Hoorcollege 1: introductie (forensische) taalkunde en taalvariantie
Vandaag:
1. Praktische zaken
2. Wat is (forensische) linguïstiek
3. Gesproken taal als bewijs
- Taalvariantie
- Trayvon Martin
Wat is (forensische) linguïstiek:
Forensisch:
Forum = plaats waar recht gesproken wordt.
Forensisch = gerechtelijk
Linguistiek:
De wetenschap die zich met taal bezighoudt
Ook wel taalkunde, wetenschap
Alles wat de velden taal en recht kruist hoort bij
forensische linguïstiek
Het is het toepassen van een taalkundige methode:
Taal als onderzoeksobject:
o Geschreven recht -> wetten, rechtspraak
o Talige situatie -> 112-gesprek, politieverhoor
o Taal als bewijs -> dreigbrief, afscheidsbrief, appjes
Hierbij worden taalkundig bewijs gevonden
Wetenschappelijk onderzoek vs. Forensisch onderzoek:
Wetenschappelijk onderzoek
o Over het algemeen: zo algemeen mogelijk houden
o Je bestudeert een selectie
o Trekt een conclusie over de populatie
o Uitspraken over de toekomst: hoe kunnen we het beter doen in het
vervolg/vervolgonderzoek
o Voortschrijdend inzicht: worden vaak foute conclusies getrokken. Als er iets nieuws
uitkomt heet dit voortschrijdend inzicht
o Goede kwaliteit materiaal: microfoon dicht bij de mond zodat je alles goed hoort.
Forensisch onderzoek
, o Specifiek geval
o Je bestudeert 1 casus
o Trekt een conclusie over 1 casus
o Uitspraken over het verleden: wat is er gebeurd? Wie heeft het gedaan? Gaat over
een situatie uit het verleden
o Onjuist? Consequenties…: je mag eigenlijk echt geen fouten maken
o Materiaal vaak slecht: als je iemand aftapt dan vaak geen goed geluid
Plek in de minor:
1. Opsporingsonderzoek: lichaam gevonden en die onderzoeken
2. Bewijsvoering: verdachte
3. Strafoplegging: verdachte krijgt straf
4. Uitvoer straf (en daarna)
Forensische linguïstiek valt onder het opsporingsonderzoek en bewijsvoering
Taalkundige niveau’s:
Zie schema ppt: bij de eenheid gaat het van klein naar groot
Deze begrippen moet je weten en kunnen toepassen bij je tentamen en herkennen op je tentamen!!
Fonetiek: Spraakklanken
Segmenteel niveau: spraakklanken
o Klinkers
o Medeklinkers
Hoe spreekt een persoon de aarzeling ‘uh’ uit: de toonhoogte, hoe lang, waar
in de zin
Suprasegmenteel niveau
o Intonatie
o Toonhoogte
o Beklemtoning
o intensiteit
Voorbeelden
Zegt de verdachte in het telefoongesprek “door” of “voor” (week 2)
Kenmerken /d/ vs. /v/
Horen we de verdachte op het telefoongesprek of is het iemand anders? (week 3)
Op beide opnames zegt de spreker ongeveer even vaak “eh”, op dezelfde plek en met dezelfde
klinker
Fonologie: Klanksysteem -> klankcombinaties
, Uitspraakregels
o Heb: spreek je uit met een ‘p’
o Hard: spreek je uit met een ‘t’
Als er een medeklinker voor staat dan maak je die stemloos, dit is een regel
in het Nederlands
Combinatieregels
o Inpakken: zeg een ‘m’ -> dit komt doordat de ‘p’ erachter staat
Dit heb je niet bewust in de gaten maar dit doen je continu doordat je alle
klanken aan elkaar plakt.
Voorbeelden:
Zegt de verdachte in het telefoongesprek “ernie”of “ronnie” (week 2)
o Through Ernies windows
In een dreigbrief staat nomen (noemen), moden (moeder) en wonsdag (woensdag)
o Geen ondersccheid tussen o en oe?
