HC Psychopathologie en gezondheidszorg
Hoorcollege 1: Psychopathologie inleiding.............................................................................................2
Hoorcollege 2: Stress..............................................................................................................................3
Hoorcollege 3: de normale ontwikkeling en ontwikkelingsstoornissen..................................................6
Hoorcollege 4: Angst en Dwang............................................................................................................11
Hoorcollege 6 verslaving en middelen-misbruik...................................................................................13
Hoorcollege 7 Schizofrenie spectrum stoornissen, psychosen, verward en onbegrepen gedrag..........17
Hoorcollege 8 Eetstoornissen en seksuele stoornissen.........................................................................21
Werkcollege 8 Seksuele disfuncties......................................................................................................23
Werkcollege 9 persoonlijkheidsstoornissen & dissociatieve stoornissen..............................................24
Werkcollege 10 neurocognitieve stoornissen.......................................................................................32
Werkcollege 11 stemmingsstoornissen en suïcidaal en zelfbeschadigend gedrag................................36
,Hoorcollege 1: Psychopathologie inleiding
DSM- 5
- Het handboek voor professionals;-
- Biedt een ‘gemeenschappelijke taal’ voor professionals.
- Is beschrijvend
- De focus ligt op symptomen en het gedrag van de persoon
- Geeft ook informatie over prognose en verloop van de “stoornis”
- Geeft richtlijnen voor behandeling (zoals medicatie)
- Maar: geen beschrijving over de ontstaansgeschiedenis van de stoornis!
Verschil tussen classificatie en wanneer spreek je van een diagnose
Classificatie: alle symptomen op een rijtje
Diagnose: persoonlijk omschrijving waar je last van hebt
Stigma wordt omgeschreven als een ongewenste, beschamende eigenschap die de status van een
individu in de ogen van anderen in de gemeenschap verlaagt. (negatief vooroordeel)
- Publiek stigma (opvattingen die mensen in de samenleving hebben)
- Zelfstigma/ geïnternaliseerd stigma (vooroordelen meteen op jezelf betrekken)
- structureel stigma (vooroordeel wat vast zit in regels en wetten)
Eens stigma zet het individu apart van anderen: stereotypes vooroordelen discriminatie
Het bio- psycho sociaal model (Visies op afwijkend gedrag)
Biologisch perspectief:
Het bio-gedeelte van het model verwijst naar de biologische of
fysiologische factoren die invloed hebben op de gezondheid, zoals
genetische aanleg.
- Benadering vanuit het medische model
- Zenuwstelsel
- Genetica
- Medicatie
- Voorbeeld: ziekte van Alzheimer
- Wat genetisch bepaald is autisme, diabetes, dementie
Psychologisch perspectief:
,Het psycho-gedeelte van het model verwijst naar de psychologische factoren die de gezondheid en
het welzijn kunnen beïnvloeden, zoals persoonlijkheidskenmerken, stressniveaus, coping strategieën.
- Psychodynamisch model
- Leermodellen
- Humanistische modellen
- Cognitieve modellen
- Vanuit ons brein, wie ben je en wat heb je aangeleerd gekregen
- Voorbeeld: paniekaanvallen, stress
Sociaal cultureel perspectief:
Het sociaal-gedeelte van het model verwijst naar de sociale omstandigheden die de gezondheid en
het welzijn kunnen beïnvloeden, zoals de omgeving waarin men leeft, de cultuur waarin men is
opgegroeid, de sociaaleconomische status.
