Bas 8:
NPRS
DE NPRS is een meetinstrument die voor veel dingen wordt gebruikt,
bijvoorbeeld voor pijn. Het meetinstrument is aspecifiek
en bestaat uit 11 nummers (0-10). 0 is geen enkele pijn
en 10 is de meest ondenkbare pijn. De patient omcirkelt
het getal dat op hem van toepassing is.
Doel:
- Inventariseren (inventariseren hoeveel pijn
iemand heeft)
- Evaluatief/ effectief (na een bepaalde tijd weer
kijken hoe het cijfer dan is)
Wanneer je het meetinstrument evaluatief inzet en je
dus na een aantal weken/maanden weer gaat kijken
welk cijfer de patient aan geeft, is een verschil van 2
punten t.o.v. de vorige keer een verbetering of verslechtering
PSK
Voor de PSK selecteert de patiënten 3 tot 5 belangrijks
klachten en/of activiteiten die voor de patient niet meer
lukken of bijna niet meer lukken. De activiteiten die de
patient selecteert moeten relevant zijn, de patient moet
er echt hinder aan voelen en de activiteiten moeten
wekelijks worden uitgevoerd door patiënten. Vervolgens
geeft de patient aan elke activiteit/ handeling een cijfer
op basis van de moeite die het ze kost (0-10). Hierin is 0
helemaal geen moeite en 10 onmogelijk. De totaalscores
worden bij elkaar opgeteld. Hoe hoger de score, hoe
meer problemen de patient ervaart.
Doel:
- Inventariserend (inventariseren hoeveel moeite
iemand heeft)
- Evaluatief/effectief (na een bepaalde tijd weer
kijken hoe het cijfer dan is)
Er is sprake van een klinische verandering bij een verandering van de
score van minimaal 64%
VAS
De Visual Analogue Scale is een meetschaal die
bestaat uit een horizontale lijn (100mm). Aan de
linkerkant staat de minimumscore (0) en aan de
rechterkant staat de maximum score (100). De
patient dient aan te stippen in welke mate hij de
gevraagde sensatie beleeft. Het aantal
millimeters tussen de linker kant en de stip wordt
opgemeten met liniaal (de patient heeft dus
geen idee welk cijfer/millimeter hij aanstipt)
,Doel:
- Inventariserend (inventariseren hoe de patient de gevraagde
sensatie beleeft)
- Evaluatief/ effectiviteit (na een bepaalde tijd weer kijken hoe de stip
dan is)
4 DKL
Dit is een vragenlijst van 50 vragen gericht
op psychosociale klachten. De vragenlijst
maakt onderscheid tussen depressie (6
items), angst (12 items), somatisatie (16
items) en aspecifieke distress-klachten (16
items). In deze lijst moet er worden
aangegeven door de patient of de stelling in
de afgelopen week van pas is geweest.
Antwoord mogelijkheden hierin zijn:
Nee (score 0)
Soms (score 1)
Regelmatig (score 2)
Vaak (score 2)
Heel vaak/ voortdurend (score 2)
Doel:
- Diagnostisch (vast kunnen stellen of iemand last heeft van
psychosociale klachten)
- Inventariserend (inventariseren of iemand last heeft van
psychosociale klachten en inventariseren waar dan de meeste
klachten liggen)
- Evaluatief (na een bepaalde tijd weer kijken hoe het dan met de
score is)
- Prognostisch (voorspellen van de klachten en het wellicht erger/
minder erg kunnen worden)
De antwoorden van de vragenlijst worden opgeteld volgens de scores die
hierboven worden aangeven in de volgende lijst:
Hierna kan er een interpretatie worden gedaan van de resultaten:
,SF-36
DE SF-36 wordt gebruikt voor het meten van ervaren gezondheid of
gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven. In het meetinstrument
worden de volgende dingen besproken: fysiek functioneren, sociaal
functioneren, rolbeperkingen door fysieke of emotionele problemen,
mentale gezondheid, energie, pijn en algemene gezondheidsbeleving. Het
meetinstrument bevat alleen gesloten vragen en/of stellingen waarbij de
patient een vakje kan aankruisen.
