het boek of de hoorcolleges heb.
Ik heb alles wat volgens mij relevant is genoteerd: alle begrippen en anders staat het er.
Interessante of belangrijke afbeeldingen heb ik er ook ingezet.
Naar het einde wordt de samenvatting steeds beter.
Hoofdstuk 1: Geest, gedrag en psychologische wetenschap 1
Hoofdstuk 2, Biopsychologie: 4
Hoofdstuk 3, sensatie en perceptie: 9
Hoofdstuk 4: Leren 12
Hoofdstuk 5: geheugen: 15
Hoofdstuk 6: Denken en intelligentie 20
Hoofdstuk 7: Psychologische ontwikkeling. 26
Hoofdstuk 8: Vormen van bewustzijn 31
Hoofdstuk 9 Motivatie en emotie 35
Hoofdstuk 10: Persoonlijkheid: theorieën van de gehele persoon 40
Big5 persoonlijkheidsmodel 41
Hoofdstuk 11: Sociale psychologie 46
Hoofdstuk 12 psychische stoornissen 50
Hoofdstuk 13: therapieën 56
Hoofdstuk 14: Stress, gezondheid en welzijn 61
Prompt voor ChatGTP 67
Hoofdstuk 1: Geest, gedrag en psychologische
wetenschap
Psychologie: wetenschap van gedrag en geestelijke processen.
Ruwweg drie soorten:
-Experimenteel psychologen; onderzoek, geven vaak ook les.
-Docenten psychologen; doen vaak ook onderzoek.
-’’Toegepast’’ psychologen; helpen mensen, meerderheid.
(Specialisaties in de ‘’toegepaste’’ psychologie (enkele van de populairste):
-Arbeids- en organisatiepsychologen
-Sportpsychologen
-Schoolpsychologen
-Klinisch psychologen
-Forensisch psychologen
-Omgevingspsychologen
-Gerontopsychologen)
(In Nederland duurt het minimaal 10 jaar om klinisch psycholoog te worden en in Vlaanderen
minimaal 5.)
1
,Vaardigheden kritisch voor nadenken in de vorm van vragen:
1. Wat is de bron?
2. Is de bewering redelijk of extreem?
3. Wat is het bewijsmateriaal?
4. Kan de conclusie zijn beïnvloed door bias? (Voor bias zie pagina 22.)
- Emotionele bias en confirmation bias.
5. Worden veel voorkomende denkfouten vermeden?
6. Zijn voor het oplossen van het probleem verschillende invalshoeken nodig?
Het biologische perspectief: de geest is een product van de hersenen. Biologie staat
centraal. Neuropsychologie. Evolutionaire psychologie.
Introspectie: beschrijving van je eigen innerlijke, bewuste ervaringen.
Structuralisme: historische stroming die de basisstructuren van de geest en gedachten
trachtte te ontrafelen, de elementen van de bewuste ervaring. (Wundt)
Gestaltpsychologen concentreerden zich op het geheel van onze bewuste ervaringen.
Functionalisme: de psychologie moet zich richten op de functie van het bewustzijn en niet
alleen op de structuur ervan. Darwin > Wundt. Eerste toegepaste psychologen.
Het moderne cognitieve perspectief: iemands gedachten en handelingen zijn het resultaat
van het unieke cognitieve patroon van waarnemingen en interpretaties van ervaringen. (Met
de hersenen enzo.)
Behavioristisch perspectief: nadruk gericht op waarneembaar gedrag; de wetenschap van
het gedrag en van de meetbare omstandigheden in de omgeving die dit gedrag beïnvloeden.
Objectief. (Bepaald gedrag kan opgeroepen worden.)
Perspectieven vanuit de gehele persoon (whole person):
1. Psychodynamische psychologie: de geest (psyche) – vooral de onbewuste geest –
is een reservoir van energie (dynamica) voor de persoonlijkheid. (Freud.) Cool.
Psychoanalyse: psychoanalytici leggen de nadruk op de analyse van dromen,
versprekingen en op de techniek van de vrije associatie, om aanwijzingen te
verkrijgen voor de onbewuste conflicten en verlangens waarvan wordt gedacht dat ze
door het bewustzijn worden gecensureerd.
(Paul Verhaeghe wil de klassieke psychoanalyse actualiseren.)
2. Humanistische Psychologie: de mens is geen speelbal van prikkels uit de
omgeving (dus tegen het behaviorisme), maar is een organisme met een vrije wil. De
opvattingen die je hebt over jezelf en je fysieke en emotionele behoeften hebben een
grote invloed op je gedachten, emoties en handelingen, die op hun beurt allemaal
invloed hebben op de ontwikkeling van je potentieel. (Rogers)
3. Psychologie van karaktertrekken en temperament: verschillen tussen mensen
ontstaan uit verschillen in stabiele kenmerken en neigingen, die karaktertrekken en
temperamenten worden genoemd. Big5 enzo, op zijn minst voor een deel biologisch
van aard. Ziet gedrag en persoonlijkheid als de producten van fundamentele
2
, psychologische kenmerken. Super cool; het beste. (Misschien hoort hier het idee van
sub-persoonlijkheden hierbij?)
