Er ontstonden in de 11e eeuw veranderingen in de landbouw
- Drieslagstelsel
- Betere werktuigen
- Bos en heide werden ontgonnen
Zo groeide de bevolking. Daardoor trokken mensen naar de stad om daar te gaan
werken. De grote productie werd verhandeld in de stad. Zo ontstond geld als
ruilmiddel, maar elke munt was een andere waarde. Zo ontstond er een
wisselbrief en dus een monetaire economie.
In de stad waren veel slechte omstandigheden om te leven, maar toch was daar
een goed rechterlijk systeem en werk.
De landsheer bezat stad met omliggend platteland (verzorgingsgebied). De
burgers moesten hem veel gehoorzamen, maar daar tegen kwamen ze in verzet.
Toen kwamen er stadsrechten in ruil voor belasting en meevechten in het leger.
In grote steden van deze gebieden werden jaarmarkten georganiseerd waar veel
mensen op af kwamen. Er ontstond zo een groter economisch netwerk. Zo kwam
er meer vraag naar geld en arbeid.
Voor het krijgen van burgerrechten moest je laten zien dat je burger/poorter was.
- Veel geld hebben
- Ambacht uitoefenen.
In grote steden gingen ambachtslieden in gilden aan de slag.
In Europa was Vlaanderen een belangrijke handelsstad door
- Gunstige ligging knooppunt handelsverkeer
- Nauwe contacten Hanze
- Beschermde handelsroutes
In de gewesten was dit Atrecht
- Lakennijverheid
- Enorme landbouwproductiviteit
Rijke kooplieden kochten hun rechten dus kregen steeds meer het stadsbestuur
in handen.
Van Atrecht naar Brugge (in Europa)
- Gunstige ligging aan Noordzee (Spanje en Italië)
- In nijverheid groot
- Veel contacten met andere steden
- Ontstaan koopmansbeurs (wisselbrieven) voorganger beurs