MRI
Hoorcolleges periode 2
02-04
Onderin heb je grotere wervels dan bovenin. De reden hiervoor is dat onderin de wervelkolom meer
massa moet dragen dan bovenin.
Processus costalis = rib uitsteeksel
Processus spinosus = doornuitsteeksel
Processus articularis = gewrichtsuitsteeksel
syndesmologie = gewrichtsleer
3 verbindingen
- tussenwervelschijven
- booggewrichten
- ligamenten
Discus intervertebralis = tussenwervelschijf (bestaan uit kraakbeen)
→ annulus fibrosus : ring van vezels
- collagene vezels (trekvaste vezels, kunnen belasting aan, stevig)
- lopen in alternerende richting (wisselende richting)
- lopen schuin (over elkaar heen)
→ nucleus pulposus : druk uitoefende kern
- gelei-achtige massa
- trekt water aan, kan druk aan
- bij ouderen → nucleus droger, afname elasticiteit
Er is een geleidelijke overgang van de annulus naar de nucleus.
Booggewrichten → de gewrichten die zich bevinden tussen de processus articularis
- gewrichtsvlakken staan in het sagittale vlak
- ruim gewrichtskapsel
De bouw van het lumbale wervelkolom maakt het mogelijk om flexie en extensie uit te voeren.
De bouw bepaalt de functie.
Ligamenten verbindingen:
- ligamentum longitudinale anterior
→ heel sterk en groot
- ligamentum longitudinale posterior
- ligamentum flavum
→ gele ligament
, → veel elastische vezels
→ verbind de bogen met elkaar
Geel betekent veel elastische vezels dus heel soepel.
functie wervelkolom
- bewegingen
- versteviging
- bescherming van ruggenmerg
Ruggenmerg
- bestaat uit zenuwcellen en gliacellen
→ functie van zenuwcellen is het geleiden van
signalen
→ gliacellen zijn steuncellen (vb. voedsel)
→ meer gliacellen dan zenuwcellen
- het ruggenmerg is korter dan het wervelkanaal
→ ruggenmerg groeit bij kinderen minder snel
dan het wervelkanaal
→ conus medullaris ter hoogte van L1 / L2
- cauda equina = paardenstaart
Om het ruggenmerg zitten vliezen
- dura mater (harde vlies)
- binnen de dura mater zit het acrachnoïdea
(spinnenwebvlies)
- onder het acrachnoïdea zit het pia mater (zachte
vlies)
Aandoeningen van het ruggenmerg (bij MRI)
1. hernia nuclei pulposi (HNP)
- een uitstulping nucleus pulposus
- dan krijg je een druk op de spinale zenuw
2. artrose
- degeneratieve aandoening kraakbeen (versmalling discus intervertebralis)
- artrose facetgewricht (vorming van osteofyten)
- spinale stenose (vernauwing van het wervelkolom)
- verdikking ligamentum flavum
3. tumoren
- ruimte innemende processen
- bottumoren (tumormanchet, primaire bottumoren, metastasen van andere tumor)
- tumoren van vliezen (meningeoom)
- tumoren van gliacellen (glioom)
, 02-11
Veiligheid
→ richtlijnen : RIVM = The EFM Directive and Protection of
MRI workers
- deze richtlijnen zijn moeilijk te hanteren vanwege
voortdurende wisselingen
Wie moet er allemaal gescreend worden?
- MBB’er
- arts
- schoonmaak
- crashteam
- patiënten
Geluidsbescherming:
- koptelefoon
- geluidsarme sequenties
Er is bij MRI sprake van een wisselend magneetveld. Dit kan
de volgende gevolgen hebben:
- zenuwstimulatie
- spiertrekkingen
- duizelingen
Door de RF-pulsen kan de patiënt opwarmen. Hiervoor hebben we het SAR = Specific Absorption
Rate. Hierbij wordt er gekeken naar energie per kilo lichaamsgewicht. Je hebt ook verschillende
limieten per lichaamsdeel.
Bij MRI moet je opletten met materialen die beïnvloedt worden door het magneetveld
(projectielvorming), opletten met materialen die kunnen geleiden en je moet opletten met
materialen die snel kunnen opwarmen.
