Student: xxxxx xxxxxx
Studentennummer: xxxxx
Het toepassen van Cognitieve Gedragstherapie bij angststoornissen bij 65-plussers.
Ouderen en angststoornissen
Gezien de toenemende vergrijzing en de aanzienlijke prevalentie van angststoornissen bij
ouderen moet er gekeken worden of het raadzaam is cognitieve gedragstherapie (CGT) te
gebruiken bij de behandeling van angststoornissen bij 65-plussers (WHO, 2021). Angst wordt
beschouwd als het gevoel van controleverlies en het ondergaan van dreiging (Trimbos- Instituut,
2014). De emotie vervult een essentiële adaptieve rol bij het motiveren van het vermijden van
bedreigende situaties. Wanneer dit fenomeen zodanig toeneemt dat het dagelijkse functioneren
verstoord, wordt er gesproken van een angststoornis (Pinel & Barnes, 2022).
Recent onderzoek in de Europese Unie toonde aan dat ongeveer 17% van de ouderen mensen
last heeft van angststoornissen gedurende het jaar en 11% op een specifiek moment (Andreas
et al., 2017; de Graaf et al., 2012). Deze cijfers in samenhang met de stijgende populatie van
65- plussers wekken de overweging om CGT te beschouwen als aanpak voor deze
leeftijdsgroep. In dit verslag wordt de relevantie van CGT als behandelmethode voor cliënten
van 65 jaar en ouder geanalyseerd.
Effectiviteit & ineffectiviteit van CGT
Ondanks dat CGT als primaire keuze psychotherapie wordt beschouwd bij angststoornissen,
ontbreekt er ervaringsgericht bewijs specifiek voor oudere leeftijdsgroepen (Carpenter et al.,
2018; David et al., 2018). Studies suggereren een verminderende effectiviteit van CGT bij
ouderen in vergelijking met jongvolwassenen met angststoornissen. Dit wordt ondersteund door
de bevindingen uit een review, waarin een gemiddelde effectgrootte van 0,55 werd vastgesteld
voor CGT bij angststoornissen bij 65-plussers, terwijl de effectgrootte bij mensen van 18 tot 65
jaar 0,94 was (Kishita & Laidlaw, 2017). Desalniettemin tonen gegevens van IAPT een
positievere beeld, met bijna 70% van de ouderen die herstelt of verbetert na CGT-gerichte
behandelingen, vergeleken met 60% bij mensen tussen 18 en 65 jaar (Chaplin et al.,2015).
Specifieke aandachtspunten
Er zijn specifieke aandachtspunten die van oorzaak kunnen zijn voor de effectiviteit van CGT op
ouderen en dus waarschijnlijk het herstelpercentage na een CGT behandeling kunnen
verhogen. Een daarvan is de suggestie dat naarmate mensen ouder worden, het toepassen van
cognitieve interventie complexer lijkt te worden. Deze complexiteit wordt in verband gebracht
met de afname van executieve functies (Mohlman, 2013). Hiermee wordt bedoeld dat naarmate
een persoon ouder wordt het moeilijker is om de cognitieve processen van deze persoon, zoals
het denken en het herinneren, te beïnvloeden. En dat dit dus in verband staat met de afname
van executieve functies, zoals het behouden van aandacht. Daarnaast lijken oudere individuen
een voorkeur te hebben aan papieren vragenlijsten, door rekening hiermee te houden wordt de
therapeutische betrokkenheid bevorderd en de effectiviteit van gedragsbehandeling verhoogd.
Studentennummer: xxxxx
Het toepassen van Cognitieve Gedragstherapie bij angststoornissen bij 65-plussers.
Ouderen en angststoornissen
Gezien de toenemende vergrijzing en de aanzienlijke prevalentie van angststoornissen bij
ouderen moet er gekeken worden of het raadzaam is cognitieve gedragstherapie (CGT) te
gebruiken bij de behandeling van angststoornissen bij 65-plussers (WHO, 2021). Angst wordt
beschouwd als het gevoel van controleverlies en het ondergaan van dreiging (Trimbos- Instituut,
2014). De emotie vervult een essentiële adaptieve rol bij het motiveren van het vermijden van
bedreigende situaties. Wanneer dit fenomeen zodanig toeneemt dat het dagelijkse functioneren
verstoord, wordt er gesproken van een angststoornis (Pinel & Barnes, 2022).
Recent onderzoek in de Europese Unie toonde aan dat ongeveer 17% van de ouderen mensen
last heeft van angststoornissen gedurende het jaar en 11% op een specifiek moment (Andreas
et al., 2017; de Graaf et al., 2012). Deze cijfers in samenhang met de stijgende populatie van
65- plussers wekken de overweging om CGT te beschouwen als aanpak voor deze
leeftijdsgroep. In dit verslag wordt de relevantie van CGT als behandelmethode voor cliënten
van 65 jaar en ouder geanalyseerd.
Effectiviteit & ineffectiviteit van CGT
Ondanks dat CGT als primaire keuze psychotherapie wordt beschouwd bij angststoornissen,
ontbreekt er ervaringsgericht bewijs specifiek voor oudere leeftijdsgroepen (Carpenter et al.,
2018; David et al., 2018). Studies suggereren een verminderende effectiviteit van CGT bij
ouderen in vergelijking met jongvolwassenen met angststoornissen. Dit wordt ondersteund door
de bevindingen uit een review, waarin een gemiddelde effectgrootte van 0,55 werd vastgesteld
voor CGT bij angststoornissen bij 65-plussers, terwijl de effectgrootte bij mensen van 18 tot 65
jaar 0,94 was (Kishita & Laidlaw, 2017). Desalniettemin tonen gegevens van IAPT een
positievere beeld, met bijna 70% van de ouderen die herstelt of verbetert na CGT-gerichte
behandelingen, vergeleken met 60% bij mensen tussen 18 en 65 jaar (Chaplin et al.,2015).
Specifieke aandachtspunten
Er zijn specifieke aandachtspunten die van oorzaak kunnen zijn voor de effectiviteit van CGT op
ouderen en dus waarschijnlijk het herstelpercentage na een CGT behandeling kunnen
verhogen. Een daarvan is de suggestie dat naarmate mensen ouder worden, het toepassen van
cognitieve interventie complexer lijkt te worden. Deze complexiteit wordt in verband gebracht
met de afname van executieve functies (Mohlman, 2013). Hiermee wordt bedoeld dat naarmate
een persoon ouder wordt het moeilijker is om de cognitieve processen van deze persoon, zoals
het denken en het herinneren, te beïnvloeden. En dat dit dus in verband staat met de afname
van executieve functies, zoals het behouden van aandacht. Daarnaast lijken oudere individuen
een voorkeur te hebben aan papieren vragenlijsten, door rekening hiermee te houden wordt de
therapeutische betrokkenheid bevorderd en de effectiviteit van gedragsbehandeling verhoogd.