DSM-5 = classificatiehandboek
Stoornis?
1. Hoofd/bijsymptomen;
2. Significant leiden (op meerdere gebieden);
3. Geen life event (gezonde reactie op ingrijpende gebeurtenis).
Classificatie > structurele diagnose > prognose > therapie > preventie
______________________________________
Dit doet orthopedagoog, klinisch psychotherapeut, verpleegkundig specialist.
Verklaringsmodellen – biopsychosociaal model
- Biologisch niveau:
o Brein, neurotransmitters, somatische ziekten, drugs, farmacologie,
intoxicaties;
o Direct verband of gevolg.
- Psychologisch niveau:
o Eigenschappen, ik-sterkte, cognitieve psychologie, leertheorie,
leertheoretische principes, coping, draagkracht.
- Sociologisch niveau:
o Netwerk, milieu, cultuur, maatschappelijke positie.
Knelpunten DSM-5 en forensische psychiatrie
- Alleen voor clinici, niet voor rechtbanken en juristen;
- Geeft geen richtlijnen voor behandeling;
- Beantwoord geen vragen gericht op toerekenbaarheid, wilsbekwaamheid of het
hebben van een handicap;
- Gebruik door niet-clinici is sterk afgeraden;
- Vaststellen stoornis/syndroom zegt niets over de etiologie van de stoornis of de
mate waarin iemand controle heeft over gedragingen die met de stoornis gepaard
gaan.
o ! Forensisch professionals willen juist retrospectief onderzoek doen en
weten in hoeverre de stoornis invloed heeft gehad !
Ontoerekeningsvatbaarheid
Is verdachte verantwoordelijk voor zijn daden?
- Persoon is aansprakelijk voor zijn daden en heeft dus besef van schuld;
- Voor schuld moet de mens een schuldige geest hebben.
Nieboer:
- Tijdens het plegen van het delict, was sprake van gebrekkige ontwikkeling of
ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens.
- Causaal verband tussen delict en stoornis.
- Feit kan verdachte vanwege de stoornis niet worden aangerekend.
TBS
Doel:
- Beveiligen maatschappij;
- Behandeling/genezing van delinquenten met een stoornis;
- Herstel schade, resocialisatie en preventie.
Wetgeving
1. Wvggz (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg)
- Zorgmachtiging (rechter of crisismaatregel), (burgermeester bij spoed).
2. Wzd (Wet zorg en dwang)
- Regelt onvrijwillige zorg/opname van mensen met verstandelijke beperking en
psychogeriatrische aandoening.
, 3. Wfz (Wet forensische zorg)
- Patiënt op de juiste plek;
- Voldoende forensische plekken;
- Kwalitatief goede forensische zorg;
- Goede aansluiting forensische en curatieve zorg.
WEEK 2 STOORNIS EN STRAFRECHT
Beslisboom rechter
1. Is wettig en overtuigend bewezen dat feit is gepleegd door dader?
2. Is het feit strafbaar?
3. Is verdachte strafbaar?
4. Welke straf/maatregel?
Schulduitsluitingsgronden
1. Ontoerekeningsvatbaarheid
- Zie Nieboer: stoornis tijdens delict, causaal verband, kan niet aanrekenen.
2. Noodweer
- Zelfverdediging tegen concrete aanval/aanranding;
- Niet te veel tijd tussen aanval en verdediging;
- Proportioneel.
3. Overmacht
- Valt te rechtvaardigen door omstandigheden waaronder.
Betrokkene is dan niet strafbaar, wel kan maatregel worden opgelegd.
Gradaties toerekeningsvatbaarheid
- Toerekeningsvatbaar bewuste, schuldige geest;
- Enigszins verminderd tv factoren (verlies naasten, baan, schuld, etc.);
- Verminderd tv bijv. LVB, niet kunnen overzien;
- Sterk verminderd stapje slechter;
- Ontoerekeningsvatbaar niet meer in contact met realiteit.
Gedragskundig onderzoek pro Justitia t.b.v. advies
- Civiel wilsonbekwaamheid/handelingsonbekwaamheid;
- Voor aansprakelijkheid (bijv. letselschade);
- Voor gevaarlijkheid (Wvggz, jeugdrecht), voor eventuele gedwongen zorg.
Inhoud rapportage pro Justitia
- Ten tijde van tenlastelegging sprake van psychische stoornis?
- Op welke wijze + in welke mate heeft stoornis het delict gedrag beïnvloed?
- Recidiverisico? Dynamische + statische factoren.
- Welke behandelingsinterventies verminderen recidiverisico?
- Binnen welk juridisch kader kunnen interventies worden toegepast?
Risicotaxatie
= inschatting/prognose om recidiverisico in kaart te brengen middels instrument:
- Meten dynamische en statische risicofactoren;
- Kan gericht zijn op risk en needs:
- RNR-model: rekening houden met responsiviteit van betrokkene om interventies
op af te stemmen
WEEK 3 NEUROLOGISCHE EN PSYCHOTISCHE STOORNIS
NEUROLOGISCH
, Autismespectrumstoornis (= ASS)
Iedereen met een vorm van autisme. Informatie in hersenen wordt anders verwerkt dan
bij de meeste mensen.
Symptomen ASS
1. Beperkte Theory of Mind (moeite begrijpen gevoelens en verschil daarin p.p.);
2. Zwakke centrale coherentie (details plaatsen in context/geheel);
3. Moeite met executieve functies (doelgericht en aangepast gedrag).
Bijkomende symptomen:
- Houterige motoriek, probleem in informatieverwerking of bij plannen en
organiseren en het ontbreken van vermogen on consequenties van eigen gedrag
te voorzien.
Kenmerken ASS
- Beperking in sociale interactie en communicatie:
o Problemen contact met anderen + gevoelens/gedachten delen;
o Niet/nauwelijks in de ander kunnen verplaatsen;
o Gebrek sociaal begrip bedoeling van anderen verkeerd interpreteren;
o Verminderde non-verbale interactie bijv. geen oogcontact, weinig
emotie;
o Problemen aangaan en onderhouden relaties.
- Stereotiepe gedragingen en interesses:
o Moeite met verandering dagelijks leefpatroon + onverwachte
gebeurtenissen + als een ander zich anders gedraagt dan verwacht;
o Gehecht aan bepaalde volgorde + voorspelbaarheid + routines;
o Overmatige interesse in iets, waar buitensporig veel aandacht en tijd aan
wordt besteed.
- Kunnen ook taalstoornis hebben en beperking in symbolisch denken.
Bijkomende stoornissen ASS
- ADHD, depressiviteit, angststoornis;
- Adolescentie kan ook een psychotische stoornis optreden.
Behandeling ASS
Voorlichten betrokkene en familie over de aard van ASS, prognose en mogelijke
behandelingen (psycho-educatie);
Voorspelbare omgeving creëren;
Soms medicatie bij agressie/prikkelbaarheid lage dosis antipsychoticum;
Bejegening: korte zinnen, voldoende tijd om na te denken, voornamelijk
betrokkene begeleiden tijdens zijn proces.
Forensische aspecten
Bij overvraging prikkelbaarheid of agressief gedrag (vertraagde
verwerkingssnelheid).
Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD)
= sprake van concentratieproblemen en hyperactief-impulsief gedrag.
Symptomen ADHD
1. Concentratieproblemen met verhoogde afleidbaarheid en/of hyperactief/impulsief
gedrag;