2.1
Voedingsmiddelen = alles wat je eet of drinkt
Voedingsstoffen = bruikbare bestandsdelen van voedingsmiddelen
Voedingsvezels = alle onverteerbare stoffen in plantaardig voedsel
4 functies voedingsstoffen:
1. Bouwstoffen: voor groei, ontwikkeling en herstel van cellen
2. Brandstoffen: energie leveren
3. Reservestoffen: opslag
4. Beschermende stoffen: tegen ziektes
Eiwitten Bouwstof + brandstof
Koolhydraten Brandstof, bouwstof of reservestof
Vetten Brandstof, bouwstof of reservestof
Water Bouwstof (rol bij vervoer stoffen in je lijf)
Mineralen (zouten) Bouwstof (bijv. kalk in bot) of beschermende stof
Vitamines Bouwstof of beschermende stof
2.2
Indicator = stof om andere stof mee aan te tonen
Indicator voor zetmeel = jodium
2.3
Basis gezonde voeding is variatie
Voedselvergiftiging = infectie die optreedt door het eten van voedsel dat is besmet met chemische
stoffen of ziekteverwekkende bacteriën
Schijf van 5:
1 Groente en fruit Vitamine C en voedingsvezels
2 Brood, aardappelen, rijst en pasta Zetmeel (koolhydraat), plantaardige eiwitten,
vitamines, mineralen en voedingsvezels
3 Zuivel, ei, vlees en vis Eiwitten, vitamines en mineralen
4 Boter en olie Vetten en vitamines
5 Vocht Water
2.4
Eenheid energie is de calorie (cal) ; 1 kcal = 1000 calorieën
Biologiepagina.nl