1e jaars pedagogiek
student
ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE DEEL A
Hoofdstuk 1 t/m 8
,Hoofdstuk 1
1.1 Een oriëntatie op de ontwikkelingspsychologie.
De ontwikkelingsdomeinen.
Ontwikkelingspsychologie is de wetenschappelijke studie van patronen van groei, verandering en stabiliteit bij
mensen vanaf de conceptie helemaal tot en met de late volwassenheid dus tot de dood. We hebben de volgende
ontwikkelingsgebieden: fysieke, cognitieve en sociaal-emotionele. Bij fysieke ontwikkeling heeft het betrekking tot
ons lichaam. Bij cognitieve ontwikkeling heeft het betrekking tot mentale proces. Bij sociaal-emotionele
ontwikkeling heeft het betrekking tot eigen persoonlijkheid en gedragingen. Ook komt er rijping voor in de
ontwikkeling dat betekent blijvende en fysieke psychologische veranderingen.
Invloeden op de ontwikkeling: ontwikkelen in een sociale wereld.
Ieder mens behoort tot een specifieke cohort dat betekent een groep mensen die in een bepaalde periode leven en
daardoor voor een deel gelijke ervaringen opdoen. Met normatieve gebeurtenissen bedoelen we hier
gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken. We hebben drie
normatieve gebeurtenissen. De historisch invloeden dat zijn sociale omgevingsinvloeden, voorbeeld
coronapandemie. De leeftijdsgebonden invloeden zijn omgevingsinvloeden die vergelijkbaar zijn voor mensen in een
bepaalde leeftijdsgroep, voorbeeld in westerse culturen hoort leerplicht bij een bepaald levensjaar. De sociaal-
culturele bepalen de ontwikkeling van mensen, zoals brede cultuur en het behoren tot een subcultuur, voorbeeld
immigrantenkinderen die het Nederlands of Vlaams als tweede taal speken. Er zijn ook niet-normatieve
gebeurtenissen dit zijn specifieke gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven van een bepaald persoon maar de
andere hiermee niet mee te maken krijgt.
Kinderen: verleden, heden en toekomst.
Bij continu verandering is dat de ontwikkeling geleidelijk en
vloeiend gaat. Deze verandering is kwantitatief dat
betekent hoe iets met hoeveelheid gaat, voorbeeld
hiervan is haargroei. Bij discontinue verandering is dat de
ontwikkeling aparte stappen of stadium. Deze
verandering is kwalitatief dat betekent hoe iets met
hoeveelheid gaat, voorbeeld jezelf herkennen.
Bij een kritieke periode is een specifieke tijd waar iets niet
meer kan veranderen en gevolgen kan hebben. Stimuli zijn ook aanwezig hier dat betekent prikkels, oftewel
veranderingen in een lichaam of buiten het lichaam waarop een mens reageert. Bij de gebieden cognitieve, sociaal-
emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling. Op deze gebieden openbare zich een flinke plasticiteit. Dat betekent de
mate waarin een mens zich ontwikkelend gedragspatroon of fysieke structuur veranderbaar is. We hebben ook
gevoelige periode en een tijd waar je/ dingen kunnen veranderen, voorbeeld een gemakkelijke tweede taal leren.
Nature-nurturedebat is een discussie over genetische aanleggen. Nature verwijst naar eigenschappen, vermogens
en capaciteiten die we van onze ouders erven. Nuture verwijst naar de omgevingsinvloeden die ons gedrag en onze
eigenschappen bepalen.
, Hoofdstuk 2
2.1 perspectieven bij het kijken naar kinderen.
Een theorie is een gehaal van brede, geordende verklaringen en voorspelling. De psychoanalytisch theorie van Freud
stelt dat onbewuste krachten bepalend zijn voor iemands persoonlijkheid en gedrag, voorbeeld een kind kan ervaren
dat hij te weinig aandacht krijgt van zijn opvoeders. We hebben drie persoonlijkheid aspecten. Het id is het
primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van de persoonlijkheid. Dit is ook wel het onbewuste niveau. Het
superego vertegenwoordigt het geweten. Met het superego maken wij het onderscheid tussen goed en kwaad. De
ontwikkeling begint rond 5 of 6 jarige leeftijd. Dit is ook wel het voorbewuste niveau. Het ego is het verstand, op
denkvermogen, op de redenen en aanvaardbaar deel van de persoonlijkheid. Dit is ook wel het bewuste niveau.
Psychoseksuele ontwikkeling is vijf fasen waar een kind door heen lopen, waarbij genot, of bevrediging telkens met
een ander deel van het lichaam wordt geassocieerd. Voorbeeld bij doktertje dat de kinderen vragen naar
geslachtsdelen van ouders.
Als er iets misgaat in een bepaalde fase (te weinig of juist te veel bevrediging van behoeften), kan dat leiden tot
fixatie. Fixatie is een blijvende focus op een eerder psychoseksueel stadium. Dit betekent dat sommige gevolgen een
onopgelost conflict kan worden. De psychosociale ontwikkeling is de veranderingen in onze interacties met anderen
en in hoe we aankijken tegen het gedrag van anderen en tegen onszelf als onderdeel van de maatschappij. Voorbeeld
hiervan is vadertje en moedertje spelen. Dit is de theorie van Erik Erikson.
Schema van soorten perspectieven.
Perspectieven: Wat is het? Wie is het? Voorbeeld.
Psychodynamisch. Dingen die in het Sigmund Freud. Ouders uit elkaar in
verleden gebeurd zijn kindertijd. Dan vind jij het
en je gedrag beïnvloed lastig om relatie aan te
uit het verleden gaan.
zonder dat je het in de
gaten hebt.
Behavioristisch. Kijkt niet naar John B. Watson. Gedrag van honden te
onbewuste processen programmeren valt.
van een mens, maar
bestudeert de mens
volledig buitenaf.
Cognitief. Processen die mensen Piaget. Dat kinderen anders
in staat stellen de uitleggen dan
wereld te leren volwassenen.
kennen, begrijpen en
overdenken.
Systemisch. Waarbij je kijkt naar Bronfenbrenner. In ons gezin vinden
verschijnselen binnen luisteren belangrijk om te
de gehele omgeving kijken wat er gebeurt.
waarin ze zich tonen
of afspelen.
Evolutionair. Die gedrag probeert te Charles Darwin. Een volwassenen met
identificeren dat het overgewicht heeft een
resultaat is van de genetische aanleg voor
genetische erfenis van overgewicht.
onze voorouders.
Gedragingen (responsen) zijn het resultaat van de voortdurende blootstelling aan specifieke omgevingsfactoren
(stimuli). Behavioristen spreken dan ook over stimulus-respons leren. Stimulus-respons leren is vormen van leren