Morfologie: woordvorming (woordniveau)
Regels bij woordvorming
o Boom + MV (-en) -> bomen
Als mensen dit op een andere manier vervoegen
Werkwoordvervoegingen
o Stam + t
Voorbeelden:
In een afscheidsbrief worden op het begin heel veel dt-fouten gemaakt. Aan het eind van de
brief gaat het bijna altijd goed.
o Andere/meerdere auteur? Intentionele misleiding?
Plagiaat onderzoek: Tekst A “Shakespeare staat in de boeken als meest talentvolle Engelse
schrijver.” Tekst B “Shakespeare staat te boeken als meest talentvolle Engelse schrijver.”
o Fout van B kan je verklaren als hij de tekst van A heeft gebruikt om te kopiëren: want
staat nog en achter
Lexicologie: woordkeuze
Welke woorden gebruikt een auteur/spreker?
o Exacte woorden
o Woordgroepen
o Soort woorden (moeilijk taalgebruik, straattaal, Engels…)
Voorbeelden:
Danya is vermist en haar laatste bericht was naar haar kleine zusje Evi: “hé zus”. Danya noemt
Evi altijd “zussie”.
Heeft Danya het laatste berichtje zelf geschreven?
Tekst A “Shakespeare staat in de boeken als meest talentvolle Engelse schrijver.”
Tekst B “Shakespeare staat in de boeken als meest talentvolle Engelse auteur.”
o Plagiaat: is dit de meest logische keuze of heeft iemand geprobeerd een synoniem in
te voegen?
Syntaxis: zinsbouw
Zinsstructuur: zinnen zijn vaak niet goed lopend, van de hak op de tak
, o Congruentie (de data is): een vormovereenkomst tussen elementen die syntactisch
met elkaar zijn verbonden, bijvoorbeeld tussen het onderwerp en de persoonsvorm
van een zin.
o Woordvolgorde
o Weglatingen (heb zin in morgen -> ik word weggelaten)
o Complexiteit
Voorbeeld:
In een proces-verbaal staat de volgende zin: “Toen ik even later naar mijn dochters kamer
liep, zag ik tot mijn verbazing dat haar kamer leeg was en dat het raam open stond.”
Heeft de verdachte deze zin letterlijk zo uitgesproken?
o Meeste verdachten spreken niet in lange zinnen met bijzinnen: heeft de agent het in
schrijftaal gezet?
Een aangever van stalking heeft dit appje ontvangen: “Ik weet wat je aan het doen bent. De
politie zijn je al op het spoor.”
o Politie is geen zijn: kan zijn dat de politie in zijn taal wel meervoud is.
Discourse: taal in context
Wat doet een auteur/spreker met de taalkundige uiting
Wat bedoelt de spreker
Voorbeelden:
Een politicus vergelijkt op sociale media de coronamaatregelen met de Holocaust. Zijn
advocaat verweert dat het niet de bedoeling van zijn cliënt was om overlevenden van de
Holocaust te kwetsen.
Een verdachte van betrokkenheid bij drugshandel staat onder de tap. In de gesprekken
worden vaak dansstijlen genoemd, maar de gesprekken zijn verder zakelijk.
Taalvariatie
Wat is “standaardtaal”?
o Standaard vs. Niet standaard
Taalkundig gezien gelijkwaardig: ooit een keuze gemaakt van dit zien we als
standaard en dit niet.
Prestige: wat als standaard wordt gezien hangt af van het oordeel/gedrag van
de sprekers
Politieke situatie
Taalvariatie omarmen:
Prescriptief: hoe moet je correct spellen, schrijven
o Zo moet het
o Regels voorschrijven
o De rest is fout
Descriptief:
o Zo gebeurt het: is niet raar, iedereen doet het
o Beschrijven
o Informatie zit in de variatie: door wie is het geschreven? Hoe unieker een kenmerk
hoe meer informatie erin zit.