Hoorcolleges periode 2
02-101
oncologie
Blaascarcinoom
- oorzaken: werken in verf, roken
- incidentie: 4600 nieuwe gevallen per jaar (man:vrouw = 4:1)
- urotheelcarcinoom
- de meeste mensen hebben klachten in het voorstadium (bloed plassen)
- lokale uitbreiding kan plaatsvinden in de spierlaag, ureteren of urethra maar ook:
1. prostaat
2. uterus
3. vagina
4. darm
5. vaten en zenuwen van kleine bekken
6. bekkenwand
- lymfogene metastasering vooral naar bekken lymfeklieren
- hematogene metastasering vaak laat naar skelet, lever en longen
- onderzoek:
1. cystoscopie / biopt (uroloog)
→ vervolgonderzoeken ter stagering:
2. echografie
3. CT bekken
4. skeletscan
Therapie:
- kleine tumor → TUR = transurethrale resectie (verwijdering) of laser. Hierna chemotherapie
en evt. immunotherapie
- door groei van de tumor in spier maar niet in de omgeving → radicale cystectomie
→ bekken lymfeklierdissectie
→ verwijdering blaas, buikvlies en vetweefsel
- man: prostatectomie en vesiculectomie
- vrouw: uterusexterpatie en verwijdering adnexen en een cuff van de vagina
- verwijdering urethra bij ingroei in blaashals of urethra prostatica
- urinedeviatie
TURBT = transurethrale resectie blaastumor
ICM PDT = fotodynamische
Neoblaas: vervanging van de blaas als die verwijdert is
- met een stuk van de darm
,Prostaatcarcinoom
- risicofactoren: toenemende leeftijd (hoe ouder hoe meer kans), eerstegraadsfamilielid met
prostaatcarcinoom (er is geen correlatie met prostaat vergroting)
- hoe jonger je een prostaatcarcinoom krijgt, hoe groter het risico is op klachten en overlijden
- als de prostaat vergroot krijg je plasproblemen
- late klachten → pas als die doorgroeit naar de plasbuis
, - klachten (ten gevolge van vernauwing en doorgroei in urethra prostatica):
1. slappe straal
2. nadruppelen
3. kleine beetje plassen
4. bloed bij plassen
5. nycturie
- klachten ten gevolgen van metastasen:
1. pijn in de onderrug en het bekken (botmeta’s)
2. neurogene pijn (ingroei in de plexus
3. pareseverschijnselen
- onderzoeken
→ rectaal toucher (normaal is een prostaat zacht en als er een tumor in zit is het hard)
(diagnose)
→ bloedonderzoek: PSA (prostaat specifiek antigeen), BSE, Hb, creatine, alkalisch fosfatase
(Diagnose)
→ transrectale punctiebiopsie (diagnose)
→ scan: CT-scan / botscan / echo nieren (stadiëring)
- in de helft van gevallen is wat er gevonden wordt in de prostaat geen kanker
- gleason score (exclusief bij prostaatkanker) → zegt iets over de agressiviteit van de tumor,
hoe agressiever hoe hoger het getal
→ differentiatiegraad 2-10
- behandelmethoden:
1. radicale prostatectomie en vesiculectomie
- prostaat eruit en zaadblaasjes eruit
- op lange termijn problemen met incontinentie
- laparoscopische prostatectomie
2. radiotherapie
- inwendig en uitwendig
- nieuwe behandelmethoden:
→ HIFU (high intensity focussed ultrasound) = door erg veel geluid met een hoge intensiteit
verdamping weefsel
→ cryotherapie = bevriezen van kankercellen
- hormonale behandeling: testosteron wordt uitgeschakeld (bij gemetastaseerd carcinoom)
→ tumor kleiner maken, hierna radiotherapie
→ LHRH analogen
→ androgeen blokkade
Prognose (5-jaars overleving):
- T1-2: 70-80%
- T3: 60-70%
- T4: 10-20%