Personen- Familierecht Week 1:
Familieverbanden en juridische relaties
1. Bloedverwantschap → Juridische relatie tussen familieleden (hoeft niet biologisch te zijn).
2. Aanverwantschap → Familieband door huwelijk of geregistreerd partnerschap.
3. Family life (EVRM) → Ook als je geen juridisch of biologisch ouder bent, kun je een
gezinsleven hebben (bijv. door samenwonen en opvoeding).
Bescherming van meerderjarigen
1. Curatele → Volledige handelingsonbekwaamheid (geen zelfstandige beslissingen meer).
2. Bewind → Handelingsonbevoegdheid over bepaalde goederen, maar verder
handelingsbekwaam.
3. Mentorschap → Bescherming bij niet-vermogensrechtelijke zaken (zoals zorgbeslissingen).
4. Drank en drugs → Kan leiden tot een geestelijke stoornis en mogelijk curatele.
Minderjarigen en rechtshandelingen
1. Een minderjarige mag geen overeenkomst sluiten, tenzij het een gebruikelijke transactie is
in het maatschappelijk verkeer (bijvoorbeeld iets kopen in een supermarkt).
○ → In dat geval kan de overeenkomst niet worden vernietigd.
2. Overeenkomst gesloten namens een minderjarige → Is deze gebruikelijk?
○ Ja → Geen vernietiging mogelijk.
○ Nee → Vernietigbaar.
Beheersbevoegdheid & Namenrecht
1. Beheersbevoegdheid → Je mag goederen beheren, maar niet zomaar overdragen of
bezwaren (bijv. verkopen of belasten met hypotheek).
2. Eenheid van achternamen →
○ Ouders kunnen voor hun eerste kind een achternaam kiezen.
○ Volgende kinderen krijgen dezelfde achternaam als het eerste kind.
Rechtsbevoegdheid & Burgerrechten
1. Rechtsbevoegdheid → "Allen die zich in Nederland bevinden zijn vrij en bevoegd tot het
genot van burgerlijke rechten." (Art. 1:1 BW)
2. Burgerschap → Art. 1:1 & 1:2 BW:
○ Iedereen die in Nederland geboren is of zich hier bevindt, heeft burgerrechten.
Erkenning en afstamming (Art. 1:5 BW)
1. Lid 1 → Moeder heeft automatisch juridisch ouderschap.
2. Lid 2 → Vader moet kind erkennen.
3. Lid 4 → Erkenning door geboorte, beide ouders, geregistreerd partnerschap of gerechtelijk
vaderschap.
, 4. Lid 5 → Geen keuze? De ambtenaar kiest automatisch de achternaam van de vader.
Geestelijke stoornis en rechtshandelingen
1. Is de rechtshandeling nadelig voor de persoon met een geestelijke stoornis?
○ → Nietig (automatisch ongeldig).
2. Beroep op art. 3:34 BW geslaagd?
○ → Beroep op vernietiging mogelijk via art. 3:35 BW.
3. Gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij?
○ → Overeenkomst blijft geldig (de andere partij had redelijkerwijs moeten weten dat
er iets mis was).
Gevolgen van vernietiging
● Rechtshandeling is vernietigbaar → De persoon blijft bevoegd, maar de titel is ongeldig en
wordt teruggedraaid.
● Vernietiging werkt terug: Titel, bevoegdheid en levering vervallen of worden aantastbaar.
● Revindicatie → De eigenaar mag het goed altijd terugvorderen.
Curatele en overeenkomsten
1. Overeenkomsten met personen onder curatele → Nietig (automatisch ongeldig).
2. Geen beroep op art. 3:35 BW mogelijk (gerechtvaardigd vertrouwen geldt niet).
3. Onder curatele gestelde personen mogen wél obligatoire overeenkomsten sluiten,
maar:
○ Ze mogen geen goederen vervreemden of bezwaren (bijv. geen huis verkopen of
hypotheek afsluiten).
Vernietiging en revindicatie
● Vernietiging heeft terugwerkende kracht → Vereist: titel + bevoegdheid + levering.
● Overeenkomst is aantastbaar → Revindicatie: Eigenaar mag het goed altijd terugvorderen.
Oefenvragen:
Vraag 1:
‘’Waarom is het EHRM dominant aan nationale uitspraken?’’:
Art 93: bepaalt dat voldoende nauwkeurig/concrete onderbouwing een rechtstreekse doorwerking
rechtvaardigt.
Art 94: EVRM heeft voorrang op nationale bepalingen.
Hierin is het belangrijk om te weten dat art 14 evrm altijd in samenwerking gaat van een ander artikele
(vaak art 8 evrm), in het marckx arrest komt dit naar voren dat recht op family life beschermt wordt
namens art 8 en dat de nationale uitspraken hierin onderdanig zijn aan artikelen art 8,6 en 12 evrm.