Ontwikkelingsperspectief: Psychologische verandering is het gevolg van een interactie
tussen de erfelijke eigenschappen die in onze genen zijn vastgelegd en de invloed van onze
omgeving. Nature of nurture. Biologisch psychologen leggen de nadruk op nature en
behavioristen leggen de nadruk op nurture. De humanisten op vrije wil?
Mensen veranderen op voorspelbare wijze naarmate de invloeden van erfelijkheid en
omgeving zich in de loop van de tijd ontplooien. (Piaget en Erikson)
(‘Is er misschien iets mis gegaan in de ontwikkeling?’)
Sociocultureel perspectief: Het individu in context. De sociale invloed staat centraal. Hoe
variëren sociale processen per cultuur? (Voorstanders van dit perspectief ontkennen dat de
effecten van erfelijkheid sterker zijn dan de effecten van de cultuur.) Vies, smerig.
Crosscultureel psychologen wijden zich aan de immense taak de ‘wetten’ van de
psychologie opnieuw te beoordelen aan de hand van andere culturele en etnische normen.
Cultuur: Complexe mix van taal, opvattingen, gewoonten, waarden en tradities die wordt
ontwikkeld door een groep mensen en die wordt gedeeld met anderen in dezelfde omgeving.
Holisme: visie die totaliteit altijd belangrijker vindt dan de som der delen. Al de
perspectieven helpen om een holistisch beeld van menselijk gedrag te ontwikkelen.
Empirisch onderzoek: Onderzoeksbenadering waarbij gegevens worden verzameld d.m.v.
objectieve informatie uit de eerste hand, gebaseerd op sensorische ervaring en observatie.
Theorie: toetsbare verklaring voor een aantal feiten of observaties.
(Wetenschap kan geen antwoord geven op vragen die niet empirisch getoetst kunnen
worden.)
Empirisch onderzoek:
Stap 1: een hypothese ontwikkelen
Stap 2: objectieve data verzamelen
Stap 3: data analyseren
Stap 4: de resultaten publiceren en laten bekritiseren
Onderzoekstypen:
• Experimenten: Met een controlegroep en experimentele groep.
3
, • Correlatie-onderzoek: Zoeken naar een verband, niet naar een oorzaak.
• Survey-onderzoek: Een vragenlijst.
• Natuurlijke observatie:
• Gevalstudie:
Replicatie: Het onderzoek wordt opnieuw uitgevoerd ter bevestiging.
Onafhankelijke variabele: Variabele die de onderzoeker onafhankelijk van alle andere
zorgvuldig gecontroleerde experimentele omstandigheden kan manipuleren.
Afhankelijke variabele: De variabele die wordt gemeten of geobserveerd. Deze wordt door
het manipuleren van de onafhankelijke variabele beïnvloed. De eventuele variatie in de
waarde van de afhankelijke variabele is het effect waarin de onderzoeker geïnteresseerd is.
(Stel dat je een experiment doet om te onderzoeken hoe de hoeveelheid zonlicht
(onafhankelijke variabele) invloed heeft op de groei van planten. De hoeveelheid zonlicht is
iets wat je kunt aanpassen of variëren. In het voorbeeld van de planten is de groeisnelheid
van de planten de afhankelijke variabele. De groei van de plant hangt af van de hoeveelheid
zonlicht die de plant krijgt.)
[College:
Psychologie: studie van de geest.
Je moet vanuit meerdere perspectieven kunnen kijken.
tentamen 1: h1 t/m 7
tentamen 2: h8 t/m 14
meerkeuzetoets 40 vragen 4 opties.
pearson mylab, om te oefenen.
]
Hoofdstuk 2, Biopsychologie:
Allemaal Biologie; sla ik over, weet ik al. C-G, T-A, 1 paar geslachtschromosomen; 22
autosomen.
Evolutie en natuurlijke selectie. (p. 44)
Adaptief kenmerk: kenmerk van een soort dat is gebaseerd op aanpassingen aan een
specifieke omgeving.
In het boek staan nog veel meer biologische begrippen.
Epigenoom (p.49)
Zenuwstelsel en hormoonstelsel(endocriene stelsel).
Neuron: Een zenuwcel. Een zenuw is een bundeling van een groot aantal neuronen.
Sensorisch neuron: Zenuwcel die boodschappen van sensorische receptoren naar het
centrale zenuwstelsel verstuurt. (Voelen; alle zintuigen enzo.)
Motorisch neuron: Zenuwcel die boodschappen van het centrale zenuwstelsel naar de
spieren en/of klieren verstuurt. (Bewegen)
4