- relaties tussen afwijkend gedrag en etniciteit, gender, cultuur en sociaal economische klasse (SES)
Het bio psycho sociaal perspectief: combinatie van modellen
Diathese: aanleg of kwetsbaarheid (geërfde aanleg voor ontwikkeling van de stoornis)
Stress: stressoren in de omgeving ( prenataal trauma, seksueel misbruik of mishandeling in kindertijd,
conflicten binnen jet gezin, belangrijke verandering in het dagelijks leven)
Ontwikkeling van stoornis: hoe sterker de diathese, des te minder stress is er nodig om de stoornis te
‘ ontketenen ‘(psychische stoornis)
Hoorcollege 2: Stress
, Oorzaken stress
Stress wordt veroorzaakt door stressoren
Plotselinge stressor (geweld, terrorisme, natuurrampen, ongelukken, notenboek vergeten)
Chronisch stressor: Niet afhankelijk van een plotselinge, heftige gebeurtenis maar juist van
langdurige blootstelling aan stressoren (langdurige blootstelling aan te hoge werkdruk, presteren op
sporten, huilbaby, werkloosheid, armoede, racisme)
Maatschappelijke stressoren, levensgebeurtenissen en dagelijkse ergernissen
Stressor: een bron van stress. Bijvoorbeeld een gebeurtenis, een persoon of een combinatie van
verantwoordelijkheden.
Immuunsysteem: systeem waarmee het lichaam zich verdedigd tegen ziekte
Immunosuppressie: verminderde werking van het immuunsysteem als gevolg van de onderdrukking
van de immuniteitsreactie
Lichamelijke reactie op stress
- Bloedvaten in de huid, skeletspieren, hersenen en ingewanden trekken samen
- Transpiratie neemt toe
- Kippenvel
- Bijnieren stimuleren de afscheiding van adrenaline, verhoging van de bloedsuikerspiegel
en de bloeddruk en een versnelde hartslag
- Anale sluitspier verkrampt
- Sluitspier van de blaas verkrampt
- Pupillen vernauwen zich om beter in de verte te kunnen zien
- Hartslag versnelt en concentratie verhevigt
- Lever scheidt suiker af in de bloedbaan
Alarmfase, weerstandsfase, uitputtingsfase
Lichaamsfuncties vallen terug naar normaal of lager (lichaam heeft rust nodig)
Komt die rust niet dan ontstaan er kwalen:
- verhoogde bloeddruk→ hoofdpijn, hartkwalen
- vermindering weerstand→ gevoelig voor infecties
- verandering in brein → burnout of depressie
Burn – out
- Emotionele, fysieke en cognitieve uitputting
- Oorzaak is vaak een langdurig te hoge werkdruk
- Komt relatief veel voor bij beroepen in maatschappelijke dienstverlening
Hoorcollege 1: Psychopathologie inleiding.............................................................................................2
Hoorcollege 2: Stress..............................................................................................................................3
Hoorcollege 3: de normale ontwikkeling en ontwikkelingsstoornissen..................................................6
Hoorcollege 4: Angst en Dwang............................................................................................................11
Hoorcollege 6 verslaving en middelen-misbruik...................................................................................13
Hoorcollege 7 Schizofrenie spectrum stoornissen, psychosen, verward en onbegrepen gedrag..........17
Hoorcollege 8 Eetstoornissen en seksuele stoornissen.........................................................................21
Werkcollege 8 Seksuele disfuncties......................................................................................................23
Werkcollege 9 persoonlijkheidsstoornissen & dissociatieve stoornissen..............................................24
Werkcollege 10 neurocognitieve stoornissen.......................................................................................32
Werkcollege 11 stemmingsstoornissen en suïcidaal en zelfbeschadigend gedrag................................36
,Hoorcollege 1: Psychopathologie inleiding
DSM- 5
- Het handboek voor professionals;-
- Biedt een ‘gemeenschappelijke taal’ voor professionals.
- Is beschrijvend
- De focus ligt op symptomen en het gedrag van de persoon
- Geeft ook informatie over prognose en verloop van de “stoornis”
- Geeft richtlijnen voor behandeling (zoals medicatie)
- Maar: geen beschrijving over de ontstaansgeschiedenis van de stoornis!
Verschil tussen classificatie en wanneer spreek je van een diagnose
Classificatie: alle symptomen op een rijtje
Diagnose: persoonlijk omschrijving waar je last van hebt
Stigma wordt omgeschreven als een ongewenste, beschamende eigenschap die de status van een
individu in de ogen van anderen in de gemeenschap verlaagt. (negatief vooroordeel)
- Publiek stigma (opvattingen die mensen in de samenleving hebben)
- Zelfstigma/ geïnternaliseerd stigma (vooroordelen meteen op jezelf betrekken)
- structureel stigma (vooroordeel wat vast zit in regels en wetten)
Eens stigma zet het individu apart van anderen: stereotypes vooroordelen discriminatie
Het bio- psycho sociaal model (Visies op afwijkend gedrag)
Biologisch perspectief:
Het bio-gedeelte van het model verwijst naar de biologische of
fysiologische factoren die invloed hebben op de gezondheid, zoals
genetische aanleg.