MRI safety labels → maken duidelijk welke ‘devices’ zich in en
rondom de MRI
ruimte mogen
bevinden: MR
unsafe / MR
conditional /
MR safe
Hoorcolleges periode 2
02-04
Onderin heb je grotere wervels dan bovenin. De reden hiervoor is dat onderin de wervelkolom meer
massa moet dragen dan bovenin.
Processus costalis = rib uitsteeksel
Processus spinosus = doornuitsteeksel
Processus articularis = gewrichtsuitsteeksel
syndesmologie = gewrichtsleer
3 verbindingen
- tussenwervelschijven
- booggewrichten
- ligamenten
Discus intervertebralis = tussenwervelschijf (bestaan uit kraakbeen)
→ annulus fibrosus : ring van vezels
- collagene vezels (trekvaste vezels, kunnen belasting aan, stevig)
- lopen in alternerende richting (wisselende richting)
- lopen schuin (over elkaar heen)
→ nucleus pulposus : druk uitoefende kern
- gelei-achtige massa
- trekt water aan, kan druk aan
- bij ouderen → nucleus droger, afname elasticiteit
Er is een geleidelijke overgang van de annulus naar de nucleus.
Booggewrichten → de gewrichten die zich bevinden tussen de processus articularis
- gewrichtsvlakken staan in het sagittale vlak
- ruim gewrichtskapsel
De bouw van het lumbale wervelkolom maakt het mogelijk om flexie en extensie uit te voeren.
De bouw bepaalt de functie.
Ligamenten verbindingen:
- ligamentum longitudinale anterior
→ heel sterk en groot
- ligamentum longitudinale posterior
- ligamentum flavum
→ gele ligament
, → veel elastische vezels
→ verbind de bogen met elkaar
Geel betekent veel elastische vezels dus heel soepel.
functie wervelkolom
- bewegingen
- versteviging
- bescherming van ruggenmerg
Ruggenmerg
- bestaat uit zenuwcellen en gliacellen
→ functie van zenuwcellen is het geleiden van
signalen
→ gliacellen zijn steuncellen (vb. voedsel)
→ meer gliacellen dan zenuwcellen
- het ruggenmerg is korter dan het wervelkanaal
→ ruggenmerg groeit bij kinderen minder snel
dan het wervelkanaal
→ conus medullaris ter hoogte van L1 / L2
- cauda equina = paardenstaart
Om het ruggenmerg zitten vliezen
- dura mater (harde vlies)
- binnen de dura mater zit het acrachnoïdea
(spinnenwebvlies)
- onder het acrachnoïdea zit het pia mater (zachte
vlies)
Aandoeningen van het ruggenmerg (bij MRI)
1. hernia nuclei pulposi (HNP)
- een uitstulping nucleus pulposus
- dan krijg je een druk op de spinale zenuw
2. artrose
- degeneratieve aandoening kraakbeen (versmalling discus intervertebralis)
- artrose facetgewricht (vorming van osteofyten)
- spinale stenose (vernauwing van het wervelkolom)
- verdikking ligamentum flavum
3. tumoren
- ruimte innemende processen
- bottumoren (tumormanchet, primaire bottumoren, metastasen van andere tumor)
- tumoren van vliezen (meningeoom)
- tumoren van gliacellen (glioom)
, 02-11
Veiligheid
→ richtlijnen : RIVM = The EFM Directive and Protection of
MRI workers
- deze richtlijnen zijn moeilijk te hanteren vanwege
voortdurende wisselingen
Wie moet er allemaal gescreend worden?
- MBB’er
- arts
- schoonmaak
- crashteam
- patiënten
Geluidsbescherming:
- koptelefoon
- geluidsarme sequenties
Er is bij MRI sprake van een wisselend magneetveld. Dit kan
de volgende gevolgen hebben:
- zenuwstimulatie
- spiertrekkingen
- duizelingen
Door de RF-pulsen kan de patiënt opwarmen. Hiervoor hebben we het SAR = Specific Absorption
Rate. Hierbij wordt er gekeken naar energie per kilo lichaamsgewicht. Je hebt ook verschillende
limieten per lichaamsdeel.
Bij MRI moet je opletten met materialen die beïnvloedt worden door het magneetveld
(projectielvorming), opletten met materialen die kunnen geleiden en je moet opletten met
materialen die snel kunnen opwarmen.
MRI safety labels → maken duidelijk welke ‘devices’ zich in en
rondom de MRI
ruimte mogen
bevinden: MR
unsafe / MR
conditional /
MR safe