Tentamenstof Interculturele Communicatie:
- HC-1 (compositionele kijk op IC): dia’s 6-37;
- HC-2 (basisbegrippen IC): dia’s 1-10, 12-32 (het SPEAKING-model hoeven
jullie dus niet te kennen);
- HC-3 (etnomethodologie & IC): dia’s 1-27, 32-38;
- HC-4 (sociolinguïstiek & IC): dia’s 1-14, 18-27, 29-37;
- HC-5 (antropologie & IC): dia’s 1-52;
- HC-6 (kritische analyse & IC): dia’s 1-27
Wk1- Cultuur en identiteit
Interculturele communicatie = het moment waarop verschillen relevant
gemaakt worden
Cultuur? Normen en waarden, levensovertuigingen
1e observatie:
= set van essentiële definieerbare elementen (waardoor het concept af te
bakenen is)
Essentialisme
2e observatie: ui-model
= cultuur wordt vaal voorgesteld als een dominante “standaard” of “norm”
Afwijken van deze dominante cultuur = subcultuur
3e observatie:
Cultuur hoeft niet ethisch of (inter)nationaal gedefinieerd te zijn. het gaat om
groepsvorming obv van “gedeelde doelen”
- Community of practice -> cultuur als geheel
- 3 begrippen: sleutel concepten -> uitbreiding van cultuur
Domein= gemeenschappelijk doel “commonground”
Gemeenschap= navolging van dat doel om dit te realiseren ->
afspraken maken, whatsappgroep, etc.
Je vormt een soort gemeenschap waarbij men ideeën en
informatie deelt en sociale relaties opbouwt (om van elkaar te
leren)
Praktijk= de momenten dat je samen zit en eigen ervaringen met
elkaar deelt. Om van elkaar te leren om ideeën en informatie te
delen hebben leden een set (= gedeelde repetoire) van concrete
instrumenten nodig: bv taal, verhalen, ervaringen.
VOORBEELDEN: AUTOVERKEER: VOETBAL:
DOMEIN Veilig autoverkeer Doelpunten
maken/voorkomen
GEMEENSCHAP Rijbewijs en lessen, etc. Trainingen,
teambuilding, dezelfde
outfits etc.
PRAKTIJK Verkeersignalisatie, Non-verbale cues,
spiegels, lichten etc. duidelijke richtlijnen
Compositionele kijk op cultuur:
- Keert terug op academische toonaangevende theorieën
Hofstede: 6D-model
Trompenaars & Hampden-Turner: 7D-model
, Inglehart & Welzel: World culture map
Meyer: the culture map
Cross-culturele vergelijkende onderzoeken:
Overeenkomsten tussen verschillende perspectieven
a) Uitgangspunt: er zijn afbakenbare (nationale) culturen die met elkaar
vergeleken kunnen worden obv essentiële parameters
b) Doel: voorspelling van gedrag (bv: koopgedrag) in marketingcontext of
internationaal management
6D-model: Hofstede
Onderzoekopzet:
- (initieel) replicatie-enquetes (vsm) bij hoogopgelede mannelijk IBM-
medewerkers in meer dan 70 landen
- Multifactorele analyse (ja/nee vragen)
- Initiele focus op samenwerking in grote bedrijven
- Hoe? Medewerkers van IBM enquete laten invullen en zijn allemaal vragen
De dimensies
1. Machtsafstand/ power distance (PDI) = verschil in hiërarchie
2. Individualisme/ individualism (IDV) = hoe belangrijk is persoonlijke
vrijheid
3. Masculiniteit- feminiteit (MAS)= sterke genderrollen
4. Onzekerheidsvermijding (UAI) = belang hechten aan structuur
5. Langertermijnsoriëntatie (LTO)= focus op toekomst vs focus op
verleden
6. Terughoudendheid (sociale controle) (IVR) = vrijheid
7. Monumentalisme (MON) = trots/ standvastige figuren vs bescheiden
figuren
7D-model: Trompenaers
1. Universalisme vs. Particularisme
o Universalisme: Regels boven relaties (bijv. Duitsland, VS).
o Particularisme: Relaties boven regels (bijv. China, India).
2. Individualisme vs. Collectivisme
o Individualisme: Individu staat centraal (bijv. Nederland, VS).
o Collectivisme: Groep staat centraal (bijv. Japan, Zuid-Korea).
3. Neutraal vs. Emotioneel
o Neutraal: Emoties beheersen (bijv. Zweden, Duitsland).
o Emotioneel: Emoties tonen (bijv. Italië, Spanje).
