College 1: inleiding DSM en ADHD
psychopathologie → de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)
- medisch model: pathologie IN het individu
- onderliggende psychobiologische disfunctie
depressie (5 vd 9):
´depressief of prikkelbaar´, ´verlies van interesse´, ´gewichtstoename of -afname´, ´toename
of afname van eetlust´, ´teveel of te weinig slapen´, ´psychomotore agitatie of juist
sloomheid´, ´concentratieproblemen´.
→ beperkingen in het schoolse/werkgerelateerde en/of sociale functioneren.
Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD)
aandachtsproblemen (zes van de negen)
´heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden´, ´wordt vaak gemakkelijk
afgeleid door externe prikkels´, ´lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct aangesproken
wordt´
Impulsiviteit en hyperactiviteit (zes van de negen)
´gooit het antwoord er vaak al uit voordat de vragen afgemaakt zijn´, ´heeft vaak moeite op
zijn/haar beurt te wachten´, ´beweegt vaak onrustig met handen of voeten´, ´is vaak in de
weer of draaft maar door´
- voor het 12e levensjaar
- op twee of meer terreinen
- interfereert met het sociale en schoolse functioneren
Hoe ontstaan DSM classificaties: BOGSAT?
door de jaren heen steeds meer gedragingen en emoties gezien als stoornis in de DSM
1
,voordelen DSM:
- communicatie over categorieën mogelijk
- onderzoek naar oorzakelijke factoren van omschreven stoornissen mogelijjk
- onderzoek naar effecten van verschillende behandelmethoden mogelijk
nadelen DSM:
- onduidelijk onderscheid tussen verschillende categorieën: veel comorbiditeit
- onduidelijk onderscheid normaal vs gestoord
- niet iedereen past in een hokje
- niet onafhankelijk (60-70% banden met farmaceutische industrie)
- reïficatie, letterlijk ´verdingelijking´
- reïficatie: filosofie & psychiatrie
realisme / essentialisme: DSM classificaties komen overeen met een in de
natuur bestaande ordening → we hebben de stoornissen ontdekt
nominalisme: DSM classificaties zijn mensenwerk en dus arbitrair en
kunstmatig → we hebben de stoornissen gemaakt
pragmatisme: ´waar is wat werkt´ → we hebben de stoornissen gemaakt op
basis van wat we zien
- reïficatie in de psychiatrie = iets abstracts wordt iets concreets. een
kunstmatige soort wordt een natuurlijke soort
= kunstmatige door mensen bedachte DSM categorieën worden gezien als
door de natuur gegeven ziektebeelden
- gevolgen van reïficatie in de psychiatrie: overwaardering DSM-classificaties,
neiging tot cirkelredeneringen en namen van categorieën aanzien voor
oorzaken van ongewenste emoties/gedragingen
biomedische assumpties
1. Een kind wordt geboren met ADHD
2. ADHD is het gevolg van een tekort van een stofje in de hersenen
3. De hersenen van kinderen met ADHD zien er anders uit
4. ADHD veroorzaakt hyperactiviteit, impulsiviteit en concentratieproblemen
5. ADHD heeft altijd al bestaan (Kwalitatieve Methoden; Theo Maassen)
2
, 6. ADHD is chronisch
7. De classificatie en behandelingen voor ADHD zijn evidence based
8. ADHD is een ziekte
ADHD veroorzaakt hyperactiviteit, impulsiviteit en concentratieproblemen.
naming vs explaining: ´hij is druk en ongeconcentreerd en dat noemen we ADHD´, of ´hij is
druk en ongeconcentreerd door zijn ADHD. hij heeft pijn in zijn hoofd door zijn hoofdpijn´.
ADHD = een naam, een definitie
BOGSAT diagnose
menselijke beslissingen
→ hersenonderzoek
hersenverschillen:
- ADHD: kleinere hersenen / minder dopamine
- autisme: grotere hersenen
- depressie: minder serotine
- angst: overactieve amygdala
- etcetera.
→ ecologische fout: onterechte generalisatie van groepsgemiddelden naar het individu
verschil tussen biomedische visie en orthopedagogische / sociologische visie
stoornis als oorzaak stoornis categorieën zijn namen
erfelijkheid gedrag in een context
hersenen ouders, school, opvang, buurt, cultuur, samenleving
afwijkingen verschillen
individuele behandeling collectieve verantwoordelijkheid
inclusie
3
, biomedische visie → toename stoornissen
- autisme: jaren 90 circa 1 op 500, nu 1 op 33
- ADHD: gebruik medicatie in 10 jr verviervoudigd tot 4,5%: nam af na rapport
gezondheidsraad (2014)
- angststoornissen: voor 1980 angst bij kinderen normaal, nu 1 op o7
nadelen:
- stoornisdenken: over het hoofd zien contextuele factoren (armoede, overbelaste
leerkrachten, prestatiemaatschappij)
- niet meer te betalen
- devaluatie psychiatrische classificaties
- kind: zelfbeeld, stigma, uitsluiting, Golem effect
- niet bewezen effectief op de lange termijn!
probleem: ´hoe onderscheid je degenen die psychiatrische behandeling echt nodig hebben
van hen die zonder kunnen?´ gewoon geen milde problematiek meer behandelen? nee!
milde problematiek kán bij niks doen ernstige vormen aannemen.
stepped diagnosis:
→ milde/matige problemen 5 stappen: inventariseren, normaliseren, watchful waiting,
zelfhulp, lichte interventies
→ overdiagnostiek voorkomen zonder onderbehandeling te riskeren
als problemen na deze vijf stappen blijven en samengaan met disfunctioneren → stap 6:
verwijzen naar specialistische ggz voor psychiatrische diagnostiek en behandeling
stepped care & stepped diagnosis voor- en nadelen
nadelen: niet geschikt voor ernstige gevallen (15-30%), soms uitstel van meest geschikte
behandeling en soms classificatie nog nodig voor aanpassingen
voordelen: minder psychiatrische diagnoses, geen risico onderbehandeling,
kostenbesparend, doet meer recht aan multicausale aard, kan psychiatrische diagnoses
redden en geeft factor TIJD een kans.
4