Vraag 2:
‘’Wat is de invloed van het IVRK op onze wetgeving?":
Familieverbanden en juridische relaties
1. Bloedverwantschap → Juridische relatie tussen familieleden (hoeft niet biologisch te zijn).
2. Aanverwantschap → Familieband door huwelijk of geregistreerd partnerschap.
3. Family life (EVRM) → Ook als je geen juridisch of biologisch ouder bent, kun je een
gezinsleven hebben (bijv. door samenwonen en opvoeding).
Bescherming van meerderjarigen
1. Curatele → Volledige handelingsonbekwaamheid (geen zelfstandige beslissingen meer).
2. Bewind → Handelingsonbevoegdheid over bepaalde goederen, maar verder
handelingsbekwaam.
3. Mentorschap → Bescherming bij niet-vermogensrechtelijke zaken (zoals zorgbeslissingen).
4. Drank en drugs → Kan leiden tot een geestelijke stoornis en mogelijk curatele.
Minderjarigen en rechtshandelingen
1. Een minderjarige mag geen overeenkomst sluiten, tenzij het een gebruikelijke transactie is
in het maatschappelijk verkeer (bijvoorbeeld iets kopen in een supermarkt).
○ → In dat geval kan de overeenkomst niet worden vernietigd.
2. Overeenkomst gesloten namens een minderjarige → Is deze gebruikelijk?
○ Ja → Geen vernietiging mogelijk.
○ Nee → Vernietigbaar.
Beheersbevoegdheid & Namenrecht
1. Beheersbevoegdheid → Je mag goederen beheren, maar niet zomaar overdragen of
bezwaren (bijv. verkopen of belasten met hypotheek).
2. Eenheid van achternamen →
○ Ouders kunnen voor hun eerste kind een achternaam kiezen.
○ Volgende kinderen krijgen dezelfde achternaam als het eerste kind.
Rechtsbevoegdheid & Burgerrechten
1. Rechtsbevoegdheid → "Allen die zich in Nederland bevinden zijn vrij en bevoegd tot het
genot van burgerlijke rechten." (Art. 1:1 BW)
2. Burgerschap → Art. 1:1 & 1:2 BW:
○ Iedereen die in Nederland geboren is of zich hier bevindt, heeft burgerrechten.
Erkenning en afstamming (Art. 1:5 BW)
1. Lid 1 → Moeder heeft automatisch juridisch ouderschap.
2. Lid 2 → Vader moet kind erkennen.
3. Lid 4 → Erkenning door geboorte, beide ouders, geregistreerd partnerschap of gerechtelijk
vaderschap.
, 4. Lid 5 → Geen keuze? De ambtenaar kiest automatisch de achternaam van de vader.
Geestelijke stoornis en rechtshandelingen
1. Is de rechtshandeling nadelig voor de persoon met een geestelijke stoornis?
○ → Nietig (automatisch ongeldig).
2. Beroep op art. 3:34 BW geslaagd?
○ → Beroep op vernietiging mogelijk via art. 3:35 BW.
3. Gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij?
○ → Overeenkomst blijft geldig (de andere partij had redelijkerwijs moeten weten dat
er iets mis was).
Gevolgen van vernietiging
● Rechtshandeling is vernietigbaar → De persoon blijft bevoegd, maar de titel is ongeldig en
wordt teruggedraaid.
● Vernietiging werkt terug: Titel, bevoegdheid en levering vervallen of worden aantastbaar.
● Revindicatie → De eigenaar mag het goed altijd terugvorderen.
Curatele en overeenkomsten
1. Overeenkomsten met personen onder curatele → Nietig (automatisch ongeldig).
2. Geen beroep op art. 3:35 BW mogelijk (gerechtvaardigd vertrouwen geldt niet).
3. Onder curatele gestelde personen mogen wél obligatoire overeenkomsten sluiten,
maar:
○ Ze mogen geen goederen vervreemden of bezwaren (bijv. geen huis verkopen of
hypotheek afsluiten).
Vernietiging en revindicatie
● Vernietiging heeft terugwerkende kracht → Vereist: titel + bevoegdheid + levering.
● Overeenkomst is aantastbaar → Revindicatie: Eigenaar mag het goed altijd terugvorderen.
Oefenvragen:
Vraag 1:
‘’Waarom is het EHRM dominant aan nationale uitspraken?’’:
Art 93: bepaalt dat voldoende nauwkeurig/concrete onderbouwing een rechtstreekse doorwerking
rechtvaardigt.
Art 94: EVRM heeft voorrang op nationale bepalingen.
Hierin is het belangrijk om te weten dat art 14 evrm altijd in samenwerking gaat van een ander artikele
(vaak art 8 evrm), in het marckx arrest komt dit naar voren dat recht op family life beschermt wordt
namens art 8 en dat de nationale uitspraken hierin onderdanig zijn aan artikelen art 8,6 en 12 evrm.
Vraag 2:
‘’Wat is de invloed van het IVRK op onze wetgeving?":