4. Specifiek vs. Diffuus
o Specifiek: Werk en privé gescheiden (bijv. VS, Zwitserland).
o Diffuus: Werk en privé lopen door elkaar (bijv. China, Brazilië).
5. Prestatie vs. Toeschrijving
o Prestatie: Status door prestaties (bijv. VS, Canada).
o Toeschrijving: Status door afkomst/rol (bijv. Saoedi-Arabië, India).
6. Tijdsoriëntatie (Sequential vs. Synchronic)
o Sequential: Eén ding tegelijk, lineair (bijv. Duitsland, VS).
o Synchronic: Meerdere dingen tegelijk, flexibel (bijv. Italië, Mexico).
7. Inner-directed vs. Outer-directed
o Inner-directed: Controle over de omgeving (bijv. VS, Zwitserland).
o Outer-directed: Aanpassen aan de omgeving (bijv. China,
Indonesië).
, U-I-N-S-P-T-I (eerste letters van de dimensies)
Word culture map & wvs: Inglehart &Welzel
Onderzoekopzet:
- 7 grote enquete- “golven”, van golf 1 (1981-1984) tot golf 7 (2017-2021,
64 landen)
- Golf 7: face gestructureerde interviews bij respondent thuis (registratie via
een papieren vragenlijst (CAPI)
- “stratified random sampling” van minimaal 1000 respondenten per
land
Populatie opdelen in subgroepen (strata) op basis van een
kenmerk (bijv. leeftijd, geslacht).
Willekeurige steekproef nemen uit elk stratum.
Representatief resultaat, omdat alle subgroepen goed zijn
vertegenwoordigd.
- (internationale) beleidsvoering
- Keuze vor uiteeinlopende gesloten-vraagtypes
The culture map: Meyer
Onderzoeksopzet:
- Vergelijking tussen ‘’culturen’’ op basis van 8(talige) praktijken (die aan
bepaalde prototypische “speech acts” in een business context gekoppeld
kunnen worden);
- Imput/achterliggen methode: kwalitatieve interviews met duizenden
leidinggevenden (zonder vooraf bepaalde vragenlijst <> Inglehart &
Welzel)
er zijn culturen en kunnen op parameters met elkaar vergeleken
worden
- HC-1 (compositionele kijk op IC): dia’s 6-37;
- HC-2 (basisbegrippen IC): dia’s 1-10, 12-32 (het SPEAKING-model hoeven
jullie dus niet te kennen);
- HC-3 (etnomethodologie & IC): dia’s 1-27, 32-38;
- HC-4 (sociolinguïstiek & IC): dia’s 1-14, 18-27, 29-37;
- HC-5 (antropologie & IC): dia’s 1-52;
- HC-6 (kritische analyse & IC): dia’s 1-27
Wk1- Cultuur en identiteit
Interculturele communicatie = het moment waarop verschillen relevant
gemaakt worden
Cultuur? Normen en waarden, levensovertuigingen
1e observatie:
= set van essentiële definieerbare elementen (waardoor het concept af te
bakenen is)
Essentialisme
2e observatie: ui-model
= cultuur wordt vaal voorgesteld als een dominante “standaard” of “norm”
Afwijken van deze dominante cultuur = subcultuur
3e observatie:
Cultuur hoeft niet ethisch of (inter)nationaal gedefinieerd te zijn. het gaat om
groepsvorming obv van “gedeelde doelen”
- Community of practice -> cultuur als geheel
- 3 begrippen: sleutel concepten -> uitbreiding van cultuur
Domein= gemeenschappelijk doel “commonground”
Gemeenschap= navolging van dat doel om dit te realiseren ->
afspraken maken, whatsappgroep, etc.
Je vormt een soort gemeenschap waarbij men ideeën en
informatie deelt en sociale relaties opbouwt (om van elkaar te
leren)
Praktijk= de momenten dat je samen zit en eigen ervaringen met
elkaar deelt. Om van elkaar te leren om ideeën en informatie te
delen hebben leden een set (= gedeelde repetoire) van concrete
instrumenten nodig: bv taal, verhalen, ervaringen.
VOORBEELDEN: AUTOVERKEER: VOETBAL:
DOMEIN Veilig autoverkeer Doelpunten
maken/voorkomen
GEMEENSCHAP Rijbewijs en lessen, etc. Trainingen,
teambuilding, dezelfde
outfits etc.
