Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Ontwikkelingspsychologie Feldman 1 t/m 13

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
68
Geüpload op
31-01-2025
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting Ontwikkelingspsychologie hoofdstuk 1 t/m 13 Auteur Robert Feldman

Voorbeeld van de inhoud

DEEL 1 – DE ONTWIKKELING VAN HET KIND
Hoofdstuk 1 – Een inleiding in de ontwikkeling van het kind
Ontwikkelingspsychologie is de wetenschappelijke studie naar patronen van
groei, verandering en stabiliteit vanaf de conceptie tot helemaal tot aan
ouderdom, maar met het accent op de jaren tot de volwassenheid, waarin
veranderingen elkaar het snelst opvolgen. Houden zich bezig met verschillende
gebieden:

- Fysieke ontwikkeling – De ontwikkeling die betrekking heeft op de
fysieke opbouw van het lichaam, zoals de hersenen, het zenuwstelsel, de
zintuigen en de behoefte aan eten, drinken en slaap. Bijv. effecten
opvoeding op groeitempo en de motoriek van kinderen of het seksuele
rijpingsproces in de adolescentie.
- Cognitieve ontwikkeling – De ontwikkeling die betrekking heeft op
intellectuele vermogens, zoals denken, leren, geheugen en
probleemoplossing. Bijv. hoe iemand trauma heeft ervaren of culturele
verschillen in hoe leerlingen hun successen en mislukkingen op school
verklaren.
- Sociaal-emotionele ontwikkeling – De ontwikkeling die betrekking
heeft op sociale relaties, interacties met anderen en het omgaan met
emoties. Bijv. Effecten klasstructuur op emotionele welbevinden of
pestende kinderen bepaalde eigenschappen gemeen hebben. Valt ook
seksuele ontwikkeling onder.
- Persoonlijkheidsontwikkeling – De ontwikkeling van duurzame
gedragingen en (karakter)-eigenschappen die de ene persoon van de
andere onderscheiden. Bijv. of een kleuter besef heeft van goed/fout of
oorzaken zelfmoord bij adolescenten. Valt ook morele ontwikkeling onder.
Leeftijdsgroepen en individuele verschillen die ze gebruiken in dit boek:
1. Prenatale periode (van conceptie tot geboorte)
2. Babytijd (van geboorte tot 2 jaar)
3. Peuter- en kleutertijd (van 2 tot 6 jaar)
4. Schooltijd (van 6 tot 12 jaar)
5. Adolescentie (van 12 tot 20 jaar)
Deze globale leeftijdsgroepen zijn sociale constructies: een idee over de
realiteit dat weliswaar breed geaccepteerd is, maar afhangt van de maatschappij
ende cultuur op een bepaald moment. Sommige perioden hebben een duidelijke
grens: babytijd begint bij geboorte en kleutertijd eindigt als kind naar groep 3
gaat. Het einde van de babytijd is bijv. Minder helder. Sommige zeggen tot 1 á
1,5 jaar en daarna nog dreumes. Begin adolescentie kan ook verschillen omdat
dat te maken heeft met het biologische- en seksuele rijpingsproces wat bij ieder
persoon anders is.
Ieder mens behoort tot een specifiek cohort: een groep mensen die rond
dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren. Belangrijke sociaal-historische
gebeurtenissen zoals oorlogen, economische groei en crisis, epidemieën hebben
mogelijk een bepaalde gemeenschappelijke invloed op leden van een cohort.
Maar behalve een cohort zin er natuurlijk ook andere factoren of gebeurtenissen

,die de ontwikkeling mede bepalen. Wem aken hierbij onderscheid tussen
normatieve en niet-normatieve gebeurtenissen:

- Normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die zich voor de meeste
individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken. Bijv.
Historische, leeftijdsgebonden en sociaal-culturele invloeden.
- Niet-normatieve gebeurtenissen: specifieke gebeurtenissen die
plaatsvinden in het leven van een bepaald persoon, terwijl de meeste
andere mensen hier niet mee te maken krijgen. Bijv. iemand die op zijn 6e
ouders kwijtraakt door auto-ongeluk. Kinderen kunnen ook zelf bijdragen
aan de totstandkoming van niet-normatieve gebeurtenissen door bijv. Als
16-jarige een wetenschapswedstrijd te winnen door hard te leren. Hierdoor
beter zelfbeeld en daardoor invloed op toekomstige keuzes in werk,
opleiding etc.
Alle (sub)culturen hebben hun eigen opvattingen over opvoeden en over
ontwikkelingsdoelen voor kinderen. OP (ontwikkelingspsychologen) moeten
rekening houden met globale culturele gevolgen (zoals individualisme en
collectivisme) en subtielere etnische en sociaal-economische verschillen en
sekseverschillen. Om te begrijpen hoe diversiteit de ontwikkeling beïnvloedt is
een juist vocabulaire belangrijk.
Een van de belangrijkste kwesties binnen de ontwikkelingspsychologie is de
vraag of de ontwikkeling zich een continue of een discontinue verandering
voltrekt.
Continue verandering: de ontwikkeling is geleidelijk en vloeien de prestaties
op een bepaald niveau voort uit die van de vorige niveaus. Dit is kwantitatief; de
onderliggende ontwikkelingsprocessen die de aanzet geven tot verandering
blijven gedurende het hele leven hetzelfde. Bijv. lengte en beter en sneller lezen.
Discontinue verandering vindt plaats in aparte stappen of stadia. Elke
stadium levert gedrag op dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia.
Zulke stadia zijn onder meer de kleutertijd, de kindertijd en de adolescentie.
Vanuit dit standpunt gezien kan een ontwikkeling heel abrupt (plotseling), of
discontinue, verlopen. Bijv. niet meer in bed plassen




Je hebt twee soorten periode:

1. Kritieke periode: een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een
bepaalde gebeurtenis de grootste gevolgen heeft. Bijv. Rubella
zwangerschap Juliana. Echter overheerst nu een beeld dat men flexibeler
is dan van tevoren werd gedacht. M.n. op het gebied van cognitieve,

, sociaal-emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling manifesteert zich een
aanzienlijke plasticiteit: de mate waarin een ontwikkelingsgedrag of
fysieke structuur kan worden gewijzigd. Ook de mate waarin zich
ontwikkelende structuren of gedragspatronen te veranderen zijn als
gevolg van ervaringen. Daarom spreekt men tegenwoordig liever van:
2. Gevoelige periode: een afgebakende periode, meestal vroeg in het
leven van een organisme waarin dat organisme extra gevoelig is voor de
omgevingsinvloeden die betrekking hebben op een bepaald facet (aspect)
van de ontwikkeling. Gevoelige periode is optimale periode voor bepaalde
vermogens om zich te ontwikkelen (bijv. tweede taal leren).
Bij kritieke perioden wordt dus aangenomen dat het permanente en
onomkeerbare gevolgen heeft wanneer zich een ontwikkeld individu bepaalde
invloeden is. Terwijl bij gevoelige perioden het ontbreken van bepaalde
omgevingsinvloeden de ontwikkeling kan verstoren, maar latere ervaringen deze
tekorten weer kunnen opheffen.

Vroeger lag de focus vooral op de babytijd en de adolescentie, wat ten koste
ging van aandacht voor andere leeftijdsgroepen. Tegenwoordig is conceptie tot
en met volwassenheid belangrijk omdat in elk levensstadium sprake is van
ontwikkelingsgroei- en verandering.

Maturatie is het proces van geleidelijk ontvouwen van voorbestemde
genetische informatie.

Nature en nurture kunnen we het best beschouwen als 2 uitersten van de schaal,
waarbij specifieke gedragspatronen ergens tussen die twee uitersten liggen.
Tegenwoordig wordt aangenomen dat gedraq een biopsychosociale verklaring
nodig heeft. Eigenlijk geldt hetzelfde voor de andere uitersten die we tot nu toe
hebben behandeld (continue vs. discontinue ontwikkeling). Beide verklaringen
kunnen naast elkaar bestaan.

