Voorkennis Lineaire en kwadratische vergelijkingen en ongelijkheden
Het oplossen van lineaire vergelijkingen:
1 Werk de haakjes en breuk weg
2 Breng alle termen met x naar het linkerlid, de rest naar het rechterlid
3 Herleid beide leden
4 Deel beide leden door het getal dat voor x staat
Het oplossen van lineaire ongelijkheden:
1 Werk de haakjes en de breuken weg
2 Breng alle termen met x naar het linkerlid, de rest naar het rechterlid
3 Herleid beide leden
4 Deel beide leden door het getal dat voor x staat. Als dit getal negatief is, moet je het teken
< of > omklappen.
AB = 0 geeft A = 0 ∨B = 0
§1 Lineaire verbanden
Van de lijn y = ax + b is de richtingscoëfficiënt a.
rc = a betekent: 1 naar rechts en a omhoog.
Lijnen met dezelfde richtingscoëfficiënt zijn evenwijdig.
Snijpunt met de x-as → y = 0
Snijpunt met de y-as → x = 0
§2 Een lijn door 2 gegeven punten
Δy y ❑B− y ❑ A❑
Van de lijn y = ax + b is de richtingscoëfficiënt: a = =
Δx x ❑B−x ❑ A
§3 Stelsels vergelijkingen
De algemene vorm van een lineaire vergelijking met de variabelen x en y is ax + by = c.
De bijbehorende grafiek is een rechte lijn.