PRAKTIJK Verkeersignalisatie, Non-verbale cues,
spiegels, lichten etc. duidelijke richtlijnen
Compositionele kijk op cultuur:
- Keert terug op academische toonaangevende theorieën
Hofstede: 6D-model
Trompenaars & Hampden-Turner: 7D-model
, Inglehart & Welzel: World culture map
Meyer: the culture map
Cross-culturele vergelijkende onderzoeken:
Overeenkomsten tussen verschillende perspectieven
a) Uitgangspunt: er zijn afbakenbare (nationale) culturen die met elkaar
vergeleken kunnen worden obv essentiële parameters
b) Doel: voorspelling van gedrag (bv: koopgedrag) in marketingcontext of
internationaal management
6D-model: Hofstede
Onderzoekopzet:
- (initieel) replicatie-enquetes (vsm) bij hoogopgelede mannelijk IBM-
medewerkers in meer dan 70 landen
- Multifactorele analyse (ja/nee vragen)
- Initiele focus op samenwerking in grote bedrijven
- Hoe? Medewerkers van IBM enquete laten invullen en zijn allemaal vragen
De dimensies
1. Machtsafstand/ power distance (PDI) = verschil in hiërarchie
2. Individualisme/ individualism (IDV) = hoe belangrijk is persoonlijke
vrijheid
3. Masculiniteit- feminiteit (MAS)= sterke genderrollen
4. Onzekerheidsvermijding (UAI) = belang hechten aan structuur
5. Langertermijnsoriëntatie (LTO)= focus op toekomst vs focus op
verleden
6. Terughoudendheid (sociale controle) (IVR) = vrijheid
7. Monumentalisme (MON) = trots/ standvastige figuren vs bescheiden
figuren
7D-model: Trompenaers
1. Universalisme vs. Particularisme
o Universalisme: Regels boven relaties (bijv. Duitsland, VS).
o Particularisme: Relaties boven regels (bijv. China, India).
2. Individualisme vs. Collectivisme
o Individualisme: Individu staat centraal (bijv. Nederland, VS).
o Collectivisme: Groep staat centraal (bijv. Japan, Zuid-Korea).
3. Neutraal vs. Emotioneel
o Neutraal: Emoties beheersen (bijv. Zweden, Duitsland).
o Emotioneel: Emoties tonen (bijv. Italië, Spanje).
4. Specifiek vs. Diffuus
o Specifiek: Werk en privé gescheiden (bijv. VS, Zwitserland).
o Diffuus: Werk en privé lopen door elkaar (bijv. China, Brazilië).
5. Prestatie vs. Toeschrijving
o Prestatie: Status door prestaties (bijv. VS, Canada).
o Toeschrijving: Status door afkomst/rol (bijv. Saoedi-Arabië, India).
6. Tijdsoriëntatie (Sequential vs. Synchronic)
o Sequential: Eén ding tegelijk, lineair (bijv. Duitsland, VS).
o Synchronic: Meerdere dingen tegelijk, flexibel (bijv. Italië, Mexico).
7. Inner-directed vs. Outer-directed
o Inner-directed: Controle over de omgeving (bijv. VS, Zwitserland).
o Outer-directed: Aanpassen aan de omgeving (bijv. China,
Indonesië).
, U-I-N-S-P-T-I (eerste letters van de dimensies)
Word culture map & wvs: Inglehart &Welzel
Onderzoekopzet:
- 7 grote enquete- “golven”, van golf 1 (1981-1984) tot golf 7 (2017-2021,
64 landen)
- Golf 7: face gestructureerde interviews bij respondent thuis (registratie via
een papieren vragenlijst (CAPI)
- “stratified random sampling” van minimaal 1000 respondenten per
land
Populatie opdelen in subgroepen (strata) op basis van een
kenmerk (bijv. leeftijd, geslacht).
Willekeurige steekproef nemen uit elk stratum.
Representatief resultaat, omdat alle subgroepen goed zijn
vertegenwoordigd.
- (internationale) beleidsvoering
- Keuze vor uiteeinlopende gesloten-vraagtypes
The culture map: Meyer
Onderzoeksopzet:
- Vergelijking tussen ‘’culturen’’ op basis van 8(talige) praktijken (die aan
bepaalde prototypische “speech acts” in een business context gekoppeld
kunnen worden);
- Imput/achterliggen methode: kwalitatieve interviews met duizenden
leidinggevenden (zonder vooraf bepaalde vragenlijst <> Inglehart &
Welzel)
er zijn culturen en kunnen op parameters met elkaar vergeleken
worden