aandoeningen
- Behandelen en genezen
- Ondersteuning bij deelname aan de samenleving
- Ongevraagde hulp
- Intramuraal
- Extramuraal
Werkzaamheden verpleegkundige in de GGZ
- Schouder-aan-schouder met de psychiater
- Observatie van psychiatrische symptomen
- Werking en bijwerking van (medicamenteuze) therapie
- Begeleiding bij intensieve psychiatrische behandeling
- Tijdig signaleren van terugval
- Vroege interventie
- Adequate somatische zorg voor de patiënt
De verpleegkundige is geen diagnosticus en geen behandelaar
- De psychiater diagnosticeert (en de verpleegkundige reikt relevante gegevens aan)
, - De psychiater schrijft medicatie voor (en de verpleegkundige draagt bij aan de
medicatietrouw en rapporteert over de effecten)
- De psycholoog past psychotherapie toe (en de verpleegkundige draagt bij aan generalisatie
naar de dagelijkse levenssituatie van de patiënt)
- Daarnaast ondersteuning bij het normale bestaan
- Autonomie, empowerment, belevingsgerichte zorg
Neurocognitieve stoornissen
Cognitieve stoornissen:
Stoornissen in (her) kennen van de omgeving; ook: stoornissen in aandacht, concentratie, inprenting,
geheugen, planning, overzicht, initiatief en diverse aangeleerde vaardigheden.
DSM-5 neurocognitieve stoornissen
verworven stoornis in herkennen van de omgeving, gevolg van afwijkende hersenfunctie.
Indeling van neurocognitieve stoornissen
1. Delier -> bewustzijnsverandering
2. Uitgebreide neurocognitieve stoornis -> significante achteruitgang in cognitieve functies die
belemmert in zelfstandig functioneren.
3. Beperkte neurocognitieve stoornis -> lichte cognitieve achteruitgang, maar geen belemmering in
zelfstandig functioneren.
2 en 3. Niet als gevolg van delier of andere psychiatrische stoornis.
Limbisch systeem: is een hersengebied dat bestaat uit meerdere structuren die betrokken zijn bij
emotie, motivatie, genot en geheugen.
, Cognitieve stoornissen: vooral vaardigheden als geheugen, aandacht, waarneming en denken zijn
aangetast.
‘Vergeetachtigheid’ vaak belangrijkste klacht.
Eerste oriëntatie MMSE
Belangrijk
Nagaan of er een lichamelijke oorzaak een rol speelt bij het ontstaan van een psychiatrische stoornis.
Geeft een beterere richting op behandeling.
Hoe weet je of lichamelijke factoren een rol spelen?
- Wat duidt op mogelijk lichamelijke factor?
Psychiatrische stoornis/ symptomen op latere leeftijd of plots begin zonder duidelijke aanleiding,
snel wisselende klachten.
Gebruik van medicijnen/ middelen of aanwezigheid van lichamelijke ziekten die kunnen optreden
bij psychiatrische stoornis.
Cognitieve stoornis, decorumverlies, zelfverwaarlozing, afasie, apraxie en agnosie, visuele
hallucinaties.
Lichamelijk onderzoek
- Aanvullend onderzoek:
- Neuropsychologische tests
- EEG en beeldvormend onderzoek hersenen
- Laboratoriumonderzoek
Hersenfunctiestoornis?
Primair > door afwijking hersenen
Secundair > door andere aandoening
Delier
binnen uren/ dagen optredende fluctuerende stoornis in het bewustzijn, cognitieve functies
(geheugen, desoriëntatie, taal) of in de waarneming.
Mogelijke oorzaak:
- specifieke lichamelijke ziekte
- intoxicatie of onthouding
- multifactorieel
- andere oorzaak (sensorische deprivatie)
Delier> vervolg
Mechanisme:
verminderd zuurstofmetabolisme in hersenen ontregeling neurotransmitters
Acetylcholine en dopamine
Voorbeeld: bij oudere en bij dementie eerder een delier.
Ook cytokinen die vrijkomen bij allerlei ziekteprocessen kunnen neurotransmissie beinvloeden en
bijdragen aan delier.
Risicofactoren delier
- Kinderleeftijd of <60 jaar
- Bestaande hersenbeschadiging
- Cognitieve achteruitgang