Doel:
- Inventariserend (inventariseren hoe het met de algemene
gezondheid en kwaliteit van leven is bij de patient)
- Evaluatief/effectief (na een bepaalde tijd kijken hoe de score voor
algemene gezondheid en kwaliteit van leven dan is)
Na ongeveer 4 weken wordt de lijst opnieuw geëvalueerd. Hoe hoge de
score, hoe beter de gezondheidstoestand
FABQ
Die is een veel gebruikte vragenlijst gericht op
pijngerelateerde angst bij patiënten. Met de FABQ kan
vastgesteld worden in hoeverre de pijn wordt beïnvloed door
de componenten fysieke activiteit (0-30), werk (0-66) en
overig. De vragenlijst bestaat uit 16 items en er kunnen in
totaal 96 punten worden gehaald. Officieel is de vragenlijst
bedoeld voor mensen met lage rugpijn maar hij kan ook voor
andere doeleinde worden ingezet.
Doel:
- Inventariserend (inventariseren hoe erg de angst en pijn
is)
- Evaluatief/effectief (na een bepaalde tijd kijken welke
scores de patient dan invult en kijken wat de totaalscore
is)
Hoe hoger de scores, des te meer pijn/beperkingen ondervindt de patient
Interpretaties van de scores:
- Fysieke activiteit > 14 aannemelijk dat de patient pijnmijdend is
- Werk > 34 de patient heeft een verhoogd risico niet terug te
keren naar zijn werk
- Werk < 29 de patient heeft een verminderd risico niet terug te
keren naar zijn werk
NDI
De NDI meet de pijnintensiteit (pijn en/of hoofdpijn),
beperkingen in uitvoeren van dagelijks werk gerelateerde
activiteiten (werk, tillen en concentratie) en beperkingen
van niet-werk gerelateerde activiteiten (persoonlijke
verzorging, lezen, autorijden, slapen en vrije tijd). De NDI is
, speciaal voor mensen met nekklachten en hij kan aangeven in welke mate
deze nekklachten dan invloed hebben op de dagelijkse activiteiten. De lijst
bestaat uit 10 gesloten vragen die de patient zelf kan invullen. Een score 0
geeft geen beperkingen aan, een score van 5 betekend de meeste
beperkingen.
Doel:
- Inventariserend (inventariseren hoe erg de nekklachten invloed
hebben op dagelijkse activiteiten)
- Evaluatief (na een bepaalde tijd kijken hoe de scores dan zijn)
In totaal kan je 50 punten scoren. De score die de patient haalt kan x2
gedaan worden, er komt dan een percentage uit. Een hogere
score/percentage wijst op meer pijn en een grotere beperking
NBQ
De NBQ (neck Bournemouth Questionnaire) bestaat uit
7 vragen en meet de pijnintensiteit, beperkingen in
het uitvoeren van dagelijks werk gerelateerde
activiteiten en van niet-werk gerelateerde activiteiten,
depressiviteit en zelfcontrole.
Doel:
- Diagnostisch
- Inventariserend (kunnen inventariseren hoeveel
last iemand heeft van de nek en wat voor
invloed dat heeft)
- Evaluatief (na een bepaalde tijd kijken hoe de
scores dan zijn)
De vragenlijst bestaat uit 7 items waar je een cijfer
van 0-10 kan geven (0 geen hinder/pijn, 10 heel veel
hinder/pijn). In totaal kan je 70 punten scoren. Een
hogere score wijst op meer pijn en beperkingen. Er
wordt gesproken van een klinische relevantie als er 12
punten minder/meer zijn voor de gehele vragenlijst.
Voor individuele items ligt deze relevantie tussen de 1
en 3 punten
TSK
De Tempa Schaal voor Kinesiofobie is een vragenlijst
die een indruk geeft van de mate van pijngerelateerde
vrees bij patiënten. Met de vragenlijst kan worden
geïnventariseerd of het activiteitenniveau van de
patient beïnvloed wordt door vrees voor schade met
vermijding als gevolg. De vragenlijst bestaat uit 17
items waar bij elk item een score van 1 t/m 4 kan
worden gegeven (1= helemaal mee oneens, 4 is
helemaal mee eens)