- Benadering vanuit het medische model
- Zenuwstelsel
- Genetica
- Medicatie
- Voorbeeld: ziekte van Alzheimer
- Wat genetisch bepaald is autisme, diabetes, dementie
Psychologisch perspectief:
,Het psycho-gedeelte van het model verwijst naar de psychologische factoren die de gezondheid en
het welzijn kunnen beïnvloeden, zoals persoonlijkheidskenmerken, stressniveaus, coping strategieën.
- Psychodynamisch model
- Leermodellen
- Humanistische modellen
- Cognitieve modellen
- Vanuit ons brein, wie ben je en wat heb je aangeleerd gekregen
- Voorbeeld: paniekaanvallen, stress
Sociaal cultureel perspectief:
Het sociaal-gedeelte van het model verwijst naar de sociale omstandigheden die de gezondheid en
het welzijn kunnen beïnvloeden, zoals de omgeving waarin men leeft, de cultuur waarin men is
opgegroeid, de sociaaleconomische status.
- relaties tussen afwijkend gedrag en etniciteit, gender, cultuur en sociaal economische klasse (SES)
Het bio psycho sociaal perspectief: combinatie van modellen
Diathese: aanleg of kwetsbaarheid (geërfde aanleg voor ontwikkeling van de stoornis)
Stress: stressoren in de omgeving ( prenataal trauma, seksueel misbruik of mishandeling in kindertijd,
conflicten binnen jet gezin, belangrijke verandering in het dagelijks leven)
Ontwikkeling van stoornis: hoe sterker de diathese, des te minder stress is er nodig om de stoornis te
‘ ontketenen ‘(psychische stoornis)
Hoorcollege 2: Stress
, Oorzaken stress
Stress wordt veroorzaakt door stressoren
Plotselinge stressor (geweld, terrorisme, natuurrampen, ongelukken, notenboek vergeten)
Chronisch stressor: Niet afhankelijk van een plotselinge, heftige gebeurtenis maar juist van
langdurige blootstelling aan stressoren (langdurige blootstelling aan te hoge werkdruk, presteren op
sporten, huilbaby, werkloosheid, armoede, racisme)
Maatschappelijke stressoren, levensgebeurtenissen en dagelijkse ergernissen
Stressor: een bron van stress. Bijvoorbeeld een gebeurtenis, een persoon of een combinatie van
verantwoordelijkheden.
Immuunsysteem: systeem waarmee het lichaam zich verdedigd tegen ziekte
Immunosuppressie: verminderde werking van het immuunsysteem als gevolg van de onderdrukking
van de immuniteitsreactie
Lichamelijke reactie op stress
- Bloedvaten in de huid, skeletspieren, hersenen en ingewanden trekken samen
- Transpiratie neemt toe
- Kippenvel
- Bijnieren stimuleren de afscheiding van adrenaline, verhoging van de bloedsuikerspiegel
en de bloeddruk en een versnelde hartslag
- Anale sluitspier verkrampt
- Sluitspier van de blaas verkrampt
- Pupillen vernauwen zich om beter in de verte te kunnen zien
- Hartslag versnelt en concentratie verhevigt
- Lever scheidt suiker af in de bloedbaan
Alarmfase, weerstandsfase, uitputtingsfase
Lichaamsfuncties vallen terug naar normaal of lager (lichaam heeft rust nodig)
Komt die rust niet dan ontstaan er kwalen:
- verhoogde bloeddruk→ hoofdpijn, hartkwalen
- vermindering weerstand→ gevoelig voor infecties
- verandering in brein → burnout of depressie
Burn – out
- Emotionele, fysieke en cognitieve uitputting
- Oorzaak is vaak een langdurig te hoge werkdruk
- Komt relatief veel voor bij beroepen in maatschappelijke dienstverlening