Hoe zal de toekomst van de ontwikkelingspsychologie eruitzien? Enkele te
verwachten toekomsttrends zijn:

- Groeiende specialisatie
- Meer samenwerking tussen verschillende gebieden (interdisciplinariteit)
- Meer aandacht voor diversiteitvraagstukken
- Een grotere invloed op kwesties van publiek belang



Hoofdstuk 2 – Theoretische perspectieven en onderzoek
Er volgen nu 5 theoretische perspectieven op de ontwikkeling van het kind.

1. Psychodynamische perspectief
Gaat ervan uit dat gedrag gemotiveerd wordt door innerlijke krachten,
herinneringen en conflicten waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is en
waarover hij weinig controle heeft.

, Dit perspectief is nauw gekoppeld aan Sigmund Freud en zijn psychoanalytische
theorie. Deze theorie gaat ervanuit dat onbewuste krachten bepalend zijn voor
iemands persoonlijkheid en gedrag. Volgens Freud heeft elke persoonlijkheid drie
aspecten:
1. Id: het primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van de
persoonlijkheid, dat aanwezig is bij de geboorte.
2. Ego: het rationale en redelijke deel van de persoonlijkheid.
3. Superego: het aspect van de persoonlijkheid dat iemands geweten
vertegenwoordigt en het onderscheid belichaamt (concreet voorstelt)
tussen goed en kwaad.
Freud ontwikkelde ook een theorie over de manier waarop die persoonlijkheid
zich tijdens de kindertijd vormt. Volgens hem voltrekt de psychoseksuele
ontwikkeling zich doordat kinderen een aantal fasen doorlopen waarin genot,
of bevrediging, steeds gericht is op een andere biologische functie en een ander
deel van het lichaam:
1. Orale fase (tot 21 mnd). De focus van bevrediging ligt bij deze fase bij de
mond. Genoegen wordt gehaald uit borstvoeding en het verkennen van de
omgeving (nieuwe voorwerpen in de mond doen).
2. Anale fase (van 15 mnd tot 3 jaar). Poep en pies fase. Modder, water,
spullen in gaatjes van het lijf stoppen.
3. Fallische fase (3 jaar tot 5 á 6 jaar). Ontdekken van de genitaliën.
Doktertje spelen. Kinderen voelen zich aangetrokken tot de ouders.
Verliefd op moeder, blijf altijd bij je wonen en ik ga later met mijn moeder
trouwen.
4. Latentiefase (6 tot 12 jaar). De interesse van het kind krijgt dan een
minder egocentrisch en seksueel karakter. Het is een periode van typisch
zakelijke belangstelling en een grote drang van weten.
5. Genitale fase (11e à 12e levensjaar en duurt tot de volwassenheid). De
genitale fase kan beschreven worden als de ontwikkeling van de
geslachtsdrift (libido), pubertijd
Als kinderen niet in staat zijn zichzelf in een bepaalde fase voldoende te
bevredigen of als ze te veel worden bevredigd, kan dat volgens Freud tot fixatie
leiden. Fixatie is het gedrag dat in een eerdere ontwikkelingsfase is blijven
steken als gevolg van een onopgelost conflict.
Orale fixatie: eten, nagels bijten of bijtend sarcasme.
Kritiek Freud: beperkte populatie, richtte zich voornamelijk op mannen, geen
bewijs
De psychoanalyticus Erik Erikson, ontwikkelde een alternatieve
psychodynamische visie met zijn theorie over psychosociale ontwikkeling:
omvat de veranderingen omvat in de manier waarop we aankijken tegen onze
interacties met anderen, tegen het gedrag van anderen en tegen onszelf als
leden van de maatschappij.
Erikson gaat uit van 8 ontwikkelingsfasen, die elk mens in ongeveer zelfde
tempo doorlopen. Ontwikkeling komt vanuit persoon zelf (interne ontwikkeling)
maar uitkomst van ontwikkelingsfasen is afhankelijk van invloed van de
omgeving. In ieder stadium is sprake van een crisis of conflict. Geen enkele crisis

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
1 t/m 13
Geüpload op
31 januari 2025
Aantal pagina's
68
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING
€7,89
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
ElineKersten

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
ElineKersten Open Universiteit
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
7
Lid sinds
13 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
3
Laatst verkocht
7 maanden geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen